Recent toegevoegde artikel(en)
  • Product
  • Aantal
  • Prijs
  1. Er bevinden zich geen producten in je winkelwagen
Wijzig winkelwagen
Eindtotaal 0.-
Subtotaal (inclusief BTW) 0.-
BTW (%) 0.-
  • Winkelhaak
  • Rolmaat
  • Aluminium tape
  • Ondervloer
  • Decoupeerzaag
  • Potlood
  • Legset
  • Formido KlusZo folder
  • Plintenknipper
  • Laminaat snijder

Altijd handig bij deze klus!

Vloeren

De Klushulppagina Vloeren beschrijft waar je rekening mee dient te houden als je een vloer gaat leggen. Zo tref je hier een aantal tips, een 'Altijd handig lijstje' met niet te vergeten producten en KlusZo folders met een volledige beschrijving aan. Zo bereid je ieder vloertje leggen goed voor.

 

Informatie over laminaat

  • De ondervloer

Voor een mooie parketvloer hebt u een goede ondervloer nodig. Die moet in alle gevallen vlak en droog zijn.

Houten vloeren:
1. Als uw houten ondervloer kraakt, moet u de planken vastzetten. Draai daarvoor snelbouw- of spaanplaatschroeven van 50 mm naast de spijkers door de planken. Sla spijkers die uitsteken dieper in met een drevel.

2. Leg altijd een tussenvloer over een houten vloer. Is de houten vloer vlak, dan is hardboard voldoende. Bevat de houten vloer holle planken, leg dan eerst zachtboard vloerplaten, daarover hardboard. Zijn er behoorlijk grote hoogte-verschillen in uw houten vloer, leg er dan underlayment (een zware kwaliteit multiplex) of 20 mm spaanplaat over.
a. Al deze materialen brengt u op dezelfde manier aan (hardboard met de ruwe zijde boven):
- leg de naden van de tussenvloer diagonaal op de naden van de houten vloer;
- laat tussen de platen een voeg open van 2 tot 3 mm;
- laat tussen de wanden en de tussenvloer een voeg open van 10 mm.
b. Afhankelijk van het materiaal kiest u de volgende bevestigingsmethode:
- laat zachtboard los liggen (dus niet verlijmen);
- spijker hardboard om de 10 cm vast over de gehele plaat, begin in het midden van elke plaat en werk naar de randen toe;
- zet underlayment en dikke spaanplaat om de 25 cm vast over de gehele plaat, met snelbouwschroeven van 40 mm.

Vloeren van beton, granito, keramische tegels of natuursteen:
1. Maak uw vloer vlak en glad:
a. hak de oneffenheden weg;
b. vul grote gaten op met mortel (1 deel cement op 3 delen zand);
c. vlak de vloer uit met een egalisatiemiddel;
d. laat de vloer goed drogen (minimaal 24 uur).

2. Als uw vloer vochtig is en niet echt droog wordt, kunt u een kunststof folie op de ondervloer leggen:
a. leg de banen van de folie zo dat ze elkaar flink overlappen (minimaal 30 cm.);
b. plak de naden vast met aluminium tape;
c. zet de folie op tegen de wanden (later verdwijnt deze folie achter de plint).

3. Leg hierna bij voorkeur een tussenvloer van zachtboard. Laat tussen de platen een voeg open van 2 tot 3 mm en tussen de wanden en de tussenvloer een voeg van 10 mm. U hoeft het zachtboard niet vast te zetten op de ondervloer.

  • Parket kopen

1. Beslis welke soort parket u wilt kopen: massief of gelamineerd parket, stroken, vierkante tegels of smalle deeltjes. Als u dat weet, kunt u gaan berekenen hoeveel u nodig hebt.

2. Maak daarvoor een tekening met daarop de maten van de ruimte waarin u het parket gaat leggen. Meet met een goede duimstok de ruimte op en zet de maten in de tekening. Meet steeds van muur tot muur en meet altijd twee maal, om fouten te voorkomen.

3. Parket koopt u per pak. Op de pakken is vermeld hoeveel m2 erin zit. Bij stroken (afbeelding 1) berekent u het aantal benodigde m2 door de breedte x de lengte van een ruimte te nemen. Hierbij moet u rekening houden met verlies door zagen (1m2 per 25m2 indien het parket recht gelegd wordt).
Bij parkettegels (afbeelding 2) neemt u de breedte en de lengte van een ruimte. Beide deelt u door het formaat van één tegel. Houdt u een halve tegel of meer over, dan heeft u hiervoor een hele extra tegel nodig. Houdt u 1/3 tegel over dan gaan er twee passtukken uit een hele tegel. Worden de parkettegels diagonaal gelegd, houd dan
rekening met 2m2 extra per 25m2.

  • De klus zelf

Hoe u het parket ook gaat leggen, lees altijd vooraf goed de leginstructie die bijgeleverd wordt! Hieronder aandacht voor vier verschillende toepassingsmogelijkheden:
- strokenparket;
- parkettegels;
- houtvloktegels;
- een visgraatvloer.
Bovendien besteden we in dit hoofdstuk aandacht aan het maken van uitsparingen voor buizen en dergelijke.

  • Stapsgewijs stroken parket leggen

1. Haal de plinten weg. Plaats langs de wanden stroken spaanplaat van 10 mm dik waar u tegenaan kunt werken (afbeelding 3). Laat ook ruimte vrij langs drempels en
leidingen, dan zal het parket daar nooit bol gaan staan.

2. Wanden zijn nooit kaarsrecht, span daarom een strakgespannen draad langs de muur (afbeelding 4). Doe dit zorgvuldig, anders krijgt u kieren tussen de stroken.

3. Parketstroken hebben een tong en een groef. Die passen in elkaar waardoor een naadloos geheel ontstaat. Leg de eerste baan langs de draad, met de groef naar de wand.

4. Teken de stroken af met een scherp potlood langs de winkelhaak (afbeelding 5).

5. Maak de stroken korter met een scherpe fijngetande (kap-)zaag. Werkt u met een decoupeerzaag dan moet u de stroken aan de onderzijde aftekenen en afzagen. Gebruik daarvoor een speciaal laminaatzaagje.

