Recent toegevoegde artikel(en)
  • Product
  • Aantal
  • Prijs
  1. Er bevinden zich geen producten in je winkelwagen
Wijzig winkelwagen
Eindtotaal 0.-
Subtotaal (inclusief BTW) 0.-
BTW (%) 0.-
  • Pistoolbroes
  • Muurslanghouder
  • Trilmachine
  • Gazon- en tuinmest
  • Voegzand
  • Formido KlusZo folder
  • Zelf tuinmeubelen maken
  • Verlengsnoer
  • Tuinaarde
  • Potgrond

Altijd handig bij deze klus!

Tuin

De Klushulppagina Tuin beschrijft waar je rekening mee dient te houden als je in de tuin gaat klussen. Zo tref je hier een aantal tips, een 'Altijd handig lijstje' met niet te vergeten producten en KlusZo folders met een volledige beschrijving aan. Zo bereid je iedere tuinklus goed voor.

 

Informatie over timmeren in de tuin

  • Hoog en laag schept ruimte

De meeste Nederlandse tuinen zijn zo plat als een pannekoek. Brengt u hoogteverschillen aan dan lijkt uw tuin ruimer te worden. Grond ophogen betekent dat u die grond moet vasthouden. Wij tonen u twee eenvoudige manieren.

  • Rolborder als grondkering

Een rolborder is gemaakt van gehalveerde vuren paaltjes die met draad aan elkaar zijn bevestigd. Lengte 2,50 m, hoogte van 20/30 of 40 cm.
1. Graaf een sleuf voor de rolborder tot een diepte van 1/3 van de hoogte (afbeelding 1).
2. Plaats de rolborder en vul de sleuf aan één zijde met uitgegraven grond die u goed aanstampt (afbeelding 2).
3. Vul het zo ontstane perk op met tuingrond. Een bescheiden heuveltje kan (afbeelding 3).

Tip: Om voor een rolborder een mooie, vloeiende lijn uit te zetten, gebruikt u de tuinslang. U kunt die makkelijk in sierlijke bochten leggen.

  • Muurtjes maken

Met nieuwe en oude bakstenen kunt u muurtjes stapelen. Maak ze niet te hoog; 40 cm is ongeveer de grens.
1. Stapel de stenen iets schuin (± 15º) in de richting van de grondverhoging (afbeelding 4).
2. U geeft een muurtje vastigheid door in iedere rij een paar stenen dwars te leggen. De naar achter uitstekende stenen vinden houvast in de grond (afbeelding 5).
3. Planten die tussen en achter de stenen wortelen zorgen voor extra stevigheid (afbeelding 6).

  • Schuttingpaal

Een schutting, een hek of een pergola: zonder vierkante of ronde houten palen komt u er niet. U dient de schutting, hek of pergola te stutten/vast te zetten met palen. Hiervoor zijn er 4 mogelijkheden; hardhouten palen, lariks palen, geïmpregneerde palen of paalpunten. De palen dienen tenminste een lengte van 240 cm, maar beter met een lengte van 270 cm te hebben zodat u ze diep in de grond kunt bevestigen. Zo creëert u een stevige schutting (afbeelding 7 t/m 9).

  • Lichte hekpaal

Gebruik gepunte, gegalvaniseerde paalhouders die u in de grond kunt slaan. Laat de paalhouder minstens 10 cm boven de grond uitsteken (afbeelding 7).

  • Funderen van de paal

Veranker schuttingpalen of de paal waaraan u een hekje of poortdeur hangt met behulp van een vlakke stalen paalhouder die u op een betonnen voet monteert. Maak hiervoor een
kistje van meubelpaneel, ± 30x30x30 cm, zonder bodem of deksel, dat u tot de rand in de grond graaft. Stel het waterpas en vul het met beton. In de natte beton drukt u vier omge-bogen stukken draadeind, waarop u meteen de paalhouder plaatst die u na verharding vastzet met moeren (afbeelding 8).

