Recent toegevoegde artikel(en)
  • Product
  • Aantal
  • Prijs
  1. Er bevinden zich geen producten in je winkelwagen
Wijzig winkelwagen
Eindtotaal 0.-
Subtotaal (inclusief BTW) 0.-
BTW (%) 0.-

Zelf het dak bedekken

DakbedekkingOp deze pagina beschrijven we stapsgewijs waar je rekening mee moet houden als je kiest voor dakbedekking met bitumineuze producten, met golfplaten, met shingles of met vloeibare dakbedekking. We beginnen met de algemene voorbereiding. Daarin worden o.a. de verschillende materialen besproken. Vervolgens behandelen we het aanbrengen van nieuwe dakbedekking en het uitvoeren van reparaties aan het dak.

Tot slot behandelen we de afvoer van het hemelwater. Je hoeft trouwens niet alles aan te schaffen, sommige gereedschappen kun je bij Formido ook huren. Mocht je na het lezen van deze KlusZo nog vragen hebben over dakbedekking en/of hemelwaterafvoer, dan kun je daarmee altijd terecht bij de servicebalie in onze winkel. Onze medewerkers zullen je graag verder helpen.

Voor welke dakbedekking ga jij?
Bitumineuze dakbedekking is makkelijk te verwerken, sterk en licht. Dat betekent dat het erg geschikt is voor platte daken, maar het kan ook goed voor hellende daken gebruikt worden. Maar je kunt natuurlijk ook kiezen voor golfplaten. Omdat het van belang is het goede materiaal te kiezen voor jouw klus, geven we je hieronder een toelichting op de verschillende dakbedekkingsmaterialen.

De materialen
Dakbedekkingsmaterialen kunnen op verschillende manieren gegroepeerd worden. Als we ze indelen naar bevestigingswijze, ontstaat het volgende schema. Daarin ziet je de termen eenlaagse en meerlaagse dakbedekking. ‘Eenlaagse dakbedekking’ kan gebruikt worden voor bergingen, garages en dergelijke. ‘Meerlaagse dakbedekking’ is noodzakelijk voor ruimten die bewoond worden.

Dakbedekking deel 1 

Dakbedekking deel 2

De hoeveelheid materiaal
Omdat er zoveel verschillende soorten dakbedekkingsmateriaal zijn, kunnen we je alleen adviseren de hoeveelheid goed te berekenen voordat je het materiaal van jouw keuze gaat kopen. Houd er daarbij rekening mee dat je voor dakbedekkingsmateriaal op rollen (altijd 100 cm. breed) uit moet gaan van een dekkende breedte van 90 cm. De banen moeten elkaar namelijk allemaal 10 cm. overlappen. Daarbij maakt het niet uit of je een onderlaag aanbrengt of een bovenlaag. Ook golfplaten en shingles moeten elkaar overlappen.

Dak niet horizontaal
Voordat je het dak gaat bedekken, moet het dak zelf goed in orde zijn. Daarbij is het van belang te weten dat een ‘plat’ dak nooit helemaal horizontaal mag zijn. Dan zou immers het regenwater op het dak blijven liggen. Het dak moet daarom afwateren en daarvoor moet je afschot aanbrengen en een hemelwaterafvoer. Mocht die afvoer verstopt raken, dan moet het water over de rand weg kunnen.

Boeideel en mastiekschroot
BoeideelHeb je een houten dakvloer, dan kun je de randen afwerken met een boeideel. Zo’n boeideel breng je horizontaal aan en je laat het een stuk boven de dakvloer uitsteken. De kopse kanten van de houten balken steken iets buiten de gevel uit, zodat er tussen het boeideel en de gevel een ventilatiespleetje ontstaat. Daarmee heb je dus een rand gecreëerd van 90o. Omdat dat een te scherpe hoek is voor de dakbedekking (kans op beschadiging), breng je tegen het boeideel nog een mastiekschroot aan, een lat die de hoek terugbrengt tot 45o.