6. Breng volgens de leginstructie plaatselijk of langs de gehele veer lijm aan. Klop de parketstrook in de voorgaande met behulp van een afvalstukje om beschadiging te voorkomen (afbeelding 6). Verwijder overtollige lijm direct met een vochtige doek.

7. Druk korte eindstroken aan met een hielijzer. Plaats een houtje tegen de muur om beschadigingen te voorkomen (afbeelding 7).

8. Lijm de voorlaatste strook nog niet vast, daarvan maakt u de passtrook (afbeelding 8):
a. plaats de voorlaatste strook;
b. leg een volgende strook op die voorlaatste en druk hem tegen de spaanplaat die u tegen de wand hebt aangebracht;
c. trek langs deze strook met een scherp potlood een lijn op de voorlaatste strook;
d. neem de voorlaatste strook op en zaag deze langs de potloodlijn op maat (dit is nu de passtrook);
e. lijm nu een hele strook vast;
f. lijm de passtrook vast en druk hem aan met een koevoet.

9. Verwijder de stroken spaanplaat die u langs de wanden had gezet.

  • Stapsgewijs een visgraatvloer leggen

Het leggen van een visgraatvloer vergt enorme precisie. Deze stroken hebben steeds aan één korte kant en aan een lange kant een tong en aan de andere korte kant en de andere lange kant een groef. Ga bij het leggen als volgt te werk.

1. Verwijder de plinten. Zet langs de wanden stroken spaanplaat van 10 mm dik waar u tegenaan kunt werken. Laat ook ruimte vrij (min. 10 mm.) langs drempels en leidingen, dan zal het parket daar nooit bol gaan staan.

2. Zet op de vloer een vlak uit met vier haakse hoeken. Dat doet u met draden en een winkelhaak. Zorg ervoor dat u tussen de draden en de wanden een ruimte vrijhoudt die niet breder mag zijn dan één parketdeeltje plus een voeg van 10 millimeter.

3. Maak nu een hulpdriehoek van een stuk multiplex of hardboard. Zaag een vierkant dat even lang is als een parketstrook. Zaag het vierkant diagonaal doormidden (afbeelding 9).

4. Bestrijk het deel van de vloer waar de eerste twee banen komen, over ongeveer een meter met een middelfijne lijmkam, met lijm. Lijm daarna ook steeds ongeveer een meter tegelijk.

5. Plaats de hulpdriehoek met de tophoek precies onder de startlijn, de basis precies langs de draad bij de wand. Leg de eerste twee stroken in de lijm en schuif ze tegen de zijden van de driehoek. Gebruik als u een volgende baan begint steeds de driehoek (afbeelding 10).

6. Zaag passtukken voor de randen zó dat ze minstens één centimeter buiten de draad steken. Teken daarna alle passtukken in één keer langs de draad af. Gebruik daarbij een kaarsrechte lat. Nummer ze na het zagen op de achterkant (afbeelding 11).

7. Leg tot slot de stroken langs de wanden. Zaag ze in de lengte bij om het verloop van de wanden te volgen. Houd aan alle zijden 10 mm speling ten opzichte van de wand (afbeelding 12).

8. Verwijder (na ± 12 uur) de stroken spaanplaat die u langs de wanden had gezet.

  • Uitsparingen voor buizen

Uitsparingen voor buizen en voetjes van radiatorsteunen moeten rondom minimaal 5 mm. groter worden gemaakt in verband met het uitzetten en krimpen van de vloer.

1. Geef de plaats aan waar de uitsparingen moeten komen. Daarvoor meet u nauwkeurig de buisdiameter en de afstanden van de buizen tot het omringende parket op en tekent u deze maten af op de strook parket (afbeelding 13).

2. Boor gaten van de juiste diameter met een speedboor (maak het gat zoals gezegd 5 mm. groter). Leg een stukje hout onder het boorgat om splinteren te voorkomen.

3. Zaag de strook doormidden over het midden van het boorgat en parallel aan een van de zijden van de strook (afbeelding 14).

4. Lijm de twee helften aan elkaar vast (afbeelding 15).

  • Lakken

Een aantal parketsoorten moet u (indien de leverancier dit voorschrijft) nabehandelen met een parket- of kurklak. Het prettigst werkt u dan met een lak op waterbasis (stevig en bijna reukloos). Parketsoorten die een olie- of waslaag hebben, behandelt u met een vloerolie. Bij dit alles geldt: lees voor u met de lak of olie aan de slag gaat goed de gebruiksaanwijzing. Laminaat hoeft u nooit af te werken, dit is al voorzien van een afwerklaag.

  • Plinten aanbrengen

Zet plinten nooit strak op de vloer, maar laat ongeveer 1 mm ruimte open. Leg daarvoor dunne stroken karton op de vloer voordat u de plinten plaatst. Zet de plinten vast met stalen nagels en pluggen (nooit met spijkers op de vloer). Verwijder tot slot de dunne stroken karton.

  • Beschadigingen herstellen

1. Steek voorzichtig vanuit het midden met een scherpe beitel het beschadigde deel weg. Let op bij de randen! (afbeelding 16).

2. Snij de zachtboard tussenvloer weg als het parket hierop gelijmd is of verwijder de lijm van de tussenvloer.

3. Breng zonodig een nieuw stukje zachtboard aan.

4. Verwijder de onderzijde van de groef en aan een zijde de veer (afbeelding 17).

5. Breng met een lijmkam lijm aan op de onderzijde van het parketdeel.

6. Plaats het nieuwe deel door de resterende veer in de groef te schuiven. Breng het nieuwe deel op zijn plaats en klop dit aan met een rubber hamer. Verzwaar de plek tijdelijk, totdat de lijm droog is.

  • Geluid dempen

Een zachtboard tussenvloer is een goede geluiddemper. Praktisch als u een parketvloer wilt leggen op een verdieping of in een flat.

  • Vochtige kruipruimte

Heeft u een vochtige kruipruimte onder een houten vloer, gebruik dan een tussenvloer met een waterdichte isolatie zoals noppenfolie of piepschuim. Als alternatief kunt u een vochtscherm op de ondervloer aanbrengen.

