Recent toegevoegde artikel(en)
  • Product
  • Aantal
  • Prijs
  1. Er bevinden zich geen producten in je winkelwagen
Wijzig winkelwagen
Eindtotaal 0.-
Subtotaal (inclusief BTW) 0.-
BTW (%) 0.-
  • Sifon
  • Fonteinkraan
  • Bevestigingsmateriaal
  • Teflon tape
  • Kranen vet
  • Siliconenkit
  • Tegelkruisjes
  • Tegelkam
  • Tegelsnijder
  • Vloerverwarming

Altijd handig bij deze klus!

Sanitair en Tegels

De Klushulppagina Sanitair en Tegels beschrijft waar je rekening mee dient te houden als je bijvoorbeeld gaat tegelen of sanitair gaat installeren. Zo tref je hier een aantal tips, een 'Altijd handig lijstje' met niet te vergeten producten en KlusZo folders met een volledige beschrijving aan. Zo bereid je iedere sanitair- en tegelklus goed voor.

 

Informatie over sanitair

  • Het indelingsplan

Uw nieuwe badkamer of badkamerrenovatie begint met het maken van een indeling. In deze klusZo vindt u de badkamerontwerphulp. Hiermee kunt u allerlei badkamerindelingen uitproberen.

  • De aanschaf van sanitair

Aan de hand van het definitieve indelingsplan kunt u sanitair, kranen en andere accessoires gaan kopen. Bij uw Formido vestiging staat dit assortiment overzichtelijk opgesteld, zodat u goed kunt vergelijken. Tevens biedt Formido de mogelijkheid een aantal artikelen, welke niet in de winkel staan, op bestelling voor u te leveren. Vraag naar de mogelijkheden in de vestiging.

  • Slopen

Alvorens u ook maar iets kunt installeren moet u, indien het een bestaande badkamer betreft, eerst de oude overbodige artikelen uit de badkamer slopen. Doe dit pas nadat u uw nieuwe artikelen in huis hebt.

  • Het installeren

Eerst legt u waterleidingen, afvoeren en elektrische installatie aan. Alles over de elektrische installatie in de badkamer leest u in de aparte KlusZo Elektriciteit Binnen. Meer over waterleidingen en afvoeren leest u in de KlusZo Water aan- en afvoer. Vervolgens betegelt u de wanden en vloeren, zie KlusZo Tegelen. Daarna kunt u bad, douche en wastafel(s) en eventueel CV aansluiten. Ook voor het aansluiten van een CV is een aparte KlusZo folder Centrale Verwarming verkrijgbaar.

  • Een ligbad inbouwen

1. De meeste baden zijn voorzien van een plastic beschermlaag tegen krassen. Kijk alvorens het plaatsen van het bad of het niet beschadigd is.

2. Stel het bad waterpas met de stelpoten (afbeelding 1). Het bad dient zowel in de lengte als in de breedte waterpas te staan.

3. Plug en schroef een stevige lat op de muur, daar waar het bad aansluit op de wand. Voorzie de lat van een rand kit. Laat de rand van het bad hierop steunen om te voorkomen dat er lekkages ontstaan doordat het bad tegen de muur stoot.

4. Laat de overige randen steunen op een houten frame (latten van ongeveer 44x67 cm, afbeelding 2) .

5. Monteer de afvoer en het overloopsysteem (zie KlusZo Water aan-en afvoer).

6. Vul het bad met water en laat het bad leeglopen om de afvoer te controleren op lekkage.

7. Bekleed het badframe met gipsplaten of laat de randen steunen op wanden van gasbetonblokken (afbeelding 3).

8. Breng een tegelluikje aan in één van de wanden. Het tegelluikje plaatst u zó dat u later nog makkelijk bij de sifon kunt komen (afbeelding 4).

9. Voordat u het bad definitief inbouwt controleert u het nogmaals op beschadigingen. Dit doet u door het bad met een warm sopje schoon te maken. U ziet dan of er lekken en/of krassen zijn.

10. Kit de randen van het bad tegen de ondersteuning overal dicht met siliconenkit. Daarmee voorkomt u beschadigingen en gekraak.

  • Douchebakken met gemonteerd frame inbouwen

1. Verwijder de verpakking en tape en verzeker u ervan dat de douchebak onbeschadigd is voordat u met installeren begint.

2. Contoleer tevens of het model en de kleur van de douchebak overeenstemmen met uw bestelling.

3. Monteer eerst de sifon aan de douchebak.

4. Draai vervolgens de douchebak om en zet deze op juiste plaats. Met behulp van de regelbare stelpoten (afbeelding 5) kan men de douchebak waterpas zetten. Controleer daarbij of alle poten goed op de vloer rusten en regel of stel indien nodig de poten bij.

5. Houdt bij het afstellen van de poten rekening met het eventueel meegeleverde frontpaneel. Dit betekent dat de afstand tussen de vloer en onderkant van de rand van de douchebak overeen moeten stemmen met de hoogte van het paneel.

6. Teken de onderste rand van douchebak af op de aanliggende muren.

7. Bevestig op de muren twee houten steunlatten om zo de randen van de douchebakken voldoende te ondersteunen. De latten dienen 5 cm korter te zijn dan de lengte van de
douchebak.

8. Bevestig de sifon met de afvoerpijp in de badkamer. De afvoer moet minimaal 40 mm zijn.

9. Werk de voorzijde van de douchebak af door het frontpaneel te plaatsen of d.m.v. een afwerking met gipsplaat.

10. Kit de douchebak af met zuurvrije siliconenkit.

  • Algemeen

Bij een inbouw douchebak dient eerst een volledige ombouw gemaakt te worden. Bijvoorbeeld van een houten omlijsting afgewerkt met gipsplaten of gasbetonblokken. Plaats vervolgens de douchebak. (zie ook de stappen bij het plaatsen van een bad.)
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade als gevolg van verkeerd transport of verkeerde behandeling. Na plaatsing worden geen klachten meer aanvaard, mits de klacht wordt veroorzaakt door een verborgen fabricagefout.

  • Een douchecabine plaatsen

Het ontwerp van de douchecabines kan erg verschillen van rond tot vierkant en van volledig profiel tot profielloos. Bij elke cabine zit een uitgebreide tekening over de bevestiging. Hierbij een aantal algemene zaken.

