Recent toegevoegde artikel(en)
  • Product
  • Aantal
  • Prijs
  1. Er bevinden zich geen producten in je winkelwagen
Wijzig winkelwagen
Eindtotaal 0.-
Subtotaal (inclusief BTW) 0.-
BTW (%) 0.-

Zelf een scheidingswand plaatsen

Op deze pagina beschrijven we stapsgewijs waar je allemaal rekening mee moet houden als je scheidingswanden gaat plaatsen. We geven eerst een beschrijving van scheidingswanden. Daarna gaan we in op wanden van twee verschillende materialen: gipsplaten en cellenbetonblokken.

Wat zijn scheidingswanden?
Het woord zegt het al: met een scheidingswand kun je een scheiding aanbrengen in een ruimte. Van één kamer maak je er twee. Dat is bijvoorbeeld praktisch als je er een aparte kinderkamer of badkamer bij wilt hebben of een afgescheiden ruimte nodig hebt om in te klussen of te studeren.

Je kunt natuurlijk ook voor een gedeeltelijke afscheiding kiezen. We gebruiken bewust het woord scheidingswand; anders dan een muur rust op zo’n wand geen gewicht. Je kunt een scheidingswand opbouwen uit diverse materiaalsoorten. Hier komen twee soorten aan bod: gipsplaten en cellenbetonblokken.

Gipsplaten
Bij gipsplatenwanden is het eenvoudig om leidingen in de spouw aan te brengen zonder hak en breekwerk. In combinatie met een gevulde spouw met glas- of steenwol ontstaat een goede geluidsisolatie. Gipsplaten werken bovendien brandvertragend. Door het aanwezige kristalwater in de plaat wordt de stijging van de temperatuur vertraagd.

Cellenbetonblokken
Cellenbetonblokken zijn door hun afmeting en geringe gewicht snel te verwerken. Na de verlijming is deze sterke en duurzame constructie vochtbestendig en heeft een warmte-isolerende werking.
Je begint met het maken van een regelwerk. Daarbij kun je kiezen uit de materialen hout of metaal. Metalen regels zijn lichter en makkelijker te verwerken dan houten. Door de uitsparingen in de metalen regels en stijlen zijn leidingen makkelijk aan te brengen. 

houten regelwerkHouten regelwerk
Als je aan de slag gaat met een houten regelwerk, kun je het beste kiezen voor ongeschaafde vuren regels met een afmeting van 50 x 50 cm.

  1. Bepaal waar de wand precies moet komen en markeer deze plaats op de vloer. Wil je deurkozijnen in de wand plaatsen, vergeet deze dan niet aan te geven.
  2. Breng nu dichtingsband aan op de grondregel en plaats deze op de gemarkeerde plaats. Dit beperkt geluidsoverlast. Door twee stroken band naast elkaar te plakken, ligt deze regel stabiel. Werk je op een betonvloer, bevestig dan de regel met pluggen en schroeven. Is het een houten vloer, kies dan voor schroeven van 80 mm. lengte.
  3. Daarna plaats je de muurregels met behulp van pluggen en schroeven. Eerst stel je ze natuurlijk waterpas. Ook op deze regels breng je weer een strook dichtingsband aan.
  4. Nu bevestig je de plafondregel. Je plaats deze tussen de muurregels in en zorgt ervoor dat deze zich exact boven de vloerregel bevindt. Gebruik hiervoor schroeven die je in de plafondbalken draait. Wil je een deurkozijn in de wand, lees dan ook de punten 5 en 6. Een complete kozijnset (voor stompe deuren of voor opdekdeuren) haal je gewoon even bij Formido. Je krijgt er een heldere instructie bij, zodat je ze makkelijk zelf monteert.
  5. De verticale regels die grenzen aan het deurkozijn, moeten waterpas zijn. Sla de steekspijkers diagonaal vast door de verticale regel in de vloer- en plafondregel. Met hamer en drevel moet je ze goed diep wegslaan. Bevestig tussen de twee regels de korte tussenregel; hieraan moet het bovenkozijn vast worden geschroefd. Controleer of alles goed haaks is.
  6. Plaats de eerste horizontale stijl voor het kozijn en spijker deze vast. Hierna stel je het kozijn waterpas. Het kozijn moet je nu tegen de verticale stijl zetten en erop vastschroeven. Dit doe je ook aan de andere kant van het kozijn. Controleer wel eerst even of de bovendorpel van het kozijn goed horizontaal staat. Tenslotte plaats je een regel en korte stijltjes boven het kozijn.