  • Krimpen en zwellen

Hout kan krimpen of zwellen, omdat het een natuurprodukt is en blijft. U beperkt het zwellen en krimpen van de vloer door het parket tenminste 48 uur voordat u het gaat leggen, in huis te halen. Zet het dan in de ruimte waar u het gaat leggen en haal het niet uit de verpakking.

  • Bewaren om te herstellen

Als u de delen parket die u overhoudt, bewaart, kunt u er later beschadigingen mee herstellen.

  • Plinten

Er zijn allerlei verschillende soorten plinten bij Formido te koop. Als u nieuwe plinten wilt aanbrengen, kunt u die tegelijk met het parket kopen.

  • Geen schoenen bij het leggen

Draagt u schoenen tijdens het leggen van parket, dan kunt u daarmee het nieuwe parket beschadigen. Voorkom dat door op sokken te werken of gymschoenen te dragen.

  • Zelf een winkelhaak maken

Maak een grote (bouw-)winkelhaak van drie latten. Zet ze met zes spijkers vast. Zorg ervoor dat het korte been precies 60 cm is, het lange 80 cm en de schuine zijde exact 100 cm.

  • In de lengte, breedte of diagonaal

Als u stroken of tegels diagonaal legt, lijkt de ruimte groter. Legt u stroken in de lengterichting van de kamer, dan lijkt deze langer en smaller te worden; legt u ze in de breedte richting dan lijkt de kamer breder en korter.

  • Voorkom beschadigingen

Voorkom beschadigingen van uw parketvloer door vilt- doppen aan te brengen onder de poten van het meubilair.

  • Geen drempels

Als u een dikke tussenvloer nodig hebt, kan de vloer boven de drempels uitkomen. Verwijder in dat geval de drempel en leg de vloer tot onder de deuren (misschien moet u de onderkant van de deur ook even afschaven).

  • Overgang naar andere vloerbedekking

Werk de randen van het parket - bij overgangen naar andere vloerbedekking - af met een aluminium stootrand.

 

 

Informatie over houten vloerdelen

  • De voorbereiding

Met een vloer van houten vloerdelen haalt u een vloer met een heel eigen karakter in huis. Door het werken van hout onder invloed van temperatuur en luchtvochtigheid kunnen er kieren ontstaan, zo ontstaat er een vloer met een landelijke uitstraling. En met vloerbeits of lak, blank of met een kleur, maakt u een vloer die in uw interieur past.

Formido heeft meerdere soorten vloerdelen in haar assortiment waaronder: vuren en grenen. Grenen heeft roodbruin kernhout, vuren is meer geel/beige. Het verschil zit ‘m niet alleen in de kleur. De vuren delen zijn prima geschikt voor constructieve klussen: het maken van dakbeschot, schuttingen, een vliering en voor het maken van een houten ondervloer die later wordt belegd met vloerbedekking naar keuze zoals tapijt, kurk of parket.

Voor een “loopvloer” zijn alleen de grenen vloerdelen bedoeld. De grenen vloerdelen zijn decoratief en hebben een rustige tekening en een aantal knoesten.

  • De ondervloer

Voor een mooie houten vloer heeft u een goede ondervloer nodig. Die moet in alle gevallen vlak, droog en stabiel zijn. Een houten vloer kan worden gelegd op balklagen of houten regels. Tegels of plavuizen mogen als ze goed vlak zijn gelegd blijven liggen. Bij een houten vloer op een balklaag moet u rekening houden met het doorbuigen van de vloer.

  • Isolatie

Om optrekkend vocht tegen te houden is het verstandig een isolerende laag aan te brengen.
Controleer eerst of de luchtgaten in de muur nog open zijn. Zo niet, zorg dan dat er ventilatie onder de vloer komt om houtrot in balken en vloerdelen tegen te gaan. Bij een open vloerconstructie kunt u tussen de balken of aan de onderkant isolatiemateriaal aanbrengen. Gebruik hiervoor platen van geëxpandeerd polystyreenschuim, glas- of steenwol. Snijd de platen net iets groter dan de ruimte tussen de balken, zodat u de platen ertussen kunt klemmen. Een betonnen ondervloer isoleert u eerst met dampdichte kunststoffolie.
Daarnaast is het aan te raden stroken naaldvilt van ca. 1 cm dik aan te brengen tegen “loopgeluid”. Die bevestigt u met kopnageltjes of contactlijm.

  • Vloerdelen kopen

1. Bereken hoeveel hout u nodig heeft door een tekening te maken met daarop de maten van de ruimte waarin u de vloerdelen gaat leggen. Meet met een goede duimstok de ruimte op en zet de maten in de tekening. Meet steeds van muur tot muur en meet altijd twee maal om fouten te voorkomen.

2. Deel de breedtemaat van de ruimte door de breedtemaat van de vloerdelen. Meet hiervoor de werkende breedte van het vloerdeel op, niet de werkelijke breedte (afbeelding 1).

Een voorbeeld:
Uw kamer is 4 x 5 meter. De vloerdelen zijn 82 mm. 4000 mm gedeeld door 82 mm = 48,78. dat betekent dat u 49 vloerdelen nodig heeft die 5 meter lang zijn, ofwel (49 x 5 meter) 245 strekkende meter vloerdelen.

3. Koop altijd wat meer dan u werkelijk nodig heeft. U moet tenslotte ook rekening houden met wat materiaalverlies bij het op maat maken. En als u wat vloerdelen overhoudt, kunt u die later gebruiken voor eventuele reparaties.

  • Stapsgewijs houten vloerdelen leggen op houten regels of een balklaag

Verwijder allereerst de plinten en drempels en kort de deuren in tot 5 of 10 mm vrij boven de nieuwe vloer. Voor het verwijderen van oude vloerdelen steekt u een beitel tussen twee planken op een plek waar ze gespijkerd zijn. Haal één vloerdeel los en met een koevoet of een klauwhamer breekt u alle oude vloerdelen uit. Verwijder tot slot alle spijkers uit de balken.