1. Controleer van te voren of er geen gas, water, licht of gasleidingen achter de muur lopen waarin geboord moet worden!

2. Controleer de cabine op beschadigingen alvorens tot plaatsing over te gaan.

3. Plaats de wandprofielen aan de muur. Zet de profielen verticaal op de bak. Meestal worden de profielen op 1,5 cm. vanaf de buitenkant douchebak geplaatst.

4. Maak de profielen boven de twee hoeken van de bak aan de muur vast met de juiste bevestigingen. Zorg ervoor dat de muur waartegen de douchewand komt zuiver horizontaal is.

5. Maak de schermdelen vast.

6. Sluit de wand en de douchebak (alleen aan de buitenzijde) waterdicht op elkaar met speciale aansluitprofielen en siliconenkit. Laat dit 24 uur drogen.

  • Aarde

Een bad en/of douchebak van metaal, de waterleiding en de CV, moet u aarden met een blanke aardedraad die beschermd wordt door een elektrabuis. In het bad en de douchebak is hiervoor aan de onderzijde een speciale lip aangebracht. Die vindt u meestal bij de plugopening.

  • Badkamermeubel installeren

Het belangrijkste bij het plaatsen van de meubelen is dat ze waterpas gemonteerd worden. Dit voorkomt slecht sluiten van deuren, laden en kieren tussen de diverse elementen. Bij ieder meubel wordt een instructie bijgeleverd. Onderstaand de algemene montage-instructie.

1. Plaats eerst het wastafelmeubel. De bovenkant van de wasbak op ca. 90 cm. Indien er een inbouwwaskom geplaatst moet worden, zaag dan de uitsparing er voor het monteren eerst uit. Eventueel het wastafelblad plaatsen.

2. Plaats vervolgens (indien voorzien) het spiegel element op de wastafel. Plaats tevens het verlichtingselement (dit vergrendelt meestal de spiegel). Aansluiten op het lichtnet.

3. De bovenkant van de kolomkasten die u eventueel ernaast wilt plaatsen, is gelijk aan de bovenzijde van het verlichtingselement. Wanneer u een losse toiletkast wilt plaatsen dan worden de kolomkasten uitgemeten vanaf de onderzijde van de wastafel-onderbouw. Na plaatsing van de meubelen kunnen deze eventueel aan elkaar gekoppeld worden.

4. Verkeerd om draaiende deuren kunt u nu ombouwen. Nog niet van handgreepgaten voorziene deuren kunnen nu geboord en gemonteerd worden. Hierna plaatst u de schappenplankjes en eventuele deurbakjes. Tot slot stelt u de laden en deuren.

  • Een wastafel plaatsen

1. Bevestig een wastafel alleen maar aan de bestaande wand als deze stevig genoeg is. Breng in een wand van gipsplaat eerst een speciale versteviging aan, bijvoorbeeld multiplex 22 mm dat tussen twee stijlen is geschroefd.

2. Monteer eerst de kraan aan de wastafel. Monteer vervolgens de afvoer aan de wastafel. (zie KlusZo Water aan- en afvoer)

3. Bepaal de hoogte van de wastafel. Standaard hoogte is 80 cm. (bovenkant wastafel) Langere mensen vinden een hoogte van 90 cm prettiger.

4. Aan de achterkant van de wastafel zitten ophanggaten. Meet op hoever deze ophanggaten uit elkaar zitten. Meet op hoeveel cm de gaten van de bovenkant van de wastafel zitten. Let op: u moet meten van het midden van het ene gat tot het midden van het andere gat en van bovenzijde wastafel tot midden van het gat.

5. Teken op de muur de positie van de boorgaten. Trek een lijn tussen de boorgaten en let erop dat de lijn waterpas is! Boor vervolgens gaten van 12 mm. Plaats hierin pluggen en bevestig daarin de zogenaamde draadstiften die de wastafel moeten gaan dragen.

6. Na het goed aandraaien van de draadstiften in de muur plaatst u kunststof ringen. Nu kunt u de wastafel erover heen schuiven. Plaats opnieuw kunststof ringen, daarna de metalen volgring en dan de moer. De moeren mogen niet te strak gaan zitten, daar anders het sanitair kan gaan scheuren. (afbeelding 6)

7. Sluit de afvoer aan op de sifon en sluit de kraan aan op de waterleidingen.

  • Een wastafel op een zuil plaatsen

1. Wilt u de leidingen van een wastafel keurig wegwerken dan kunt u kiezen voor een sifonkap of een zuil.

2. U volgt dan de stappen zoals beschreven onder punt 1 en 2 van de wastafel. (afbeelding 7)

3. Bevestig de wastafel uiterst zorgvuldig op de zuil en teken de ophanggaten met behulp van een waterpas af op de wand.

4. Sluit de water aan-en afvoeren aan, bij voorkeur met flexibele koppelingen.

5. Plaats de zuil onder de wastafel door deze iets op te lichten.

6. Bevestig dan de wastafel definitief.

  • Een closetpot en duoblok aansluiten

Wanneer u een closetpot gaat kopen, kunt u kiezen of u de aansluiting in de vloer wilt hebben (type AO, afbeelding 8) of in de muur ( type PK, afbeelding 9). Tevens dient u te kiezen uit een toilet met bijbehorend reservoir, ook wel duoblok genoemd, of met een los laag hangend reservoir. Het plaatsen van een duoblok is het meest eenvoudig.

1. Voordat u de pot gaat bevestigen, moet u eerst exact bepalen waar de gaten voor de schroeven moeten komen. Daarvoor zet u de closetpot op de plaats waar u hem later wilt bevestigingen. Door de schroefgaten heen, kunt u op de vloer aangeven waar u de gaten moet boren. (afbeelding 10)

2. Verwijder de pot en boor de schroefgaten in de vloer.

3. Daarna legt u de pot op de zijkant en bevestigt u het brede deel van de afvoermanchet op de afvoer van de pot (afbeelding 11). Met wat wasmiddel gaat dit makkelijker. Til nu de pot op en schuif het smallere deel van de afvoermanchet in de afvoer.