  • Pergolapaal

Stort een betonnen voet van 30x30x40 cm. Druk hierin twee ijzeren strippen, 40x3 mm, die 30 cm boven het beton uitsteken (afbeelding 9). Afstand tussen de strippen is doorsnede paal. Boor van te voren gaten in de strippen om de paal vast te schroeven. De paalvoet moet minstens 5 cm boven het beton blijven.

Tip: Welke methode u ook kiest, voorkom dat via de onderkant vocht in de paal dringt door de kopse kant en 10 à 15 cm van de zijkanten te behandelen met dakreparatiekit.

  • Hek- en schuttingpalen herstellen

Span eerst een lijn, waarlangs u gaten graaft voor de fundering of gepunte paalhouders in de grond slaat. Let goed op de onderlinge afstand i.v.m. de lengte van schermen en ander schuttingmateriaal. Plaats de begin- en hoekpalen zuiver verticaal met behulp van twee schoren. Span over de paalkoppen een tweede draad en controleer met een lijnwaterpas de juiste hoogte. Langs de twee draden kunt u de overige palen zuiver stellen (afbeelding 10).

  • Paalkoppen beschermen

Via de kop van een paal dringt water in het hout wat niet bevorderlijk is voor de levensduur. Zaag de koppen tenminste schuin af, maar beter is een ornament of een hoedje van dunne aluminium plaat (afbeelding 11) te monteren.

  • Hoekpaal voor draad of kippegaas

Een erfscheiding van ijzerdraad of kippegaas moet u spannen, waardoor de hoekpalen het zwaar te verduren hebben. Geef hoekpalen aan twee zijden een houten schoor (afbeelding 12).

  • Pergola aan de muur

De ligger van een pergola kunt u vastzetten met een zwaar hoekijzer, keilbouten en houtdraadbouten. Een fraaiere oplossing: met twee schroeven en pluggen zet u een balkje tegen de muur, even lang als de ruiters op de pergola. Met een stalen raveeldrager kunt de ligger hieraan verankeren (afbeelding 13).

 

 

Informatie over vijver aanleggen

  • Welke vijver wilt u?

Een vijver geeft uw tuin een extra dimensie en kan een levendig middellpunt vormen voor dieren als vogels, insekten en kikkertjes. En, van een vijver gaat ook rust uit; u heeft een kleine ‘oase’ in uw tuin.

Voordat u een vijver kunt aanleggen, moet u eerst bekijken welke vijver bij uw tuin past. Formido heeft een uitgebreid assortiment in allerlei maten en van allerlei materialen. Zo hebben we vijvers van folie en ook kant-en-klare vijvers van kunststof. Met folie kunt u zelf een vijver een eigen vorm geven.

Wij helpen u alvast even op weg bij uw keuze. Allereerst is het grondwaterpeil in uw tuin van belang. Is dat te hoog, dan kunt u bijvoorbeeld geen vijver van folie kiezen. De druk die het grondwater op de folie uitoefent, is dan namelijk te groot waardoor het risico bestaat dat de folie naar boven komt. Hoe bekijkt u of het peil te hoog is? Graaf een gat in de grond dat net zo diep is als de diepte van de geplande vijver. Loopt het gat vol met water, dan is het peil te hoog voor een vijver van folie en moet u voor een ander materiaal, bijvoorbeeld een voorgevormde vijver, kiezen.

  • Waar komt de vijver?

De beste plaats voor een vijver is een plek met veel zon die niet te winderig is. Vooral wind uit het noorden is niet goed. Plaats de vijver ook niet in de schaduw van bomen. U krijgt dan last van algen die graag in het donker groeien en er zullen bladeren in uw vijver vallen en gaan rotten. Bovendien kunnen de boomwortels onder uw vijver doorgroeien; zeker bij een vijver van folie kan dat leiden tot beschadigingen. U kunt kiezen uit 2 soorten vijvers. Een visvijver; hierbij moet de diepte 60 cm of meer zijn. Of een groen/planten vijver; hierbij is de diepte van minder belang echter ten minste 40 cm. diep. Hebt u een goede plaats op het oog en weet u welke soort vijver daar het best bij past, dan kunt u de materialen bij Formido ophalen en kunt u aan de slag!