De bevestiging van vloerdelen op houten regels of op balken wijkt niet van elkaar af.
Een vloer op houten regels kunt u egaal en strak leggen, bijvoorbeeld op een betonnen ondervloer of een vloer van tegels of plavuizen. Door onder de ribben of tussen de balken een viltlaag en isolatiemateriaal te leggen isoleert u tegen geluid en warmteverlies.

Zet de houten regels op gelijke afstand uit. Maximaal op 40 cm afstand van elkaar. Zorg dat ze vrij blijven van de wand (afbeelding 2).

Begin met het eerste vloerdeel aan een van de lange kanten van het vertrek. Leg het met de groef naar de wand. Laat tussen wand en vloerdeel een kleine opening van ca. 1 à 1,5 cm. vrij, dan krijgt de vloer de gelegenheid te werken. Plaats als hulpmiddel hiervoor afstandsblokjes of een stukje spaanplaat tegen de wand (afbeelding 2). De kieren worden later aan het oog onttrokken door de plinten.

De stuiknaden, daar waar de koppen van twee vloerdelen elkaar raken, moeten in het midden van de balkbreedte vallen. Gebruik voor het afzagen een handzaag en brede verstekbak of een verstekgeleider, zodat de delen precies haaks worden ingekort en er geen open naden ontstaan. Schuur zaag- en schaaf-rafels zorgvuldig weg. Laat de stuiknaden verspringen over de verschillenden regels of balken (afbeelding 3).

  • Uitsparingen voor buizen

Vloerdelen kunt u verdekt vastnagelen of loodrecht door het hout in het houtoppervlak spijkeren of schroeven. De methode van verdekt of “blind spijkeren” laat geen zichtbare spijkerkoppen achter, u slaat ze schuin weg in de messing onder een hoek van 45 graden (afbeelding 4). Doe dit zéér nauwkeurig aangezien u anders het risico loopt de messing te beschadigen of dat de messing afbreekt. Gebruik dunne spijkers met een verloren kop, die laten zich makkelijk weg drevelen. Er mogen geen koppen buiten het messingprofiel blijven steken.

Het loodrecht spijkeren heeft de voorkeur. De vloerdelen worden zeer stevig bevestigd in het houtoppervlak en zo zullen de vloerdelen niet los werken. De zichtbare spijkers horen bij het karakter van de vloer.

Als de houten vloer met bedekkingsmateriaal wordt afgewerkt, kunt u de vloerdelen ook stevig vastschroeven in het houtoppervlak. Gebruik hiervoor universeel schroeven of spaanplaatschroeven met draad tot vlak onder de kop. Driekwart van de lengte van de schroef moet in de regel/balk terecht komen. Een elektrische schroef/boormachine is aan te raden bij deze klus.

Maak van het voorlaatste deel het pasdeel (afbeelding 5).
a. Plaats het voorlaatste deel
b. Leg het volgende deel op de voorlaatste en druk hem tegen de spaanplaat die u tegen de wand hebt aangebracht.
c. Trek langs dit deel met een scherp potlood een lijn op het voorlaatste deel.
d. Neem het voorlaatste deel op en zaag deze langs de potloodlijn op maat. Dit is nu het pasdeel.
e. Plaats de beide stroken en druk ze aan met een koevoet.
f. Haal tot slot de spaanplaten langs de wanden weg.

Uitsparingen voor buizen en voetjes van radiatorsteunen moeten rondom 1 centimeter groter worden gemaakt in verband met het uitzetten en krimpen van de vloer. U voorkomt dan dat de vloer bol gaat staan. Gebruik voor het uitzagen van uitsparingen altijd een fijngetande zaag.

  • Lakken of beitsen

1. Schuur eerst de vloer met een middelgrof schuurpapier op een blokje of een schuurmachine. Doe dat in de lengterichting van het hout. Schuur op deze manier alle scherpe randen weg.

2. Schuur het hout na met fijn schuurpapier.

3. Breng de eerste laag vloerlak of beits iets verdund aan (1/5 deel terpentijn, 4/5 deel lak of beits). Dan trekt de lak of beits goed in het hout, waardoor een betere hechting ontstaat. De houtnerf zal nog wel wat ruw optrekken, maar de vloer wordt mooi glad als u verder gaat. Neem een goede langharige kwast of mohair lakroller die niet te klein is (type “ovaal” of “plat”).

4. Schuur de vloer licht na in de lengterichting van het hout.

5. Breng ten minste nog twee lagen lak of beits aan. Lees altijd eerst de gebruiksaanwijzing en laat de lagen voldoende uitharden en schuur ze licht op voordat u de volgende laag aanbrengt!

  • Dekkende vloerbeits of verf

Als u dekkende beits of verf aan wilt brengen, kunt u de messing en groef het beste verven vóórdat u de vloerdelen legt. Mocht de vloer gaan werken, dan komen er geen opvallende naden tevoorschijn. Gebruik bij acrylbeits altijd een acrylroller.

  • Plinten aanbrengen

Plaats tenslotte de plinten tegen de wand en zet ze vast.

  • Onderhoud

Gelakte en gebeitste vloeren hebben weinig onderhoud nodig. Droog afstoffen, stofzuigen of afnemen met een vochtige doek is voldoende. Gemorste vloeistof kunt u het beste direct met een natte doek opnemen. Er zijn speciale lakonderhoudsproducten in de handel om de vloer af en toe op te frissen.

  • Afvalstukje als aandrijfklosje

Een klein afvalstukje van een vloerdeel is prima te gebruiken als aandrijfklosje. De groef past op de messing van het te bevestigen vloerdeel. Hiermee beschadigt u het verbindingsprofiel van de delen niet.

  • Geen harde lak

Voor grenen vloerdelen zijn niet al te harde lakken het meest geschikt. Ze zijn onder de naam vloerbeits bij Formido verkrijgbaar. Een belangrijk voordeel is dat deze beitsen makkelijk plaatselijk te herstellen zijn. U kunt bijvoorbeeld een looppad licht opschuren en met bijwerken weer in orde brengen.