4. Bevestig de pot nu definitief op de vloer.

  • Duoblok

1. Bij ’n duoblok voert men de stappen uit zoals hiervoor beschreven.

2. Til vervolgens het reservoir op de pot zodanig dat de verbindingsbouten in de bevestigingsgaten in de pot vallen.

3. Boor alvorens het reservoir vast te zetten aan de pot, de eventuele schroefgaten voor het reservoir in de muur. (niet alle reservoirs worden aan de muur bevestigd)

4. Bevestig het reservoir van het duoblok aan de pot d.m.v. de meegeleverde moeren en bevestigingsbouten. Vergeet hierbij niet de rubberen of kunststof ring tussen het metaal en de pot te doen. Dit voorkomt namelijk scheuren in het keramiek.

5. Bevestig het reservoir (indien noodzakelijk) middels de schroefgaten aan de muur. Ook hierbij dient u wederom de rubberen of kunststof ringen niet te vergeten tussen de metalen moeren en het keramiek.

6. Bevestig de toevoerleiding voor de watertoevoer naar ’t reservoir.

  • Laaghangend reservoir

1. Een laaghangend reservoir hangt boven het toilet.

2. Bevestig het laaghangend reservoir aan de muur. Let er bij een laaghangend reservoir op dat deze goed wordt vastgemaakt aan de muur. Dit reservoir wordt namelijk niet ondersteund door de toiletpot!

3. Verbind het reservoir middels een kunststof verbindingspijp naar de pot.

4. Sluit de verbindingspijp aan middels een kunststof sok.

5. Sluit de watertoevoer aan

  • Hooghangend reservoir

1. Een hooghangend reservoir wordt hoog aan de muur bevestigd. Let erop dat dit reservoir goed moet worden bevestigd, daar het niet wordt ondersteund door de toiletpot.

2. Voor een hooghangend reservoir dienen lange kunststof stortpijpen te worden gebruikt. De kunststof pijp dient d.m.v een sok aan de toilet te worden bevestigd.

  • Een inbouwreservoir en wandcloset aansluiten

Bij elk model inbouwreservoir wordt een uitgebreide beschrijving aangeleverd. Deze dient u vooraf goed door de te nemen, daar er een aantal verschillende inbouwreservoirs bestaan. Er zijn zelfdragende constructies die u enkel aan de muur hoeft te bevestigen, echter er zijn ook hangende, niet zelfdragende inbouwreservoirs die u dient te ondersteunen middels metselstenen of gasbetonblokken!

1. Teken met behulp van het bijgeleverde sjabloon de bevestigingsgaten op de muur. Vervolgens boort u de gaten hiervoor met behulp van een 10mm boor.

2. Monteer het frame van het inbouwreservoir waterpas aan de muur.

3. Plaats de meegeleverde draadstiften in het inbouwreservoir waaraan het wandcloset later bevestigd gaat worden.

4. Een zelfdragende systeem betekent dat er alleen een ommanteling voor de afwerking gemaakt moet worden.

5. Een niet zelfdragend systeem moet persé worden ondersteund door metselstenen of gasbetonblokken.

6. Sluit d.m.v. de closetafvoerbocht het reservoir aan op de riolering.

7. Sluit de watertoevoer aan door middel van het plaatsen en aansluiten van een hoekstopkraantje.

8. Werk vervolgens de ommanteling af en bevestig het bedieningspaneel. (controleer voor de afwerking of het reservoir goed functioneert en niet lekt).

9. Plaats het wandcloset op de draadstiften en draai deze door middel van de bijgeleverde kunststof ringen en moeren vast.

  • Elektra aanbrengen

Omdat de combinatie van water en elektriciteit gevaarlijk kan zijn, bestaat er een aantal richtlijnen voor elektra in badkamers en douches en dergelijke. De energiebedrijven gaan daarbij uit van twee opties: natte ruimten met aardlekschakelaar (installatie B) of zonder aardlekschakelaar (installatie A).

  • Installatie A

Als de groep waarop uw badkamer is aangesloten niet beveiligd is door een aardlekschakelaar, zijn stopcontacten in de badkamer verboden. Een uitzondering hierop vormt het speciale scheerstopcontact. U mag een lichtschakelaar aanbrengen, als dit een hoog-geplaatste trekschakelaar is. Andere schakelaars en dimmers moet u buiten de badkamer aanbrengen. De lichtarmaturen die u gebruikt, moeten waterdicht zijn en geaard. U mag zowel halogeenlampen als gewone spots gebruiken, mits deze branden op een 24-volts transformator die u buiten de badkamer plaatst.

  • Installatie B

Als de groep waarop uw badkamer is aangesloten wel beveiligd is door een aardlekschakelaar, gaat het energiebedrijf uit van een zone-indeling (afbeelding 12). In de zones 1 en 2 mag niets op het gebied van elektra aangebracht worden. In de resterende ruimte (zone 3) mag u wel schakelaars, stopcontacten en verlichting plaatsen (dus ook halogeenlampen en dimmers).

  • Apparaten aansluiten

Uw wasmachine, centrifuge en/of wasdroger moeten via een ruim hangend snoer vast worden aangesloten op een dubbelpoligetrekschakelaar met een controlelampje als u ze in de badkamer plaatst.

  • Ontwerp

Met behulp van deze ontwerphulp kunt u een optimaal ontwerp maken voor uw badkamer binnen de ruimte die u bechikbaar hebt. Neem een ruitjesvel met vakjes van 5 x 5 mm, in werkelijkheid zijn ze 10 x 10 cm. Eén meter is dus tien vakjes. Begin uw ontwerp met het op de juiste plaats intekenen van radiatoren, ramen, deuren enz. Met het ruitjesvel en het uitknipsanitair kunt u allerlei varianten uitproberen. Houd daarbij rekening met de noodzakelijke bewegingsruimte rondom het sanitair.

  • Bewegingsruimte

Natuurlijk hebt u naast het bad, de douche, de wastafel en het toilet bewegingsruimte nodig. Op de tekening staan de minimummaten. Maar, omdat u niet overal tegelijk kunt zijn, mogen die ruimten elkaar best overlappen.

  • Afmetingen

Sanitair afmetingen

  • Stopkraan

Bij het verwijderen van de oude toiletpot is het handig eerst de stopkraan te sluiten en daarna door te spoelen. Zodoende haalt u een praktisch leeg reservoir van de muur. Stop het vrijkomende afvoergat tijdelijk dicht met een dikke prop papier (om stank uit riool tegen te gaan).

  • Water besparen

Indien men water wil besparen kan men kiezen voor een reservoir met een waterstop. Anderzijds kunnen de meeste reservoirs ingesteld worden van 3-6 of 6-9 liter.