  • Folievijvers

We gaan hier in op de aanleg van twee soorten vijvers: folievijvers en kant-en-klare vijvers. Hebt u alles gelezen en blijft u nog met vragen zitten, dan helpen wij u graag verder. Nog even een hint voor planten-liefhebbers. Voordat u de vijver straks gaat vullen, moet u nu al even bedenken of u er straks planten in wilt hebben. Dan moet u namelijk eerst substraat of grindzand op het de bodem van de vijver strooien. Zie hiervoor het stukje ‘Planten horen erbij’.

Bij een folievijver kunt u de vijver zelf vormen. Het is verstandig om van te voren even te tekenen welke vorm en grootte u wilt hebben. Om een idee te krijgen hoe iets in het echt staat, kunt u met een tuinslang of een touw verschillende vormen in uw tuin nabootsen (afbeelding 1). Belangrijk is dat uw vijver minstens twee verschillende dieptes krijgt. Hierdoor ontstaat er een warm en een koud gedeelte en blijft het water schoon. Een vijver mag niet te diep zijn; 50 cm in het midden is meer dan genoeg. De meeste waterplanten doen het al goed bij enkele centimeters diepte.

Hebt u de vorm en de grootte bepaald; dan kan het echte werk beginnen. Schep de omtrek van de vijver uit. Graaf daarbij eerst de eerste laag, die net zo diep als de zijkant moet worden en ga niet dieper dan 32 cm onder grondniveau (afbeelding 2). Dat komt straks neer op een waterdiepte van ongeveer 23 cm. De zijkanten moeten een hoek van 45 graden vormen.

Nu de omtrek er ligt, gaat u het diepste gedeelte uitgraven. Zorg er wel eerst voor dat alle wortels en scherpe stenen weg zijn. Graaf 55 tot 70 cm diep. Dat wordt straks een waterdiepte van 45 tot 60 cm. Ook hier moeten de zijkanten een hoek van 45 graden vormen. Probeer bij het graven de zijwand van de totale omtrek niet te beschadigen. Let ook hier op of er in de wanden geen wortels of scherpe stenen zitten.

Plaats dan rondom de vijver randbalken die zuiver waterpas staan. Hiermee voorkomt u dat uw vijver afkalft. Maak de bekisting van stukken hardboard van ongeveer 5 cm breed die u aan paaltjes vastspijkert.

Voordat u de folie aanbrengt, legt u een laag zand, gemengd met cementpoeder, op de bodem. Zo blijft de folie goed liggen en blijven de terrassen onbeschadigd. U mengt daarvoor één emmer cement op tien emmers zand. Dit mengsel trekt het grondwater aan en wordt daardoor hard.

Hoeveel folie hebt u nodig? Meet de grootste lengte en grootste breedte en tel bij de breedte en de lengte twee keer de grootste diepte plus twee keer 50 cm voor de rand. Bij Formido kunt u kiezen uit folie van de volgende afmetingen: 3 bij 4 meter, 4 bij 6 meter en 5 bij 6 meter. U kunt kiezen uit rubber of PVC folie. De dikte is 0,5 of 1 mm.

Leg nu de folie in de kuil, ruim over de randen heen. Laat de folie nog even loszitten. Als u de vijver vult, duwt het water de folie straks mooi in de uitgegraven vorm. Laat eerst een bodempje van 15 cm water in de vijver lopen. Tussen de folie en de rand van de kuil is nu nog een ruimte die u met aarde opvult (afbeelding 3). Ga daarbij nooit hoger dan het waterpeil in de vijver. Voer bij zware grond als bijvoorbeeld kleigrond, apart zand aan. Water het zand goed in door op meerdere plaatsen de tuinslang in het zand te steken, op die manier krijgt u een stevige laag grond (afbeelding 4).