  • Geen schoenen bij het leggen

Draagt u schoenen tijdens het leggen, dan kunt u daarmee de vloer beschadigen. Voorkom dat door bijvoorbeeld gymschoenen te dragen.

 

 

Informatie over vloerverwarming

Algemeen

Vloerverwarming is met name erg geschikt voor steen(achtige) vloeren. Een groot voordeel van vloerverwarming is dat er een gelijkmatige temperatuurverdeling in de ruimte plaatsvindt. Dat is bijvoorbeeld in uw woonkamer of badkamer erg prettig. In tegenstelling tot bij de conventionele
verwarmings-radiatoren koelt de lucht van vloerverwarming langzaam af naarmate de lucht hoger in de ruimte komt. Als er sprake is van temperatuurverandering dan reageert de vloerverwarming daar wat langzamer op dan de conventionele verwarming. Met vloerverwarming heeft u geen last van tocht langs de vloer en van droge warmte.

Bij Formido kunt u alleen terecht voor elektrische vloerverwarming.

Elektrische vloerverwarming

 Het watergevulde systeem voor vloerverwarming, wat men kan aansluiten op de CV installatie, is bij Formido niet verkrijgbaar vanuit het standaard assortiment. De meeste Formido vestigingen kunnen dit voor u “op bestelling” wel leveren.

De meeste watergevulde soorten vloerverwarming worden door een erkende installateur aangebracht en in de vloer gelegd. Dit is dan ook de reden waarom we dit onderwerp in deze KlusZo folder niet zullen behandelen.

Elektrische vloerverwarming heeft een groot aantal voordelen. De warmte opbrengst ligt in verhouding tot normale radiatoren beduidend hoger. Daardoor ligt het rendement van beide verwarmingssystemen vrij dicht bij elkaar. Uiteraard is het afhankelijk van de ligging van de woning, de regio waarin men woont en de staat van isolatie van de woning hoe hoog de stookkosten werkelijk zullen zijn.

Bij een aantal soorten elektrische vloerverwarming wordt een “zelfdenkende” klokthermostaat meegeleverd, die mede zorg draagt voor beperking in het verbruik t.o.v. niet zelf denkende klokthermostaten. De zelfdenkende thermostaat reageert op patronen in het huis. Bij een ingeschakelde tijd van bijvoorbeeld 7.00 uur in de ochtend, rekent de thermostaat uit hoeveel tijd de installatie nodig heeft om het huis op te warmen naar de gewenste temperatuur.

Vervolgens controleert de thermostaat elke dag of dit gegeven nog klopt en stelt indien nodig zichzelf steeds opnieuw in. Vloerverwarming wordt ervaren als de ideale verwarming. De warmte van vloerverwarming stijgt gelijkmatig omhoog. De lucht blijft daarbij voldoende vocht bevatten en er is, door het kleine temperatuur verschil tussen vloer en plafond, weinig luchtcirculatie.
Elektrische vloerverwarming vraagt geen enkele vorm van onderhoud en is volkomen geruisloos. Bovendien heeft elektrische vloerverwarming een lange levensduur. Verder werkt elektrische vloerverwarming volledig zelfstandig en is niet gekoppeld aan de CV installatie. Natuurlijk moet er wel spanning beschikbaar zijn om de vloerverwarming op aan te sluiten.

Bij Formido worden drie verschillende soorten elektrische vloerverwarming aangeboden die we hier één voor één zullen behandelen.

  • Vloerverwarmingsfolie

Vloerverwarmingsfolie kan en mag rechtstreeks worden toegepast onder alle vloerbedekkingssoorten zoals bijvoorbeeld: vloerkleed, tapijt, vinyl, parket en laminaat (afbeelding 4). Het voordeel van deze folie is dat het zeer plaatselijk kan worden aangebracht zoals bijvoorbeeld in een zithoek of onder de eethoek, werkplek e.d.

  • Voorbereidende werkzaamheden

1. Controleer het vermogen van de trafo (wordt meegeleverd) en of deze toereikend is. (28 VA per matje/ segment van 50 x 50 cm bij 28 Volt).

2. Sluit de folie op de trafo aan en controleer de warmte-opbrengst van het element dat het verste weg is van de trafo.

3. Zorg voor een schone, droge en egale ondergrond.

  • Toepassing en werkwijze

1. Plaats eerst het ondertapijt of beter nog gebruik isolatie-folie met een aluminium toplaag. Hierdoor krijgt u een nog beter rendement wat kan oplopen tot wel 30%.

2. Fixeer de folie met behulp van de aluminiumtape op de isolatie/ondertapijt of (zonder de ondergrond) direct op de kale vloer (afbeelding 5). Sluit vervolgens de bedrading aan op de trafo (afbeelding 6).

3. Zorg dat de folie niet beschadigd wordt tijdens het aanbrengen van de vloerbedekking. (harde of zachte vloerbedekking)

4. Bij parket of laminaat kunnen alleen zwevende vloeren (losliggend parket of laminaat) gebruikt worden. Deze worden over de geïnstalleerde warmtefolie op de isolatie geplaatst. De warmtefolie zal met een trafo van 28 volt een maximale temperatuur van ca. 250C afgeven aan de vloer. Tevens zorgen de zeer fijne weerstandslamellen in de warmtefolie voor een optimale warmtespreiding. Dit zijn zeer belangrijke eigenschappen voor installatie van vloerverwarming onder parket!

5. De verdikkingen van de warmtefolie (de kabels en de connector, ca. 3 mm dik), kunt u het beste onzichtbaar verwerken door deze te plaatsen in de uitgeholde ruimtes in het ondertapijt/isolatie (door met een mesje of schaar uit te frezen) (afbeelding 7).

  • Aansluiting en bediening

1. Plaats de transformator op een plaats zodat deze zijn eigen ontwikkelde temperatuur kwijt kan, bijvoorbeeld onder de bank, de stoel of de kast. Niet in een gesloten nauwe bekisting!

2. Sluit het snoer aan op één van de twee aansluitklemmen van de trafo. Sluit het andere snoer aan op de andere aansluitklem.