Verticale tussenregels
Je hebt nu een deel van het raamwerk klaar; een vloerregel, een plafondregel, twee verticale muurregels en regels die het kozijn omramen. Om een stevige wand te krijgen, moet je nu nog verticale tussenregels plaatsen. De ruimte tussen de verticale tussenregels is afhankelijk van de maten van de platen die je straks tegen de wand timmert. Gipsplaten hebben een breedte van 60 cm. De afstand van het midden van de ene regel tot het midden van de volgende regel moet dus 30 cm. bedragen. Met andere woorden: de hart-op-hart maat is 30 cm. De gipsplaten zijn in verschillende hoogten verkrijgbaar: 200, 260, 300 en 360 cm..

Horizontale tussenregels
Wanneer je een zwaar voorwerp aan de scheidingswand wilt bevestigen, bijvoorbeeld een kapstok of een wastafel, moet je ook horizontale tussenregels plaatsen. Hierdoor is de wand stevig genoeg. Let op: de afstand tussen de horizontale tussenregels wordt bepaald door de afmetingen van de platen waarmee je gaat betimmeren. Gebruik je een ander materiaal, controleer dan eerst de afmetingen van de platen.

Het regelwerk is af en het is gesteld. Je kunt nu de beplating aanbrengen. Dit doe je eerst aan één kant. Snijd de gipsplaten op maat; de lengte moet 1 cm. korter zijn dan de hoogte tussen vloer en plafond. Maak dan een wipje van twee plankjes, zet de gipsplaat daarop en duw hem met de voet tegen het plafond. Maak de gipsplaten aan elkaar vast met gipsplaatschroeven. Hierna kun je in de ruimte tussen de twee wanden elektra en leidingen aanbrengen. Ook kun je deze ruimte isoleren met glas- of steenwol.

Nu betimmer je de andere kant. Op deze wand moeten de gipsplaten een halve plaat verspringen ten opzichte van de tegenoverliggende wand. De scheidingswand wordt er stabieler door.

Regelwerk van metalen staanders
Je kunt een regelwerk ook opbouwen uit metalen staanders. Daarbij ga je op bijna dezelfde manier te werk als bij hout.

Breng dichtingsband aan op de U-liggerprofielen tegen kieren. Daarna breng je de U-liggerprofielen aan op de vloer en het plafond. Hierna bevestig je de C-staanderprofielen. Zorg ervoor dat deze profielen 1 cm. korter zijn dan de hoogte tussen de vloer en het plafond. Schuif nu de C-staanderprofielen tussen de U-liggerprofielen op een onderlinge afstand van 30 cm. Hierna kun je de gipsplaten vastschroeven.

Het aanbrengen van kozijnen werkt anders bij metalen staanders. De stijlen van stalen kozijnen grijpen als het ware om de gipswand heen. Gipsplaten moet je aan beide zijden tussen kozijn en staander schuiven. Op die manier staat het kozijn stabiel en loodrecht. Voor een houten kozijn dienen de C-Staanders vastgezet te worden aan de U-liggers. Zet voor de stabiliteit en de bevestiging van de scharnieren aan beide zijden een passende houten regel in de C-staander.

Wil je leidingen maken tussen de beide zijden van de wand, gebruik daarvoor dan de openingen in de profielen. Daar waar je leidingen plant, breek je er een opening uit. Nu betimmer je de andere kant. De gipsplaten van de tegenoverliggende wanden moeten een halve plaat verspringen ten opzichte van de tegenoverliggende wand.

Gipsplaten smaller maken
Gebruik een hobbymes als u gipsplaten smaller wilt maken. Werk in de lengte. Snijd het karton aan de voorkant van de gipsplaat diep in en breek de plaat met een korte slag. Daarna snijd je het karton aan de achterkant door. Gebruik een handzaag als je niet over de hele lengte hoeft te werken. Dat werkt handig bij uitsparingen voor bijvoorbeeld deuren.