  • Overbruggingsafvoer

Indien een nieuwe toiletpot niet helemaal past op de plaats van de oude, is er een overbrugging voor de afvoer verkrijgbaar van 25-45 mm. Dit heet een exentrische bocht.

  • Vrijhangend toilet

Een vrijhangend toilet hang altijd op minimaal 40cm. gerekend van afgewerkte vloer tot aan bovenzijde toilet. Senioren hoogte is ±50 cm. Let op dat bij een vrijhangend toilet alle bevestiginspunten goed worden vastgezet (ook de stelbouten)! Het toilet krijgt veel en vaak gewicht te verduren!

  • Rioolbuis

De diameter van de rioolbuis mag men nooit verkleinen. Dient altijd minimaal 110 mm te zijn. Laat een rioolbuis altijd langs de muur lopen, laat de rioolontluchting intact, bij nieuwe installatie altijd rioolontluchting aanbrengen!

 

 

Informatie over tegelen

  • Tegels kopen

1. Beslis allereerst welke soort tegels u wilt gebruiken.

2. Op ieder pak vindt u informatie zoals artikelnaam, kalibernummer, tintnummer en barcode sticker. Bewaar deze informatie voor als u vragen heeft.

3. Tintnummers/kalibernummers:
Een tegel is een gebakken produkt, dat onder invloed van hoge temperaturen tintafwijkingen kan hebben alsmede maatafwijkingen. Kontroleer dit vooraf altijd. Verwerk daarom altijd uit verschillende pakken door elkaar, hierdoor voorkomt u kleurblokken. Verwerkte materialen zijn niet meer te vervangen. Vergelijk dus vóór verwerking altijd de tintnummers en kalibernummers op de verpakking (dit geldt speciaal voor vloertegels). Reklamaties op tegels welke met ongelijke tint cq. kalibernummer zijn verwerkt worden niet in behandeling genomen.

4. Koop altijd wat meer tegels dan u nodig hebt en bewaar ze. Breekt of barst er een tegel, dan kunt u die vervangen. U kunt op dat moment namelijk nooit exact dezelfde kleur tegel opnieuw kopen!

  • Rekenvoorbeeld

Bereken het aantal vierkante meters tegels dat u nodig heeft. Neem altijd ongeveer 5% extra mee voor snij- en breukverliezen.
Per vierkante meter heeft u de volgende hoeveelheid tegels nodig:
10 x 10 100
15 x 15 44
15 x 20 34
20 x 20 25
20 x 25 20
30 x 30 11
33 x 33 9
40 x 40 6

P.s. Bij diagonale verwerking van vloertegels is 8% extra vereist.

  • Voorbereiding

Afdichtingspasta 
Sluit poreuse ondergronden waterdicht af waarna er getegeld kan worden. Geschikt voor o.a. gipsplaten en cellenbetonblokken in de badkamer.

Grondering 
Voorstrijkmiddel bij sterk zuigende ondergronden (bijv. gipsplaten, cellenbeton enz.)

Snelcement 
T.b.v. snelle reparaties van pleister- en metselwerk.

Vloerverwarmingstoeslag 
Toevoeging aan poederlijm voor het tegelen op vloerverwarmingssystemen.

Waterdicht 
Toevoeging voor het waterdicht maken van metselspecie, pleisterwerk en voegen. Geschikt voor bijv. kelder en badkamer.

Vloeregalisatie 
Geschikt voor het afwerken, herstellen en egaliseren van ruwe beton- of cementvloeren.

  • Afwerking

Voegmiddel 
Het voegen van wand- en vloertegels en mozaik (maximale voegbreedte 3 mm).

Vuil- en vetwerend voegmiddel
Het voegen van wand- en vloertegels in ruimten waar de voegen geen vet en vuil mogen opnemen (max. 4 mm).

Vloerverwarmingstoeslag 
Toevoeging aan voegmiddel, om een grotere elasticiteit en hechtkracht te verkrijgen o.a. bij vloerverwarmingssystemen.

Tegelreinigingsmiddel
Reinigingsmiddel voor het verwijderen van cement-, kalk-, en lijmresten op wand- en vloertegels.

Waterdicht 
Toevoeging, voor het waterdicht maken van voegen of pleisterwerk.

  • Het uitzetten van een wand

1. Bevestig een startlat zuiver horizontaal (met behulp van de waterpas) op de wand. Zorg ervoor dat de bovenkant van de startlat exact de hoogte heeft van de bovenkant van de onderste tegel. Bevestig de startlat met stalen spijkers of met schroeven en pluggen.

2. Teken zuiver haaks (in een hoek van 90º) links en rechts van de startlat een verticale lijn, of plaats hier ook latten. Gebruik hierbij uw waterpas of een schietlood.

  • Het betegelen van een wand

1. Maak de tegellijm aan volgens de gebruiksaanwijzing en bestrijk ongeveer één vierkante meter met lijm (of pas kant- en klare pastalijm toe). Gebruik hiervoor een lijmspaan met voldoende vertanding (6-8 mm). Zie ook de tekst op de verpakking van de lijm. Trek hiermee horizontale rillen in de kit (zie afbeelding 1).

2. Druk elke tegel met een licht schuivende beweging in de lijm. Begin te tegelen op de startlat en daarna op de verticale lijnen of latten (afbeelding 2). U kunt voegkruisjes (van 2, 3 of 4 mm) gebruiken om overal dezelfde voegbreedte te krijgen (afbeelding 3). Plaats de voegkruisjes bij de hoekpunten. Knip één beentje van de hoekkruisjes voor de zijkanten van de tegelwand. U hoeft de kruisjes niet te verwijderen; het voegmiddel komt er later overheen. Wel op letten dat ze met het voegen goed weggewerkt worden. Soms zie je ze namelijk door het voegsel heen. Zorg dat overtollig lijm uit de voegen wordt verwijderd.

3. Als u de vlakken heeft getegeld, neemt u de latten weg. Bevestig daarna de laatste tegels.

  • Wandtegels snijden

1. Teken de tegels af met een niet-watervaste viltstift en snij de wandtegels op de lijn in met een tegelsnijder (afbeelding 4).

2. Leg de ingekraste tegel over een dun latje. Druk op beide zijden, zodat de tegels precies op de kraslijn breekt (afbeelding 5).