3. De uiteindelijke haalbare voeltemperatuur zal uitkomen (afhankelijk van de isolatiewaarde van de vloer en de temperatuur van de ondergrond) tussen de 20 en 250C. De warmtefolie heeft ongeveer een half uur opwarmtijd nodig voordat een temperatuurstijging merkbaar zal zijn. Het regelen met een tijdsklok is zeer goed mogelijk.

  • Verwarmingfolie achter een spiegel tegen condensvorming

Plak de verwarmingsfolie op de achterzijde van een spiegel met behulp van aluminium tape. Het beste is op de warmtefolie een isolatiemateriaal met een aluminiumrug aan te brengen zodat er geen warmte via de achterzijde verloren gaat. In deze isolatielaag kan men verdikkingen van de connector plus de bekabeling van de warmtefolie uithollen zodat deze niet extra dik worden. Plaats de spiegel vervolgens in klemmen of in een lijstconstructie.

  • Vloerverwarmingsmatten

De vloerverwarmingsmat kan worden toegepast in o.a. woonkamer, badkamer, keuken en hal. Het voordeel van de vloerverwarmingsmat is dat deze direct in de tegellijm kan worden verwerkt. Dit maakt de mat bij uitstek geschikt voor toepassing op vloeren die reeds zijn bewerkt met een dekvloer of voor renovatiewerkzaamheden zoals direct over oude tegelvloeren. De opwerkhoogte is dus zeer beperkt!


Door de mogelijkheid van deze dunbedverwerking bestaat de mogelijkheid vloerverwarming toe te passen daar waar normale vloerverwarmingskabel niet mogelijk is of te kostbaar zou worden. Vaak wordt dit soort vloerverwarming geplaatst op plaatsen waar het behaaglijk moet zijn zoals in de badkamer, onder de eethoek en onder de zithoek (afbeelding 8).
De vloerverwarmingsmat is leverbaar in een aantal vaste maten en wordt standaard geleverd inclusief thermostaat.
50 x 200 cm = 1 m2 / 125 Watt
50 x 500 cm = 2.5 m2 / 313 Watt
50 x 800 cm = 4 m2 / 500 Watt
Bij grotere oppervlaktes kunnen meerdere verwarmingsmatten parallel op 1 thermostaat worden aangesloten.

Benodigdheden:
Stroom aansluitpunt
Elektra buis
Inbouwdoos

  • Voorbereidende werkzaamheden

• Lees voor het aansluiten goed de gebruiks/installatie voorschriften.
• Verwerk nooit een grotere mat dan de vrije vloeroppervlakte omvat.
• Zorg voor een schone, droge en vetvrije ondergrond.
• Bepaal de plaats van de thermostaat met een aansluiting op de aardlek of plaats overeenkomstig de NEN1010 normen. (Let op: ca. 60 cm verwijdert van de waterleiding).
• Vanuit het stroompunt (inbouwdoos achter de thermostaat) dienen twee elektrobuizen in de wand gefreesd te worden naar de te verwarmen vloer. Eén voor beide voedingskabels en één voor de thermostaatsensor (afbeelding 9). De sensor dient op de vloer ca. 50 cm uit de muur, tussen de verwarmingskabel in, geplaatst te worden. Hiervoor dient u 50 cm elektrabuis in de vloer te verwerken door ook dit deel uit de vloer de frezen. De elektrobuis dient aan het uiteinde te worden afgedicht zodat de sensorkabel te allen tijde vervangen kan worden (afbeelding 10).
• Bepaal vooraf hoe de vloerverwarmingsmat gelegd en verdeeld moet worden. De vloerverwarmingsmatten kunnen overeenkomstig afgebeelde voorbeelden worden ingeknipt en omgeklapt (afbeelding 11 en 12).
I Let op: voorkom bij het leggen beschadiging van de kabel! De kabel mag nooit worden ingekort. Alleen de 5 meter aansluitkabels die uit de mat komen mogen worden ingekort.
• Het is aan te bevelen een expansiestrook d.m.v. een kitvoeg langs de wanden aan te brengen. (dit i.v.m. het uitzetten en krimpen van vloeren).

  • Het verlijmen van de vloerverwarmingsmatten

• Maak gebruik van tegellijm en voegmiddel dat geschikt is voor toepassing bij vloerverwarming.

• Lees eerst de voorschriften van de lijmfabrikant en handel overeenkomstig naar het type ondergrond en tegellijm.
• Breng een lijmlaag aan van ca 3-4 mm.
• Leg de verwarmingsmatten met de kabels naar onderen neer en druk deze goed aan en smeer het teveel aan lijm glad weg (afbeelding 13).
• Voor verlijming van de tegels dient een tweede tegellijm laag van ca. 5 mm te worden aangebracht (met een lijmkam met 10 mm vertanding) (afbeelding 14).
• Druk de tegels aan en richt deze met een licht schuivende beweging uit.
• Breng flexibele voegkit aan onder de plinten en langs bijvoorbeeld het bad voordat de vloer wordt afgevoegd.

  • Het aansluiten van de vloerverwarmingsmat

Voor de aansluiting van de vloerverwarmingsmatten dient rekening gehouden te worden met de voorschriften NEN1010 of dient te geschieden door een erkend installateur.

  • Opstarten vloerverwarmingsmat

• Laat uw vloer eerst altijd ca. 4 weken uitharden voordat u de vloerverwarming inschakeld.
• De vloer dient vervolgens in drie stappen opgewarmd te worden. 1e dag 180C., 2e dag 200C. en 3e dag ca. 240C. Daarna kunt de vloerverwarming naar eigen behoefte instellen.

  • Tip

Het makkelijkst is de matten een dag van te voren te verlijmen op de ondergrond. Dan kunt u er de volgende dag, bij het verlijmen van de tegels, normaal overheen lopen zonder dat dit verschuifd.

  • Vloerverwarmingskabel

Vloerverwarmingskabel kan worden toegepast in o.a. de woonkamer, badkamer, keuken en hal (afbeelding 15). De aansluiting van een vloerverwarmingskabel is verbonden aan strenge eisen en dient bij aansluiting op het stroomnet te worden uitgevoerd door een erkend installateur, of te voldoen aan de NEN1010 voorschriften. Lees daarom vooraf aan het aansluiten goed de gebruiksaanwijzing/installatie voorschriften!