Hierna vult u de vijver met een tweede laag water van 15 cm en u herhaalt de handelingen van afbeelding 3 en 4. Doe dit net zo lang tot de vijver vol met water staat. U hoeft niet bang te zijn voor vouwen in de folie; de folie is groot genoeg en past zich goed aan de vorm aan. Tenslotte bevestigt u de folie met een lat en spijkers op de randbalken (afbeelding 5). U zorgt voor een mooie afwerking van de rand door er bijvoorbeeld fraaie tegels, bielzen, klinkers of keitjes tegen aan te leggen.

  • Kant-en-klare vijvers

Het voordeel van een kant-en-klare kunststof vijver is natuurlijk dat u deze snel en eenvoudig kunt aanleggen. Kijkt u bij Formido eens welke vijvers wij direct voor u op voorraad hebben en welke wij voor u kunnen bestellen. De keus in maten en modellen is groot.

Zo plaatst u een voorgevormde vijver. Markeer de omtrek van de vijver grofweg in uw tuin, bijvoorbeeld met behulp van paaltjes. Graaf nu ruim om die omtrek een gat (afbeelding 6). Let op! De bodem van een kant-en-klare vijver moet altijd goed ondersteund worden, anders ligt hij niet recht. Maak dan ook direct op de bodem van de kuil een ondergrond van stoeptegels, straatstenen of (oude) betontegels (afbeelding 7). Zorg ervoor dat de tegels op de gewenste diepte liggen en dat ze waterpas liggen.

Nu kunt u de vijver op de tegels zetten. Kijk voor de zekerheid nog even of hij waterpas staat (afbeelding 8). Daarna vult u de vijver met een laagje water van 15 cm. De ruimte tussen de rand van de vijver en de uitgegraven kuil vult u met zand op. Ga daarbij niet hoger dan het waterpeil in de vijver. In deze opgevulde ruimte langs de rand, laat u nu op diverse plaatsen water uit de tuinslang lopen. Op die manier krijgt u een stevige laag grond. (Zie ook afbeelding 8 bij folievijvers.) Ga door tot de rand goed dicht zit en let wel op dat bovenkant van de rand van de vijver steeds waterpas is.

  • Afwerking

Ligt uw vijver er, dan is er natuurlijk nog een ‘finishing touch’ nodig. De rand moet bijvoorbeeld nog mooi afgewerkt worden. Hierbij kunt u uit tal van materialen kiezen, afhankelijk van de sfeer die u wilt bereiken.

  • Harde turven

Een rand van harde turven oogt natuurlijk, zeker als u deze laat begroeien. In de lange kant van de turven spaart u een rechthoek uit. Nu zet u de turven stevig naast elkaar, op zo’n manier dat ze zich een paar cm over de rand en dus over het water bevinden. In de uitgespaarde rechthoeken, kunt u planten zetten. De turven zijn daarvoor vochtig genoeg want ze zuigen vocht uit de grond op. Omdat de turven vrij zacht en begroeid zijn, mag u natuurlijk niet over de rand lopen.

  • Rand van tegels

U kunt uw vijver ook als het ware inbedden in een tegelterras. Zorg er dan voor dat het terras doorloopt tot het over de rand van de vijver heen steekt. Onder de rij tegels die aan de vijver grenst, legt u een ondergrondvan specie. Zo weet u zeker dat ze stevig blijven liggen
(afbeelding 9).

  • Oever van keien

Een andere mooie manier om een eenheid van uw vijver en de rest van uw tuin te maken, is de aanleg van een keien-oever. De keien uit de vijver laat u daarbij in de tuin doorlopen. Om dit te bereiken, moet u dicht onder het wateroppervlak bakken aan beugels bevestigen. Hierin
stapelt u dan grote en kleine keien (afbeelding 10).

  • Steenfolie

Wilt u ook de rand van uw vijver naar eigen wens vormen, dan is steenfolie een geschikt materiaal. Dit is folie waarop fijn grind geplakt zit. U kunt het in elke bocht en vorm plooien die u wilt.

Fontein of waterval

U kunt uw vijver natuurlijk net zo mooi of romantisch maken als u wilt. Misschien is de vijver voor u niet compleet zonder het klaterende geluid van een fonteintje of een watervalletje. In dat geval hebt u een elektrische vijverpomp nodig. Dit is een veilig apparaat dat weinig stroom verbruikt en in diverse soorten verkrijgbaar is.