3. Breek de smalle randjes en rondingen na het inkrassen weg met een nijptang (afbeelding 6).

4. Verwijder voor het voegen alle strepen van de viltstift en maak de wand goed schoon.

5. Minimaal één dag na bet aanbrengen van de tegels kunt u gaan voegen. Overtuig u ervan dat de lijm voldoende is uitgehard. Als u het voegmiddel hebt aangemaakt volgens de gebruiksaanwijzing, kunt u het met een kunststof spons of voegspaan goed in de voegen wrijven. Werk daarbij diagonaal. Met een andere, vochtige spons kunt u overtollig voegmiddel zorgvuldig verwijderen. Tot slot wrijft u de tegels met een droge doek na, maar pas als ze droog zijn.

  • Vloeren betegelen

1. We gaan er vanuit dat u aan de randen van de vloer geen hele tegels gebruikt, maar op maat gemaakte tegels (pastegels). Zet een haakse hoek uit. Zet daarvoor langs de vier zijkanten lijnen uit met een slagkoord. Binnen die lijnen komen de hele tegels.

2. Breng vanuit een hoekpunt tussen de lijnen een baan lijm ter breedte van een tegel op de vloer aan. Gebruik hiervoor een grove lijmkam met rilbreedte (6mm).

3. Plaats op beide hoekpunten met een lichte schuivende beweging een tegel en druk die goed in de lijm. (afbeelding 7).

4. Zet op beide hoektegels een draadopsteker en span tussen de draadopstekers het bijbehorende elastiekje (afbeelding 8).

5. Langs deze draad vult u de eerste rij tegels in. Druk iedere tegel goed in de lijm. Gebruik steeds dezelfde afstandhouder voor de juiste voegbreedte; verwijder hem als de tegel goed ligt. Controleer met een rij of de tegels vlak liggen (afbeelding 9).

6. Direct na de eerste rij tegels plaatst u de passtukken omdat er niet over de vloer gelopen mag worden voor deze is uitgehard is (± 24 uur).

7. Leg nu ook de volgende tegels. Controleer steeds of alle tegels vlak liggen en of er voldoende lijm aanwezig is onder de tegel.

8. Neem draadopstekers en de slagkoorden weg.

  • Vloertegels snijden

Vloertegels zijn hard en daarom lastig te snijden. U doet er goed aan hiervoor een tegelsnijmachine bij Formido te huren (afbeelding 10).

  • Vloertegels voegen

1. Na het uitharden van de tegellijm kunt u de vloer voegen. Gebruik hiervoor een voegmiddel voor vloertegels.

2. Met een rubber vloertrekker wrijft u het voegmiddel in diagonale richting in de voegen.

3. Laat het voegmiddel even intrekken (afhankelijk van de temperatuur 15-30 minuten) en maak de vloer daarna schoon met een vochtige dweil of spons.

4. Is de vloer gevoegd en schoon, bevochtig dan de vloer (met een plantenspuit) voor een optimale verharding. Een paar dagen niet over de vloer heen lopen.

  • Waterdicht afkitten

Om een waterdichte afscheiding te krijgen tussen wand en vloer of tussen twee wanden dienen deze te worden afgevoegd met siliconenkit. Om een goede, waterdichte kit aan te kunnen brengen, moet de voeg schoon en droog zijn. Ontvet hem daarna met thinner. Nadat u de voeg aan twee kanten hebt afgeplakt met schilderstape, kunt u de kit aanbrengen. Doe dat ruim en in een doorgaande beweging. Strijk de kitvoeg daarna glad en verwijder de schilderstape zodra u dat gedaan hebt.

  • Gaten

Uitsparingen voor leidingen en kranen kunt u boren of zagen, ook als het om een gat midden in een tegel gaat. Als u gaat boren, kunt u het beste kleine gaatjes boren binnen het gat dat u hebt afgetekend. Zo voorkomt u dat het gat te groot wordt. U kunt het geboorde gat afwerken met een tegeltang. Gaat u een gat zagen, dan begint u ook met een (flink) boorgat. Daar kunt u dan een Wolframzaagje doorheen steken, dat u in een metaalzaagbeugel spant. En daarna kunt u het gat uitzagen. In plaats van een draadzaag kunt u ook een decoupeerzaag gebruiken met een speciaal zaagje voor keramisch materiaal.

  • Uitsparingen

Kras de uitsparing in de rand van een tegel in met een glassnijder en knip met een nijptang steeds kleine stukjes weg. U kunt de uitsparing ook uitzagen met een draadzaag of een decoupeerzaag.

  • Maten controleren

Omdat keramische tegels soms niet allemaal precies even groot zijn, kunt u het beste zelf even de gemiddelde maat uitrekenen. Dat kan door er tien strak tegen elkaar aan te leggen en op te meten. Als u die maat door tien deelt, kent u de gemiddelde tegelmaat.

  • Kleuren controleren

Op de verpakking van alle tegels staan de zogenaamde tint- en kalibernummers. Controleer al in de winkel of die nummers voor alle verpakkingen die u wilt kopen hetzelfde zijn.
Verwerk de tegels uit de verschillende verpakkingen door elkaar heen. Als er dan kleine kleurafwijkingen inzitten, valt dat niet op.

  • Bijzondere tegels

Bij wandtegels en vloertegels zijn vaak sierstrippen (Listelli) en gedecoreerde tegels te krijgen. Hiermee kunt u zelf vele fraaie combinaties maken. Listelli en decortegels worden steeds meer toegepast en zijn in vele uitvoeringen te krijgen. Bij Formido vindt u een zeer uitgebreid assortiment.

  • Tegelstrips

Om lelijke randen en hoeken af te werken heeft Formido een uitgebreid assortiment tegelstrips in diverse uitvoeringen en maten. Voor de vloer zijn er handige aluminium strips die u kunt gebruiken op de overgang tussen bijvoorbeeld tegels en andere vloerbedekking.

  • Eerst de wand, dan de vloer

Als u eerst de wanden betegelt en dan pas de vloer, weet u zeker dat er geen lijmvlekken of vlekken van het voegmiddel voor de muurtegels op de vloer kunnen komen.

  • Meten en binnenhoeken

Als u door een hoek heen tegelt, wordt de ene wand een tegeldikte kleiner. Als u daar rekening mee houdt, komt u op de volgende wand ook goed uit met uw tegels.