Indien de aansluiting in een natte ruimte gebeurt (zoals bijvoorbeeld een badkamer) is aansluiting via een aparte aardlekschakelaar een vereiste!

De kabel mag alleen onder een ligbad, douchebak of vast meubilair worden aangebracht mits zij is ingebed in cement en moet vrij zijn om warmte af te kunnen geven.

  • Voorbereiding installatie kabels

• Zorg voor een schone en uitgevlakte ondervloer.
• Breng indien mogelijk altijd isolatie aan op de ondervloer.
• Plaats randstroken (voor de opvang van het krimpen en uitzetten van de vloer).
• Bij dunbedbewerking in combinatie met isolatie of bij houten ondervloeren dient u altijd een flexibele mortel te gebruiken!
• Let op: bij montage op houten vloer: de tegels niet diagonaal of in halfverband leggen. Tegels mogen niet groter zijn dan maximaal 30 cm i.v.m. de buigspanning.
• Omdat de kabel bij de “splice” in de cementvloer moet liggen is het nodig om per ruimte de kabelafstand te berekenen. “SPLICE” is de onzichtbare overgang van de weerstandkabel (het warme gedeelte van de kabel) naar de voedingskabel (koude aansluitgedeelte van de kabel).

  • Vloeroppervlakte in verhouding met het benodigde vermogen

Te installeren in grote badkamer, keuken etc.:
• Als hoofdverwarming, berekend op het totale bruto oppervlak. Maximaal 8 m2 met lusafstand van maximaal 14 cm.
• Als bijverwarming, berekend op vrije netto vloeroppervlak. Maximaal 12 m2 met lusafstand van maximaal 20 cm.
Te installeren in woonkamer, keuken etc.:
• Als hoofdverwarming, berekend op het totale brute oppervlak. Maximaal 17 m2 met lusafstand van max 15 cm.
• Als bijverwarming, berekend op vrije netto vloeroppervlak. Maximaal 25 m2 met lusafstand van max 20 cm.

Indien het vloeroppervlak minder is dan aangegeven mag de lusafstand van de kabel kleiner worden gemaakt, echter deze mag nooit minder zijn dan 6 cm!
Indien het vloeroppervlak groter is dan staat aangegeven, kunnen combinaties van sets worden geïnstalleerd.

Berekening van de afstand van de kabel onderling. Gebruik 17 Watt per meter kabel.
Set van 500 Watt:
Bruto ruimte: bv. ± 4 m2 (235 cm x 170 cm)
Netto ruimte: bv. ± 3 m2 (175 cm x 170 cm)
Op basis van netto ruimte: 500 Watt: 3 m2=166 Watt per m2.
166 watt per m2 : 17 Watt per meter kabel= 166:17=9,7. 
Dat betekend dat u de kabel ongeveer 10 cm uit elkaar moet leggen.

Benodigdheden:
Stroom aansluitpunt
Elektra buis
Flexibele mortel of zand/cement

  • Montage vloerverwarmingskabel

1. Controleer eerst de beschikbare ampère in de ruimte van installatie. Meet de kabel door, of sluit deze gedurende korte tijd aan op de netspanning en controleer of deze warm wordt.

2. Vanuit de inbouwdoos van de thermostaat dienen 3 elektrabuizen de muur in te gaan. (2 buizen voor de voedingskabels, heen en retour, en 1 buis voor de vloersensor/thermostaat) (afbeelding 16).

3. Aan beide kabeleinden is 190 cm voedingskabel verbonden d.m.v. een las aangeduid met “Splice”.

4. Beide voedingseinden moeten elk door een eigen elektrabuis naar de inbouwdoos worden getrokken. De aanduidingen “SPLICE” moeten zichtbaar blijven en in de vloer liggen! Er mag slechts één randaarde van de beide voedingskabels worden aangesloten, de andere dient te worden geïsoleerd.

5. Bevestig de kabels op isolatiefolie (los leverbaar) met een alu tape en verwerk de kabel in zig-zag vorm (afbeelding 17).

6. Indien bewapening wordt toegepast, de kabels met kunststof bindbandjes vastzetten.

7. Verleng de elektrobuis tot op ca. 50 cm afstand uit de muur en laat deze in het midden van een kabellus uitkomen. Trek de sensorkabel door tot aan de inbouwdoos en zorg dat de sensor in de buis ligt. Tape de buis vervolgens dicht zodat vervanging altijd mogelijk blijft! (afbeelding 17).

8. Aansluiting van de sensoren op het stroomnet dient de gebeuren door een erkend installateur of volgens de NEN1010. Zie gebruiksaanwijzingen bij de thermostaat.

  • Het aanbrengen van mortels en tegels op de vloerverwarmingskabel

1. Verwerking op dunne isolatie 3 mm aluminium warmteschild op werkvloer of houten vloeren:
• Breng kantstroken aan voor het uitzetten van de vloer.
• Bevestiging van de kabel met behulp van alu tape.
• Breng speciale flexibele mortel aan met een minimale dikte van 1,5 cm.
• Verlijming van tegels op de mortel middels flexibele tegellijm (afbeelding 18).

2. Verwerking op drukvaste vloerisolatie:
• Breng bewapening aan (betonmat, krimpnet, kippengaas).
• Bevestig de kabel met behulp van klemstrips.
• Breng kantstroken aan.
• Breng de dekvloer aan (zand/cement minimaal 4 cm dik!) (afbeelding 19).

3. Verwerking rechtstreeks op de betonvloer:
• Maak de vloer nat en brand deze aan met behulp van los cement om een goede hechting te krijgen.
• Breng kantstroken aan.
• Bevestig de kabel met behulp van klemstrips (afbeelding 19).
• Breng de dekvloer aan (zand/cement minimaal 2 cm dik).

  • Thermostaat en aansluiting

Lees de bijlage van de fabrikant in de verpakking van de betreffende thermostaat.