Een fonteintje maakt u in een handomdraai. U hebt een onderwaterpompje nodig waarop u eerst een sproeimond plaatst. Vervolgens legt u stapeltje stenen vlak onder het wateroppervlak. Plaats het pompje hier zo op dat de zuigkorf zich boven het bodemvuil bevindt en het sproeikopje net boven het water-oppervlak uitsteekt (afbeelding 11). Maak de spons van de filter regelmatig schoon. Om de pomp lang mee te laten gaan, haalt u hem ‘s winters uit de vijver en zet u hem in een emmer water in een vorstvrije ruimte.

Nu nog een watervalletje? Bevestig hiervoor eenvoudigweg een stuk slang aan de pomp. De slang legt u zo neer dat hij het water naar een partij rotsen leidt die hoger ligt. Zo valt het water vanzelf terug in de vijver.

Ook voor vijveronderhoud en visvoer kunt u natuurlijk bij Formido terecht!

Planten horen erbij

In een vijver horen waterplanten, niet alleen voor het gezicht maar ook voor het biologisch evenwicht. U moet dan wel planten kiezen die zuurstof aanmaken. Het is leuk om diverse planten te combineren. Zo zorgen onderwaterplanten voor zuiver water en geven drijfplanten, moeras- of oeverplanten uw vijver een groene sfeer.

Voordat u de vijver met water vol laat lopen, strooit u wat substraat over de hele bodem (dus niet alleen in het diepste deel). Hier kunnen de planten zich straks goed in wortelen. Grindzand of gewassen grind zijn daar trouwens ook goed voor. Om moerasgas te vermijden, is het goed om de bodem van de vijver te bedekken met grind. Op het grind komt dan een laagje vijvergrond waarin u de waterplanten zet. Rondom de planten legt u dan weer wat zwerfkeitjes en stenen om te voorkomen dat ze gaan drijven.

Wilt u weten of uw vijver een goed biologisch evenwicht heeft, dan kunt u een speciale vijvertest-set kopen. Als dat nodig is, kunt u diverse producten kopen om het water op peil te brengen.
Met Aqua Clear bijvoorbeeld maakt u het water helder, Aqua Plus bestrijdt algenvorming en Aqua Start stimuleert de groei van uw planten.

 

 

Informatie over sierbestrating

  • Voorbereiding

Een tuin moet niet alleen een lust voor het oog zijn, u moet er ook in kunnen zitten, lopen en werken. Daarvoor heeft een tuin bestrating nodig, in de vorm van terrassen en paden. Deze bestrating hoeft niet alleen nuttig te zijn, maar kan ook een aantrekkelijk onderdeel van uw tuin vormen.

  • Bestratingsplan

Voordat u kunt beginnen, is het belangrijk dat u een nauwkeurige schets maakt van uw huidige tuin. Meet de tuin nauwkeurig op en teken hem op schaal op een plattegrond waarin u ook muren, deuren en waterafvoeren niet moet vergeten. Daarna legt u over uw tekening een vel doorschijnend papier waarop u al de bestrating die u wenst, tot in detail intekent.

Het is belangrijk dat u op uw plan alle bestratingsonderdelen zo precies mogelijk, met de juiste maten, tekent. Zo hebt u ook een duidelijk beeld van wat u nodig hebt aan bestratingsmaterialen en vulzand. Let op dat u genoeg bestelt; zo’n 15% van het zand en 10% van het bestratingsmateriaal gaan verloren in het gebruik.