Vanzelfsprekend zorg je er verder voor dat de ondergrond waarop je gaat werken goed schoon en droog is. Repareer alle barsten, scheuren en oneffenheden; met een gladde ondergrond krijg je het beste resultaat.

Plak- of spijkerbare dakbedekking

  1. Dakisolatie breng je in een halfsteensverband aan. De platen hoeven niet vastgemaakt te worden op het dak, maar zorg er wel voor dat er geen kieren ontstaan tussen de platen.
  2. Leg een eerste strook van 15 cm. aan de randen van het dak. Omdat je daar te maken hebt met het boeideel en de mastiekschroot, moet je deze ook meerekenen bij het snijden van de strook. Een voorbeeld: als het boeideel 4 cm. dik is en de mastiekschroot 10 cm. hoog snij je stroken van 29 cm.
  3. Sla de stroken met spijkers vast op het boeideel, steeds na 30 cm. Plak de overlappende delen vast met daklijm.
    Let op: ook hier overlappen de stroken elkaar 10 cm.
  4. Snijd bij alle hoeken (binnen- en buitenhoeken) de stroken schuin in. Plak ze eerst vast en snijd daarna de overtollige delen langs het boeideel weg.
  5. Als je alle randen hebt voorzien van de stroken isolatiemateriaal, kun je de daktrim op de boeidelen plaatsen. Omdat de daktrim van aluminium is, is hij makkelijk te buigen. Plaats eerst de hoeken en zaag daar de trim aan beide kanten onder 45o in. De rest kun je gewoon buigen. Werk met stukken van ongeveer 200 cm. en zet de trim vast met roestvrije schroeven. Tussen de stukken van 200 cm. laat je 2 mm. speling, zodat er ruimte is voor uitzetten. Zet de trimstukken met koppelstukjes aan elkaar.
  6. Nu kun je de rest van het dakvlak voorzien van de isolatie. Je begint met een halve baan en zorgt ervoor dat alle stroken elkaar steeds 10 cm. overlappen. Alle overlappingen lijm je vast met daklijm en je zet ze met asfaltnagels ook om de 10 cm. vast in de dakvloer.

Toplaag aanbrengen
Hierna kun je de toplaag gaan aanbrengen. Wanneer je je daarop voorbereidt op de grond, kun je later op het dak makkelijker uit de voeten. De voorbereiding bestaat eruit dat je de banen van de toplaag al op de juiste lengte snijdt en dat je die banen - zo mogelijk - om een pijp rolt. Op het dak is de baan dan makkelijk af te rollen.

  1. Nu bevestig je het materiaal eerst op het dakvlak, hier doe je de dakranden pas aan het eind.
  2. Leg de rol voor je en brand het eerste deel van de baan vast. Beweeg de brander steeds rustig langs de kleeflaag, totdat je ziet dat deze smelt. Geef de rol steeds gelijkmatige, rustige duwtjes als er weer een deel van de kleeflaag gesmolten is.
  3. Met de volgende banen overlap je de vorige steeds 10 cm. Als je over moet gaan op een nieuwe baan, laat de volgende dan 15 cm. over de vorige overlappen.
  4. Wanneer je het dakvlak helemaal hebt bedekt, snijd je stroken voor de kanten. Daarna behandel je de groeven van de daktrim voor met grondverf (dakprimer). Hierna schuif je de stroken in de groeven en je brandt ze vast. Tot slot sluit je de groef met reparatie-pasta.

Dakdelen repareren
Als een deel van een dak dat met plak- of spijkerbare dakbedekking is bedekt gerepareerd moet worden, ga je als volgt te werk. Je verwijdert allereerst de daktrim. Daarna maak je het dak goed schoon. Dat betekent ook dat je het grind en de losse leislag moet verwijderen dat eventueel op het dak ligt.

Op de plaatsen waar de bitumen dakbedekking kapot is, verwijder je de toplaag en de eventuele onderlagen. Dan breng je een laag dakprimer aan en als die droog is, kun je de nieuwe bitumenlaag of lagen gaan aanbrengen. De nieuwe banen leg je zonder overlap, dus tegen elkaar aan. Ga verder te werk zoals hierboven is beschreven.