Opstarten van de vloerverwarming
• Laat uw vloer eerst altijd ca. 4 weken uitharden voordat u de vloerverwarming inschakeld.
• Als u vloerverwarming in de kamer hebt, maar ook radiatoren, zet op die radiatoren dan thermostaatkranen. Die combinatie verzekert u van de juiste temperatuur.
• Stel de thermostaat in op 150C bij het opstarten en verhoog dagelijks de temperatuur met 1-20C tot de gewenste temperatuur is bereikt. Daarna kan het systeem naar wens worden geregeld.

  • Tips

• Blijf bij het aanbrengen van de warmte kabel ca 30 cm uit de muur.
• Bij voldoende opbouwhoogte altijd isolatie toepassen.
• Test de kabel na iedere arbeidsgang en voor uitharding.
• Bescherm de kabel tijdens de werkzaamheden met bijvoorbeeld loopplanken.
• Tijdens de werkzaamheden mag de kabel niet onder spanning staan.
• Kabels mogen elkaar niet kruisen.
• Gebruik alleen lijmen, mortels e.d. die geschikt zijn voor vloerverwarming.

  • Plintverwarming

Plintverwarming is een handige manier om in beperkte ruimtes de radiator te vervangen. Plintverwarming is compact, bespaart ruimte en is eenvoudig te monteren.
Plintverwarming wordt vooral toegepast onder de keukenkasten, badkamerkastjes, de trap en andere kleine ruimtes (afbeelding 20).

Plintverwarming is er in 2 varianten. Voor aansluiting op de CV installatie in combinatie met een elektrische vin of alleen als elektrische uitvoering. De plintverwarming verwarmt vanuit een lage temperatuur elke ruimte veel sneller dan een conventionele radiator. Plintverwarming is leverbaar met verschillende kleuren roosters.

De werking van een CV versie is zeer eenvoudig. Zodra er in huis een warmteaanvraag is, slaat de CV ketel aan. Hierdoor gaat er warm water door leidingen lopen. Een speciale sensor van de plintverwarming reageert op deze hoge temperatuur en gaat vervolgens werken. De plintverwarming zuigt koude lucht aan en blaast deze lucht door een warmte-
wisselaar (de warmtewisselaar wordt in dit geval verwarmt door het warme water van de CV installatie). Vervolgens blaast de plintverwarming de warme lucht door het midden van het rooster weer de ruime in. Zodra de temperatuur in de leidingen daalt schakelt de plintverwarming weer uit.

Bij de elektrische uitvoering wordt de lucht verwarmt door een verwarmingselement.
Beide modellen plintverwarming zijn uitgerust met een zomerschakelaar. In de zomerstand zal het apparaat een stroom verkoelende lucht gaan blazen. Plintverwarming kan een ruimte tot ca. 18 m3 verwarmen.

  • Installatie van de plintverwarming

• Installatie van de CV plintverwarming dient te allen tijde met behulp van flexibele slangen te geschieden. Minimale lengte van de flexibele slangen dient 70 cm te zijn en de slangen dienen te worden voorzien van een afsluiter. Dit om plaatsing en bereikbaarheid optimaal te behouden.
• De minimale benodigde plinthoogte is 13 cm.
• De plintverwarming is voor beide modellen voorzien van een twee meter lange kabel met aangegoten stekker.

  • Watergevoed cvmodel installeren

• Voor plaatsing het oppervlak schoon en waterpas maken.
• Bepaal de plaats van de plintverwarming.
• Bepaal of de verwarming onder, boven of in het midden van de plint moet komen!
• Zaag de plint uit volgens de in de beschrijving aangegeven afmetingen (afbeelding 21).
• Plaats onder de plintverwarming (indien deze niet direct op de vloer komt te staan) een stevig materiaal dat goed aan de vloer wordt bevestigd (bijvoorbeeld MDF of hout). De bovenzijde van de onderplaat dient gelijk te zijn aan het niveau van het laagste punt in de uitzaging.
• Houdt rekening met een minimale uitsparing van 25 mm aan de bovenzijde van de plintverwarming bij het plaatsen.
• Schakel voor het aansluiten op de CV, de CV uit en laat de CV leeg lopen.
• Bevestig de flexibele slangen met geïntegreerde afsluiters op het circuit van de centrale verwarming. Het is niet van belang welke slang u op welke leiding van het circuit aansluit (afbeelding 22).
• Bevestig de flexibele slangen aan de toe- en afvoerpijpen van de watergevoede plintverwarming (afbeelding 23).
• Vul en ontlucht het CV systeem. Open de ontluchtingskraan om de plintverwarmingsunit ook te ontluchten. Sluit de ontluchting en controleer het geheel op lekkages (afbeelding 24).

  • Vastzetten van de plintverwarming

• Plaats de plintverwarming onder het kastje en stel het op in de opening met de voorzijde net achter de lijn van de plint. Zorg ervoor dat de flexibele aansluitslangen niet knikken en dat de elektrische bekabeling niet in contact kan komen met hete oppervlaktes.
• Breng de plint op zijn plaats en zorg ervoor dat de plintverwarming 8 mm door de plint uitsteekt.
• Breng het rooster in lijn met de plintverwarmingsunit en bevestig deze met de bijgeleverde schroeven (afbeelding 25).
• Bevestig de unit met rooster aan de plint met de bijgeleverde schroeven.
• Voltooi de elektrische aansluiting, zet de plintverwarming in de zomerstand en test deze. De ventilator moet nu koude lucht gaan blazen.

Voor het elektrische model dezelfde stappen volgen, uitgezonderd het aansluiten op de CV installatie!
• Plaats bij voorkeur onder de plintverwarming een isolerende folie.
• Plintverwarming geeft ook warmte af onder de kastjes. Bewaar daarom in de kastjes boven de plintverwarming geen bederfelijke etenswaren!
• Plintverwarming mag in de badkamer alleen worden toegepast in de zogenaamde “Zone 3”. (zie KlusZo Sanitair)
• Zet geen spanning op het elektrische gedeelte totdat de installatie volledig is voltooid.