  • Beton op hout

Een sterke betonnen ondervloer kunt u maken op een houten vloer door eerst een tussenvloer aan te brengen van lewis- of zwaluwstaartplaten of door het toepassen van Beamix Gietvloer.

  • Richting deur

Als u naar de deur toewerkt, kunt u zichzelf nooit insluiten in de ruimte die u betegelt.

  • Krimpend beton

Totdat een betonvloer een half jaar oud is, kan hij wat krimpen. Hebt u de tegels strak tegen de wand gelegd, dan kunnen ze losspringen. Tegel daarom nooit tegen de wand aan, vul de voeg die u openhoudt op met siliconenkit. Siliconenkit blijft namelijk flexibel.

  • Waterdicht

Maak een waterdichte aansluiting met siliconenkit op alle plaatsen waar wandtegels aansluiten op een aanrecht, de douche- of de badrand. Doe hetzelfde op de vloer van een badkamer. De voeg mag niet smaller zijn dan 6 mm.

  • Uithardingstijd tegellijm

Voor verwerkingstijd zie de verpakking.

  • Natuursteen en cement

Natuursteen is minder hard dan keramische tegels. En dat betekent dat er krassen kunnen ontstaan op natuursteentegels als u zilverzand gebruikt voor de voegen. Om die krassen te voorkomen, dient u beter voegen met pure cement.

  • Lijm op de pastegel

Als u pastegels gaat aanbrengen, kunt u de lijm het beste al op de tegel doen. Dat is makkelijker dan wanneer u de lijm op de wand of de vloer moet aanbrengen.

  • Witte tegellijm voor marmer

Gebruik witte tegellijm als u lichte tegels of tegels van marmer gaat aanbrengen. Dan weet u zeker dat er geen donkere lijm door de tegels heen gaat schijnen.

  • Kartelrand gladslijpen

Een kartelige tegelrand kunt u gladslijpen op een wetsteen of met watervast schuurpapier (nr. 100) en een schuurblokje.

  • Laat de boor niet 'weglopen'

Maak eerst een klein gaatje in een tegel (met hamer en spijker) voordat u gaat boren. Dan ‘loopt de boor niet weg’. Of pas een stukje afplakband toe.

  • Evenwichtig geheel

Vloeren en plafonds lopen niet altijd recht. U krijgt het mooiste resultaat als u vanuit het midden gaat werken. Als u dan uiteindelijk links en rechts een pastegel plaatst, krijgt u een evenwichtig geheel.

  • Teveel lijm

Komt er teveel lijm in de voeg, verwijder die dan met een spijker.

  • Hulpmiddelen voor voegen

Als u kiest voor een afwijkende voegbreedte, dan kunt u allerlei verschillende materialen gebruiken: strookjes hout, strookjes harde kunststofplaat of multiplex, spijkers of strookjes karton. Verwijder deze afstandhouders uit de voegen voor de lijm geheel is verhard.

  • Porcellonato tegels

Gezien de hele harde scherf bij deze vloertegels raden wij u aan altijd een supertegellijm toe te passen (Eurocol tegellijm super). Dit geldt ook voor systemen met vloerverwarming.

  • Wandtegels en listello

Als u 2 kleuren tegels gebruikt op de wand, neemt u de badhoogte als afscheiding, eventueel gecombineerd met een listello. Als u 1 kleur op de wand gebruikt plakt u de listello op ooghoogte. Op het toilet plakt u de listello het beste op de (zittende) ooghoogte.

  • Anhydriet vloeren

Eerst voorbehandelen met Beamix Universele Primer.

 

 

Informatie over afvoer

  • Algemeen

Het kunststof afvoerleidingensysteem in huis wordt tegenwoordig meestal van kunststof buizen met hulpstukken toegepast. Over het algemeen wordt hiervoor het grijze PVC voor lijmverbindingen gebruikt. De laatste jaren is het meer milieuvriendelijke PPC in opkomst. PPC wordt (kan) niet worden verlijmd, maar de verbindingen worden gemaakt door middel van rubber ringen. De hulpstukken worden over de buis heen geschoven en zijn daardoor ook corrigeerbaar. Voor de Doe-Het-Zelver is dit een voordeel.

Het assortiment buizen en hulpstukken bestaat uit verschillende maten. Bovengronds hebben we meestal te maken met de maten 32, 40, 50 en 75 mm. Onder de grond komen we meestal maten tegen als 110 en 125 mm. Er bestaan nog grotere maten echter die zullen in de normale woningbouw nauwelijks toegepast worden.
De maat 110 mm wordt over het algemeen gevoerd bij afvoeren voor closetpotten en duoblokken.

Het verdient aanbeveling om vooraf aan de klus een duidelijk overzicht en schetsplan te maken voor het te installeren gedeelte van de afvoeren. Bereken de totaallengte van de buizen en noteer alle hulpstukken. Besluit vooraf of u met PVC of PPC gaat werken.

Let altijd op de stelregel van afvoeren: alle horizontale leidingen dienen altijd iets op afschot te liggen om een snelle afvoer te bewerkstelligen. Zelfs in de hulpstukken is hier rekening mee gehouden. Zo is een T-stuk geen 90 graden maar 87 graden.

Afschot betekent “iets aflopend”. Doordat leidingen op afschot liggen loopt het water altijd naar beneden en bestaat er minder kans op verstoppingen en/of wateroverlast.

  • Algemene gebruikstips

PVC buis kan op verschillende manieren op lengte gebracht worden. Het kan door gebruik te maken van een grofgetande metaalzaag of een fijngetande houtzaag. Het is van belang dat de buis recht afgezaagd wordt.

Bij het afmeten van de juiste lengte buis moet u rekening houden met het gedeelte van de buis wat in de hulpstukken geschoven wordt. Het gebruik van een verstekbak is hiervoor een goed hulpmiddel. Na het op maat zagen van de buis dienen de bramen aan de binnen- en buitenkant verwijderd te worden. Hiervoor kan een mesje gebruikt worden of schuurpapier. Dit is erg belangrijk om in de toekomst verstoppingen te voorkomen (afbeelding 2).

Na het op maat brengen van alle buizen en de bepaling van alle hulpstukken, is het aan te raden om vooraf zonder lijm alles in elkaar te zetten en te beoordelen of alles op de juiste wijze is gemaakt. Het aanbrengen van merktekens met een stift kan tijdens het installeren een belangrijk hulpmiddel zijn.