Bij het bepalen van de juiste maten voor paden en terrassen zijn hier nog wat belangrijke weetjes. Kleine paadjes of stenen die bijvoorbeeld een onderbroken paadje vormen in het gras, zijn 25 tot 30 cm breed en hebben een afstand van het midden van de ene steen naar het midden van de andere steen van 60 tot 70 cm (afbeelding 1). Normale paden hebben een breedte van 90 cm (afbeelding 2). Een oprit voor een auto bestaat meestal uit twee banen die elk 40 tot 60 cm breed zijn; de afstand tussen de autowielen is 120 tot 140 cm (afbeelding 3). Gaat u een cirkelvormig terras maken, kies dan in ieder geval voor een doorsnee van 300 cm, bij een terras met rechte randen moeten de afmetingen zeker 300x300 cm zijn. Als de ruimte het toelaat, kiest u dan voor wat ruimere maten. Dan zit u wat royaler.

  • Welke bestratingsproducten vindt u bij Formido?

Bij Formido kunnen wij u natuurlijk adviseren over de soorten materialen die u kunt gebruiken. Voor bestratingen moet u in ieder geval altijd harde stenen ofwel klinkers gebruiken. Formido heeft deze klinkers in verschillende maten en kleuren. De bekende trottoirtegels hebben wij in rood en grijs. Wilt u liever grindtegels, dan kunt u kiezen uit diverse kleurencombinaties. Daar hebben wij ook passtukjes bij waarmee u weer makkelijk een verband in het tegelwerk kunt leggen. Verder heeft Formido de berggrindtegel en de betontegel in haar assortiment. Kortom, keuze genoeg.
Hoeveel stenen hebt u per vierkante meter nodig? Dat hangt natuurlijk af van de maat van de steen en uw manier van bestraten. Plaatst u klinkers bijvoorbeeld op hun kant, dan hebt u er meer van nodig dan dat u ze plat legt.

  • Voorbereiding voor het zandbed

Hebt u het juiste materiaal in huis, dan kunt u beginnen met de voorbereidingen voor het zandbed dat de ondergrond van de bestrating vormt. Verwijder eerst de oude bestrating of planten van de plek waar de sierbestrating zal komen. Plaats de weggehaalde planten direct weer in de aarde, bijvoorbeeld in een apart hoekje van de tuin.

Zet de juiste maten van de bestrating uit met paaltjes en draad (afbeelding 4). Voor de juiste breedtemaat van het zandbed telt u bij de breedte van de bestrating en de opsluiting minstens 10 cm aan elke kant. Een zandbed moet namelijk altijd breder zijn dan de bestrating plus de opsluiting die erom heen zit. Hoe dik het zandbed moet zijn, hangt af van de ondergrond en van de zwaarte van de bestrating die erop komt te liggen. Gaat het om grond die vrij vast is, zoals zandgrond, dan kunt u volstaan met een zandbed van 10 tot 15 cm. Bij slappe grond en bij kleigrond is het verstandig nog 10 cm dieper te graven. Leg dan eerst een onderbed van 10 cm grof grind zodat het zand niet kan wegzakken.
Let op! Garage-opritten worden zwaar belast en moeten daarom een zandbed van 25 tot 30 cm hebben (afbeelding 5).

Graaf nu de teelaarde af en bewaar die elders. Hierna timmert u planken tegen de zijkant van de afgegraven kuil aan de paaltjes vast. De bovenkant van de planken laat zien op welke hoogte de bestrating begint. Leg wel even een waterpas tegen deze bovenkant om te bekijken of de planken horizontaal lopen. Als u het zandbed gaat storten, kijk er dan wel voor uit dat de kantplanken goed blijven staan.

Hebt u het zandbed gelegd, dan kunt u het zand dat naast de opsluiting blijft liggen, vervangen door teelaarde die u stevig aanstampt.

  • Het zandbed aanleggen

U kunt niet direct in de teelaarde gaan bestraten. Dan zullen mos en gras namelijk snel over alles heen groeien en het water vasthouden waardoor in de winter kans op bevriezing ontstaat. Daarom moet u altijd op een laag vulzand bestraten. Begroeiing gedijt namelijk niet op vulzand. Strooi het vulzand nu tussen de kantplanken, stamp het goed aan met uw voeten en water het in met de tuinslang die u in een ‘broes’ stand zet (afbeelding 6). Voordat u verder gaat, moet u het bed zo een paar uur laten rusten. Dan wordt het stabiel en zakt het niet meer in.