Vloeibare dakbedekking
Maak je gebruik van vloeibare dakbedekking, dan moet je eerst een laag dakprimer aanbrengen. Daarvoor gebruik je een zogenaamde luiwagen of trekker. Die komt ook weer van pas als je de vloeibare dakbedekking gaat aanbrengen. De eerste laag moet ongeveer 1,5 mm. dik zijn. Laat de
eerste laag goed uitharden voordat je de tweede laag gaat aanbrengen (het uitharden duurt ongeveer 24 uur). Ook de tweede en eventueel derde laag breng je weer aan met de luiwagen of trekker. Deze lagen moeten ongeveer 0,5 mm. dik zijn. Eventueel kun je hieroverheen nog leislag strooien, maar dat is niet noodzakelijk.

Met vloeibare dakbedekking kun je ook kleine beschadigingen repareren op een dak waarop al eerder vloeibare dakbedekking is aangebracht of een andere vorm van bitumineuze dakbedekking.

Shingles
ShinglesHeb je een vrij plat dak (minder dan 30o) dan moet je onder shingles eerst een onderlaag aanbrengen. Helt het dak meer dan 30o, dan kun je ze rechtstreeks op het dakbeschot aanbrengen. Wij adviseren je echter om altijd een onderlaag aan te brengen. Daarmee begin je aan de onderrand van het dak. Met een halfronde lat kun je de strook vastzetten. Je trekt de strook daarna omhoog en spijkert hem om de 10 cm. vast met asfaltnagels. Breng de overige banen aan in dezelfde richting als de planken van het dakbeschot en spijker ook deze banen vast met asfaltnagels. Werk steeds tot 10 cm. over de nok, op die nok liggen dan uiteindelijk twee lagen. Als je het hele dak voorzien hebt van de onderlaag, kun je de shingles gaan aanbrengen.

  1. Leg de eerste rij langs de dakrand, met de inkepingen omhoog. Spijker de shingles steeds links en rechts naast de inkepingen vast. Hierna werk je steeds met de inkepingen omlaag, waarbij je de volgende shingles steeds een halve shingle laat verspringen, zowel horizontaal als verticaal. Gebruik daarvoor een centimeter.
  2. Voor de nok snijd je nokstroken uit dakshingles. Bij de hoeken snijd je de nokstukken schuin af en daar waar je moet buigen, maak je de stukken eerst warm met een hobby-brander. De nokstukken moeten elkaar steeds 5 cm. overlappen en worden allemaal met twee nagels vastgespijkerd. Daarna plak je ze nog vast met reparatiepasta.
  3. Wil je de zijranden mooi afwerken, dan kun je een windveer met deklijst gebruiken. Bij de nok kun je de deklijst waterdicht maken met een stuk lood of zink.

Een shinglesdak is te repareren door oude shingles te vervangen voor door nieuwe shingles.

Golfplaten
Zaag de golfplaten eerst op maat op een vlakke ondergrond met een fijngetande zaag. Schroef daarna als je kunststof golfplaten gebruikt, de eerste platen vast op de ondergrond van latten. In de golftop maak je daarvoor boorgaten die 1 mm. groter zijn dan de speciale golfplaatschroeven die je gebruikt.
Deze golfplaatschroeven hebben een kunststof ring, waardoor het schroefgat waterdicht is afgesloten. Bovendien schroef je de randen en de delen die overlappen ook vast op de golftoppen (het hoogste punt van de golf).

Leg de platen dakpansgewijs en laat ze elkaar in de lengte tenminste 10 cm. overlappen. In de breedte laat je ze elkaar tenminste één golf overlappen. Gebruik je gebitumineerde golfplaten in plaats van kunststof, dan moeten de overlappen 15 cm. in de lengte bedragen en twee golven in de breedte.

Golfplaten kun je ook gebruiken voor het maken van een afdak of wanden. Je brengt ze altijd aan op latten die je steeds op maximaal 60 cm. van elkaar hebt aangebracht.