Als u gaat lijmen houdt u er dan rekening mee dat PVC lijm vrij snel droogt en het daarna niet meer te corrigeren is. Breng de lijm gelijkmatig aan op beide te verlijmen vlakken (dus zowel op de buis als het hulpstuk). Direct na het aanbrengen van de lijm de delen in elkaar schuiven. Overtollige lijm met een doekje verwijderen om een nette verbinding te krijgen (afbeelding 3).

  • Bevestiging van PVC buizen

De buizen/leidingen worden normaal gesproken bevestigd met kunststof beugels. De meest toegepaste uitvoering zijn de zogenaamde PVC zadels, welke in verschillende maten beschikbaar zijn. Er zijn ook beugels verkrijgbaar waarin de buizen opgehangen kunnen worden, bijvoorbeeld onder de grond in de kruipruimte of onder een plafond in de berging. De beugelafstanden zijn afhankelijk van het feit of de buis horizontaal of vertikaal bevestigd gaat worden. Ook de dikte van de buis is bepalend. Op de volgende pagina wat tips hiervoor.

  • Beugelafstanden

Doorsnee buis horizontaal verticaal
32 mm ca. 32 cm ca. 100 cm
40 mm ca. 40 cm ca. 120 cm
50 mm ca. 50 cm ca. 150 cm
75 mm ca. 75 cm ca. 180 cm
110 mm ca. 110 cm ca. 180 cm

Houdt er rekening mee dat het uitzettingscoëfficient van kunststof vrij groot is. Daarom de beugels niet te strak aandraaien en niet te dicht bij bochten aangebrengen. De buis moet vrij in de beugels verwerkt zijn, dus niet klemvast! (afbeelding 4).
De meest voorkomende situaties op afvoergebied.

In huis worden meerdere maten afvoer gebruik.
Onderstaand de meest toegepaste maten op een rijtje.

32 en/of 40 mm: 
overstorttrechter (CV)
lekwaterafvoer (CV)
fontein

40 en/of 50 mm:
wastafel
douchebak
bidet

50 en/of 75 mm: 
wasmachine
vaatwasmachine
keukengootsteen

75 mm: 
badkuip
douche met opstand
vloerput

90 mm: 
douchebak

110 mm: 
toilet

  • Nieuwe aansluiting maken

Wanneer u een nieuwe wastafel, douche of toilet wilt aansluiten is onderstaande van belang. Bepaal eerst de benodigde buis aan de hand van bovenstaand overzicht. Het is van belang dat de juiste maat gekozen wordt. In geval van twijfel de grootste maat nemen. Indien men te klein kiest kan later door over- of onderdruk het sifon leeggezogen worden waardoor stankoverlast kan ontstaan. De extra of nieuwe aansluiting dient altijd in de stroomrichting gemaakt te worden. Let op afschot zoals eerder omschreven.

Er zijn drie mogelijkheden om een aansluiting te maken.

1. U zaagt op de juiste plaats een stuk uit de bestaande leiding ter grootte van de afstand tussen de moffen van het T-stuk dat u wilt aanbrengen. Breng het T-stuk aan en lijm het zoals boven omschreven aan het bestaande systeem vast. Dit kan alleen als er voldoende speelruimte is om het T-stuk tussen de leiding te plaatsen.

2. Indien het niet mogelijk is om een T-stuk tussen de leiding te plaatsen kan gebruik gemaakt worden van een zogenaamd klem/lijmzadel. Hiervoor maakt u met een 7 gatenzaag op de gewenste plaats een gat in de bestaande leiding en lijmt u het zadel op die plaats vast. Na het drogen van de lijm dient het gat waar het klemzadel is aangebracht glad gemaakt te worden zodat er geen bramen achter blijven die vervolgens weer tot verstopping kunnen leiden (afbeelding 5).

3. Indien de leiding niet te bewegen is kan er eveneens een stuks uitgezaagd worden. Vervolgens een mof met ringen aanbrengen en over de ene kant van de afgezaagde buis schuiven. Vervolgens een T-stuk gebruiken wat aan de ene kant verlijmd wordt en aan de andere kant een zogenaamde spie-verbinding heeft. Dat wil zeggen dat deze in een hulpstuk met ringen geschoven kan worden, zoals de eerder genoemde mof. Op deze wijze kan het T-stuk eenvoudig aangebracht worden. (zie afbeelding 6)

  • Aansluiting op riolering

De riolering voor de afvoer van closetpotten en duoblokken komt met een leiding van 110 mm uit in de vloer uw toilet. In deze situatie is een AO (Achter Onder) pot nodig (afbeelding 7). 

Om de pot te plaatsen is er een afvoermanchet nodig waarin de uitlaat van de pot geschoven wordt. De manchetten zijn voorzien van ribbels waardoor een goede afsluiting verkregen wordt. Er zijn verschillende manchetten leverbaar waarvan twee de meest voorkomende de rechte en de excentrische zijn. De excentrische is nodig als de pot iets anders gemonteerd gaat worden ten opzichte van de oude aansluiting (afbeelding 8).

Naast de achter/onder aansluiting van de pot kan deze ook de muur ingaan (afbeelding 9). Hiervoor is een pot nodig met een PK-uitlaat. In deze situatie gaat de uitlaat de muur in en bevindt zich achter de muur de 110 mm rioleringsbuis met een T-stuk. Aan de pot wordt een closetaansluitstuk aangebracht. Deze is normaal 400 mm lang en dient op maat gezaagd te worden. Vervolgens wordt het manchetgedeelte om de uitlaat van de pot geschoven en het gladde gedeelte wordt door de muur in het T-stuk geschoven (afbeelding 10).

Bij het plaatsen van inbouwreservoirs worden dezelfde principes als boven omschreven toegepast.

  • P + S sifon

De P en S sifons waren vroeger twee verschillende sifons. Nu zijn zij qua model aangepast naar één sifon en zijn in verschillende maten leverbaar. Deze sifon wordt gebruikt voor afvoeren die niet in het zicht zitten zoals in schuurtjes, garages of op zolder bij de CV ketel. De sifon wordt verlijmd aan de bestaande afvoerleiding (afbeelding 11).