  • Laagje cement bij kleine stenen

Wilt u de ondergrond van het bed nog steviger maken, strooi dan een laagje droog cement van ongeveer 2 mm over het zandbed uit. Hark dit vervolgens zo’n 5 cm door het zand. Water het niet meer in en stamp het nog een keer aan.

  • Afschot voor regegnwaterafvoer

Een pad of terras moet altijd een afschot krijgen dat voor een goede afwatering een beetje schuin moet aflopen. Bij een smal pad bereikt u dat door een ‘tonronde’ bestrating te maken (afbeelding 7). Een terras heeft een afschot van 1,5 a 2 cm per strekkende meter nodig (afbeelding 8). Een rond terras moet een klein beetje aflopen aan de buitenrand.

  • Vlak afreien

Nu moet u het zandbed glad gaan afstrijken, ofwel afreien. Doe dit met een vlakke plank. Is het zandbed voor een pad bestemd, zaag dan een lichter ronding uit de onderkant van de plank. Zo krijgt u direct een bol zandbed met een goede afwatering. Maak ook een inkeping aan de zijkanten van de plank die net zo dik is als het bestratingsmateriaal zelf (afbeelding 9).

  • Bestrating aanbrengen

Hoe u de bestrating moet aanbrengen, hangt af van de soorten tegels die u gebruikt. We leggen hier uit hoe u betontegels, klinkers en kinderkopjes het best kunt bestraten als het om een recht pad of rechthoekig terras gaat. Voor het aanleggen van een rond terras geven we een aparte beschrijving. Ook gaan we aan het eind van deze KlusZo in op diverse legpatronen waar u uit kunt kiezen wanneer u een echt meesterwerkje van uw bestrating wilt maken.

  • Betontegels

Leg de tegels eerst tegen de buitenste rand aan. U mag namelijk nooit over het zandbed lopen! Til ze, in een horizontale positie, tot vlak boven het zandbed en leg ze daar voorzichtig en nauwkeurig op. Let erop dat u de tegels goed vastpakt zodat u uw handen niet verwondt (afbeelding 10).

Soms is het nodig de tegels op maat te maken. Dat kunt u zelf doen met een haakse slijper of een stenenknipper. Draag daarbij wel altijd een stofbril! Het is belangrijk dat de bestrating recht ligt. Met een balkje kunt u dit controleren. Niveauverschillen kunt u herstellen door met een zware hamer op het balkje te slaan (afbeelding 11).

  • Klinkers en kinderkopjes

Oude klinkers en kinderkopjes zijn niet regelmatig gevormd. Daardoor kunt u ze niet zo maar in het zandbed leggen. Het leggen is daardoor tijdrovender en moeilijker dan het leggen van betontegels. Sla de stenen één voor één met de stratenmakershamer op hun plaats. U moet daarbij wel in het zandbed zitten. Doe dat echter voorzichtig en leg een groot stuk plaatmateriaal onder u neer.

U tikt nu de klinkers in rijtjes in het zandbed. Na elke rij, strijkt u met de pen van de hamer het zand voor de volgende rij vlak (afbeelding 12). U tikt telkens de stenen aan beide kanten op hun plaats. Bij keitjes of andere vierkante materialen ‘hapt’ u telkens een kuiltje met de pen van de hamer (afbeelding 13). Leg het keitje goed neer en hamer het met een paar tikken op de goede plaats.

Moet u klinkers op maat maken, doe dat dan met een kaphamer en een sabel: een lange beitel van hardstaal die aan één zijde geslepen is. Leg de steen op een plank of in het zand, plaats het sabel op de steen en sla met de kap-hamer de steen met één goeie tik in tweeën.

Ligt een pad of terras er eenmaal, dan moet u het snel afwerken. Zo moet u de kieren tussen de stenen snel opvullen met zand; anders gaat het pad vervormen. Gebruik daarvoor kurkdroog zand met een regelmatige structuur. Dat strooit u over het pad of terras en veegt u daarna zachtjes in de lengte- en breedterichting zodat het in de kieren zakt (afbeelding 14). Herhaal dit tot alle kieren goed opgevuld zijn. Besproei de bestrating met de gieter. Zo zal het zand tussen de stenen goed inklinken.