Scheidingswand van cellenbetonblokken
Cellenbetonblokken zagenJe kunt een scheidingswand ook opbouwen uit cellenbeton. Dit materiaal heeft als voordeel dat je het makkelijk kunt bewerken. Je kunt er bijvoorbeeld goed in zagen en je kunt het metselen en lijmen. Bovendien zijn cellenbetonblokken niet brandbaar, kunnen ze niet schimmelen en zijn ze vochtbestendig. Kortom, een prima materiaal voor het maken van scheidingswanden.

Profielen stellen
Eerst moet je profielen stellen. Gebruik hiervoor bij voorkeur rechte balken van 7,5 x 10 cm. dikte. De lengte wordt bepaald door de hoogte van de wand die je gaat maken. Plaats op de vloer een lat of een kunststof U-profiel (dikte: 38 mm., breedte: net zo breed als de cellenbetonblokken).

Nu markeer je op de vloer en de muren de plaats waar de scheidingswand moet komen d.m.v. het aanbrengen van twee lijnen waar de blokken tussen komen te staan. Gebruik je een U-liggerprofiel dan markeer je één lijn. Het profiel stel je tegen de zijkant van de markeerlijn of het U-profiel.

Deze moet je nu nog waterpas stellen. Gebruik daar twee schoren voor; één in de richting van de muur en één haaks erop. De schoren zet je vast met klosjes. Ga je een deurkozijn in de wand plaatsen, dan moet je dit ook met de schoren waterpas stellen.

Het lijmen van blokken
Voordat je de muur gaat opbouwen met blokken, teken je met een lange en rechte lat de lagenmaat van de blokken op de profielen af. Tel daarvoor de hoogte van het cellenbetonblok en ongeveer 2 mm lijmvoeg bij elkaar op. Nu kun je een metselkoord spannen ter hoogte van de lagenmaat. Zo zorg je voor een rechte, regelmatige wand.

Nu kun je beginnen met het opbouwen van de wand. Aan de onderkant van de eerste laag blokken hoef je geen lijm te smeren. De plinten zorgen er straks voor dat de blokken blijven liggen. En als je het U-profiel gebruikt blijven de blokken sowieso op hun plaats zitten. De verticale voegen tussen de blokken moeten wel gelijmd worden. Hiervoor gebruik je speciale mortellijm. Je koopt deze lijm in poedervorm, maakt hem zelf aan en brengt hem dan binnen enkele uren aan met een troffel. Verdeel de lijm met een lijmkam. De gemiddelde voegdikte is 2 mm.

Leg de blokken met lijm op de zijkanten op de lat of het U-profiel. Je tikt de blokken netjes op hun plaats met een rubber hamer. Lijm de blokken in ’half steensverband’ net als bij een gemetselde muur van bakstenen. Je kunt de blokken het beste op maat zagen met een speciale cellenbetonzaag, uiteraard te koop bij Formido.
Heb je één laag klaar, verplaats dan het metselkoord naar de volgende lagenmaat. Breng na drie lagen telkens veerankers aan in beide muren. Een andere mogelijkheid om de blokken aan de muur te verankeren, is de wand later met latten tegen de muur op te sluiten.
Bij wand- en plafondaansluitingen dient rekening gehouden te worden met een voeg van ± 10 mm. De voeg wordt gevuld met purschuim of dichtingsband. De plafondaansluiting zet je 60 cm. van de wanden af vast, daarna om de 120 cm..

Zorg ervoor dat er tussen de muren en de scheidingswand een voeg van 5 mm. openblijft. Daarin breng je stroken dichtingsband aan. De deurkozijnen zet je ongeveer om de 50 cm. vast met kozijnankers. De wandaansluiting kun je ook met behulp van kunststof U-profielen maken.

Vochtbestendig
Cellenbetonblokken zijn ook zeer geschikt voor een wandje in een badkamer. Ze zijn vochtbestendig en schimmelen niet.

Wil je deze informatie graag in een folder teruglezen, bekijk dan de KlusZo folder Scheidingswanden en print of download deze folder.