Bekersifons (kunststof of metaal) hebben geen afvoerplug waarmee de sifon gemonteerd wordt met de wastafel of spoelbak. Met name indien er kranen met een waste-uitvoering worden toegepast is een plug ook niet nodig (een waste-uitvoering is een automatische afvoerplug die open en dicht gaat door middel van een hendel achter op de kranen die omhoog en omlaag kan). De sifon wordt door middel van een muurbuis of vloerbuis op de bestaande riolering aangesloten. De maatvoering is 32 mm. Voor de aansluiting zijn speciale manchetten in diverse maten leverbaar (afbeelding 12).

  • Plugbekersifon

De plugbekersifon (kunststof of metaal) heeft zoals de naam reeds doet vermoeden wel een plug. Deze plug wordt aangesloten op de wastafel of spoelbak waaraan de sifon wordt vastgeschroefd.
Deze sifon is één van de meest toegepaste sifons in het afvoerprogramma. De sifon wordt door middel van een muurbuis of vloerbuis op de bestaande riolering aangesloten. De maatvoering is 32 mm. Voor de aansluiting zijn speciale manchetten in diverse maten leverbaar (afbeelding 13).

Een plugbekersifon met beluchter wordt toegepast indien de waterafvoer van de wastafel of het fontein, niet goed functioneert. Door de beluchter wordt lucht toegevoegd en kan het water beter weglopen. De sifon wordt door middel van een muurbuis of vloerbuis op de bestaande riolering aangesloten. De maatvoering is 32 mm. Voor de aansluiting zijn speciale manchetten in diverse maten leverbaar (afbeelding 14).

De universele sifon is toepasbaar in alle situaties waarin een 6/4 en/of 40 mm aansluiting noodzakelijk is. Door zijn vorm en ontwerp is de sifon alle kanten op te draaien en in vele standen te monteren. Ideaal voor in keukenkastjes of lastig bereikbare ruimtes zoals badmeubelen. Om een aansluiting te maken met een spoelbak dient een afvoerplug 6/4 gebruikt te worden. Tevens is deze sifon voorzien van de mogelijkheid tot afwasmachine-aansluiting (afbeelding 15).

  • Duplo afvoer

Deze afvoer wordt toegepast bij een dubbele spoelbak of twee spoelbakken naast elkaar. De afstand van de afvoer tussen de twee spoelbakken of dubbele spoelbak in te stellen. De afvoer is aan twee zijden voorzien van een afwasmachine-aansluiting. Veelal wordt de duplo afvoer in combinatie met het universele sifon toegepast (afbeelding 16).

  • Buissifon chroom

Een buissifon wordt toegepast als een sierlijke afwerking van de afvoer gewenst is. Met name bij de tegenwoordige design waskommetjes wordt dit sifon vaak toegepast. Deze sifon heeft geen plug en wordt vaak in combinatie met kranen met waste-uitvoering toegepast. Indien er een kraan zonder waste-uitvoering wordt gebruikt, kan de plug apart bijgekocht worden. De maatvoering is 32 mm. Voor de aansluiting zijn speciale manchetten in diverse maten leverbaar (afbeelding 17).

Het design sifon heeft de normale functie van een bekersifon. Voor de esthetisch afwerking van bijvoorbeeld roestvrijstalen bakjes of glazen design bakjes, is dit design sifon ontworpen. Dit sifon wordt geleverd zonder afvoerplug in verband met de veel toegepaste kraan met waste-uitvoering (afbeelding 18).

  • Verschillende aansluitingen/afvoeren

De Moduloflex afvoerbuis wordt vaak toegepast op plaatsen waar het niet of bijna niet mogelijk is een (plug)bekersifon toe te passen. De moerkant van de Moduloflex wordt aan de afvoerplug bevestigd en de gladde kant in het leiding-systeem. Voor de gladde kant moet wel eerst een hulpstuk geplaatst worden zoals een bocht of een mof. Ter voor-koming van rioolstank dient de Moduloflex altijd in een bocht gevormd te worden. Deze bocht voorkomt stank omdat er water in blijft staan. De 32 mm is geschikt voor wastafels en fonteinen. De 40 mm is geschikt voor keuken- en spoelbakken (afbeelding 20).

  • Normale douchebak afvoer

De douchebakafvoer wordt toegepast bij normale douchebakken zowel van plaatstaal als kunststof (acryl). Door de extra platte sifon neemt de afvoer weinig ruimte in onder de douchebak en kan het uithakken van de vloer in vele gevallen voorkomen worden. De douchebakafvoer moet aangesloten worden op een 40 mm afvoerleiding-systeem. De verbinding wordt door middel van een klemverbinding tot stand gebracht (afbeelding 21).

Deze douchebakafvoeren worden toegepast bij luxe douchebakken met een afvoergat van 50 of 90 mm doorsnee. Over het algemeen betreft dit kunststof douchebakken die een platte, ondiepe bodem hebben. Om te voorkomen dat er water over de rand stroomt is er een groter sifon gemaakt waardoor het water sneller kan wegstromen. Door de extra platte sifon neemt de afvoer weinig ruimte in onder de douchebak en kan het uithakken van de vloer in vele gevallen voorkomen worden. In verband met het snel kunnen wegstromen van het water is minimaal een afvoerleiding van 40 mm noodzakelijk. Beter is het om de douchebak aan te sluiten op een 50 mm afvoersysteem. Het meegeleverde verloopstuk maakt de aansluiting op 50 mm afvoerleiding mogelijk (afbeelding 22).

De badafvoercombinatie wordt gebruikt bij normale plaatstalen of kunststof baden. Door de extra platte sifon neemt de afvoer weinig ruimte in onder het bad en kan het uit-hakken van de vloer in vele gevallen voorkomen worden. Deze uitvoering is voorzien van een kogelketting met zwarte plugstop. De overloop is voorzien van een flexibel gedeelte zodat deze altijd op maat gebracht kan worden. De bad-afvoer dient minimaal op een 40 mm afvoerleiding aan-gesloten te worden (afbeelding 23).

De badafvoercombinatie wordt gebruikt bij normale plaatstalen of kunststof baden. Door de extra platte sifon neemt de afvoer weinig ruimte in onder het bad en kan het uithakken van de vloer in vele gevallen voorkomen worden. Deze uitvoering is voorzien van een draaiknop waarmee de plugstop open en dicht gedraaid kan worden. De overloop is voorzien van een flexibel gedeelte zodat deze altijd op maat gebracht kan worden. De badafvoer dient minimaal op een 40 mm afvoerleiding aangesloten te worden (afbeelding 24).