Tenslotte haalt u de kantplanken weg en schept u het overschot aan vulzand weg. De goten die nu langs de randen blijven zitten, kunt u met teelaarde opvullen of u kunt er een randafwerking in aanbrengen.

  • Opsluitingen aan de kanten

Als u klein bestratingsmateriaal gebruikt heeft, bent u nog niet helemaal klaar. Kleine stenen kunnen namelijk bij de overgang van terras of pad naar de tuin wegglijden. Voorkom dat door een opsluiting aan de randen te maken die ondersteuning biedt. Zo’n opsluiting kan bijvoorbeeld bestaan uit een rand met verdiept weggeslagen stenen.
Loopt de bestrating van uw pad in de lengte, dan kunt u de twee buitenste rijen als opsluiting maken. Maar, een aparte rij als opsluiting gebruiken, is niet moeilijk en maakt uw pad ook wat breder.

  • Soorten en maten

U kunt een opsluiting van verschillende materialen maken. Zo zijn er speciale opsluitbanden ofwel betonnen kantplanken. Voor kleine paden en terrassen zijn er opsluitbandjes van 100 x 15 x 5 cm. Verder kunt u altijd een rollaag maken van stenen die u op de kopse kant plaatst en natuurlijk kunt u ook gewoon trottoirtegels gebruiken. En bielzen zijn goed bruikbaar om kleine niveauverschillen op te lossen.

  • Rond terras

Wilt u een rond terras aanleggen, leg dan alle stenen rij voor rij, van buiten naar binnen. Gebruik als basis voor de plaatsing van de buitenste rij een cirkel die u uit het middelpunt trekt. Maak zo’n cirkel met een buis die u in het centrum zet, bindt daar een touwtje aan vast en een stokje dat u als ‘pen’ gebruikt om de cirkel te tekenen (afbeelding 15 ).

Als u het middelpunt van de cirkel nadert, worden de gaten en kieren tussen de stenen ook steeds groter. U kunt er ook voor kiezen ongeveer de laatste meter recht te bestraten
(afbeelding 16 ). 

Gebruikt u klinkers, dan is het wel goed mogelijk de cirkel te dichten door in elke rij eerst wat 3/4 en daarna wat 1/2 stenen op te nemen.

  • Halfsteensverband

Hiermee maakt u snel en efficiënt straatwerk. Paden die in de lengte bestraat zijn, maken een tuin lang en smal. Bestratingen in de breedte, zorgen voor een korte, brede tuin (afbeelding 17 ).

  • Keper- of elleboogverband

Dit zorgt voor een dynamisch, speels legpatroon zonder speciale visuele ruimtewerking (afbeelding 18 ).

  • Blokverband

Dit is goed toepasbaar in combinatie met betonnen tegels (afbeelding 19 ).

  • Opengestrate klinker

Dit patroon doet het goed bij garage-opritten. U kunt de ruimte tussen de stenen opvullen met teelaarde en gras zaaien dat tot 1 cm onder het straatoppervlak uitkomt (afbeelding 20).

  • Controle

Kijk direct even of het geleverde bestratingsmateriaal goed is aangevoerd. (Let op formaat, kleur, breuk en hoeveelheid.) U kunt beter direct een klacht indienen bij de leverancier voordat u aan de slag gaat met materiaal.

  • Zand storten

Leg een zeil of oude platen hardboard onder het zand dat u in de tuin stort om te gebruiken. Dat schept makkelijker en ruimt snel op.

  • Landmetermaat

Gebruik een landmetermaat om grote lengten op te nemen. Zo’n rolbandmaat met of zonder handvat, heeft een lang meetlint en een slinger, waarmee makkelijk, snel en nauwkeurig grote lengten op te meten zijn.

  • Handschoenen

Werk met handschoenen om verwondingen te voorkomen door scherpe randen van betonnen bestratingsproducten.