Een voordeel van een golfplaten dak of wand is dat je makkelijk een deel kunt vervangen als er eens iets kapot gaat. Je verwijdert de oorspronkelijke plaat en brengt de nieuwe (zelfde maat zagen) op dezelfde manier aan.

Hemelwaterafvoer
DakgootGoede afvoer van het hemelwater is essentieel voor een dak dat lang mee moet gaan. In de beschrijving van het dakbedekken is al aangegeven dat een dak nooit echt plat mag zijn. Bij daken van golfplaten is een goot het geëigende middel om af te wateren. Hieronder beschrijven we hoe je zo’n goot het beste kunt bevestigen. We gaan daarbij uit van een halfronde mastgoot, waarvoor je speciale golfplaat-gootbeugels kunt gebruiken. Voor het op maat maken van de goot en van de regenpijp gebruik je een ijzerzaag en een verstekbak.

  1. Bereken allereerst hoeveel de goot moet aflopen in de richting van de regenpijp. Ga daarbij uit van een helling van tenminste 2,5 mm. per meter goot. Een goot van 5 meter lengte, moet dus 12,5 mm. aflopen.
  2. Monteer de eerste en de laatste beugel, waarbij je de laatste naast de aansluiting op de regenpijp plaatst. Deze speciale golfplaat-gootbeugels schroef je vast tegen de kantplank. In ons voorbeeld zit de eerste beugel dus 12,5 mm. hoger dan de laatste.
  3. Hierna span je een touw strak tussen de eerste en de laatste beugel. De overige beugels bevestig je dan steeds tegen de draad aan en daarmee weet je zeker dat je goot goed afloopt naar de regenpijp toe. De maximale ruimte tussen de verschillende beugels is 60 cm.
  4. Je kunt nu de gootdelen aan de lippen van de gootbeugels ophangen. Buig die lippen niet te ver om; de goot moet kunnen uitzetten en krimpen.
  5. De verschillende gootdelen kun je aan elkaar lijmen met hard-pvc-vullijm, nadat je ze met spiritus ontvet hebt.
  6. Zet de goot bij de aansluiting op de regenpijp wel goed vast om het wegduwen van de regenpijp te voorkomen. Dat kan door een uitsparing te zagen in de goot, waarin je de lip flink vastduwt.


Ruzie tussen teer en bitumen
Repareer nooit een dak op basis van teer met bitumen. Die twee houden niet van elkaar.

Ergernis voorkomen
Een hobbybrander is niet geschikt voor het vastbranden van dakbedekking. Als je direct een professionele propaanbrander bij Formido huurt, voorkom je ergernis.

Folie niet verwijderen
De folie op rollen dakbedekking is eigenlijk alleen bedoeld om aan elkaar plakken in de verpakking te voorkomen. Maar je hoeft de folie niet te verwijderen: deze verbrandt bij de montage.

Staande rollen
Sla rollen dakbedekking niet liggend op. Op de verpakking staat hoe het wel moet.

Gewichten gebruiken
De daklijm die je gebruikt bij het bevestigen van bitumen dakbedekking zorgt ervoor dat de bitumenlagen in elkaar versmelten. Dat gaat stukken beter als je er tijdelijk zware gewichten, bijvoorbeeld tegels, op aanbrengt.

Geen obstakels
Een dak moet overal netjes afwateren. Leg de naden dus zo dat er geen obstakels ontstaan voor het hemelwater.

Extra laag
Op ‘gevoelige plekken’ zoals randen en onderbrekingen, komt altijd één laag dakbedekkingsmateriaal meer dan op het gewone dakvlak.

Tuintegels op het dak
Als je houten tuintegels op het gebitumineerde dak legt, is het goed beloopbaar. Bovendien bescherm je het dak ermee tegen de ultraviolette straling van de zon.

Lange dakgoot
Wordt je dakgoot langer dan 5 meter, gebruik dan een verzamelbak met overloop.

Wil je deze informatie graag in een folder teruglezen of weten hoe je je hele huis kunt isoleren, bekijk dan de KlusZo Dakbedekking en print of download deze folder.