Recent toegevoegde artikel(en)
  • Product
  • Aantal
  • Prijs
  1. Er bevinden zich geen producten in je winkelwagen
Wijzig winkelwagen
Eindtotaal 0.-
Subtotaal (inclusief BTW) 0.-
BTW (%) 0.-
  • Houtboren
  • Schuurpapier
  • Verstekbak
  • Winkelhaak
  • Houtlijm
  • Houtzaag
  • Decoupeerzaag
  • Plamuur
  • Kantenband snijder
  • Montagekit

Altijd handig bij deze klus!

Hout en Plaat

De Klushulppagina Hout en Plaat beschrijft waar je rekening mee dient te houden als je met hout gaat klussen. Zo tref je hier een aantal tips, een 'Altijd handig lijstje' met niet te vergeten producten en KlusZo folders met een volledige beschrijving aan. Zo bereid je iedere houtklus goed voor.

 

Informatie over hout en panelen

  • Uniek natuurlijk materiaal

Een goed stuk hout is niet zo moeilijk te herkennen (afbeelding 1). Het is recht van draad, u ziet weinig kwasten, maar zeker geen losse. Het hout is niet krom of scheluw en het is ‘aan de maat’, waarmee wordt bedoeld nauwkeurig gezaagd en geschaafd. Natuurlijk ziet u geen wankant, maar ook geen scheuren of barsten en ‘blauw’ in het hout - dit zijn blauwgrijze vlekken die duiden op een beginnende schimmelaantasting - komt niet voor.
Onze inkopers zijn zeer prijsbewust, maar of ze nu in Finland, Rusland, Noorwegen of Zweden kopen, ze gaan nooit op goedkoop hout af. Ze zoeken de beste kwaliteit en dat proberen ze voordelig in te kopen. En dat merkt u weer aan de prijs.

  • Geprofileerd hout

Vloerplanken, schroten, kraalschroten en rabatdelen (afbeelding 2) worden aangeduid met ‘geprofileerd’ hout. Kijkt u naar de tekening dan ziet u de doorsneden van de verschillende profielen. Alle profielen hebben gemeen, dat één zijde van de langse kant is voorzien van een mes of veer, de andere van een groef. De veer past precies in de groef, waardoor een hecht en gesloten geheel ontstaat. Geprofileerd hout kent twee breedtematen: de nominale breedte en de werkende breedte. Bij uw berekeningen altijd uitgaan van de werkende breedte: dit is de breedte van de plank of schroot de veer.

  • Duurzame houtsoorten

De grootste vijand van hout is vocht. Hout, dat te lang vochtig blijft wordt aangetast door schimmels, waardoor het ‘verrot’. Vandaar dat voor buitentimmerwerk een goede bescherming zo belangrijk is. Omdat het daar nogal eens aan mankeert, worden met name voor ramen, kozijnen en buitendeuren vaak houtsoorten toegepast, waarop schimmels veel minder vat hebben. Zo is grenenhout beter bestand tegen schimmelaantasting dan vurenhout, maar meranti is weer veel bestendiger dan grenen. Vandaar dat u bij Formido kozijnen van meranti vindt en een beperkt assortiment latten voor toepassing op plaatsen waar hout het zwaar te verduren heeft.

  • Kant-en-klare houtproducten

Behalve timmerhout vindt u bij Formido een uitgebreide collectie kant-en-klaar lijstwerk die u alleen maar op maat hoeft te zagen om ze toe te passen. Op de afbeelding 3 ziet u de doorsneden van het lijstwerk dat wij in voorraad hebben, inclusief de ronde stokken, schilderijlijsten en lijstwerk met een kleurige kunststof overtrek. Er is een enorme keus in plinten, van eenvoudig vuren tot plinten van fraaie houtsoorten als eiken. Bij alle plintsystemen natuurlijk de bijpassende hoek- en eindstukjes.

Het tropische hardhout dat u bij Formido vindt, ± 8% van al het hout dat wij verkopen, komt uit gebieden waar verantwoord bosbeleid wordt gevoerd. Anders gezegd: voor iedere boom die wordt gekapt wordt minimaal een nieuwe aangeplant.

  • Multiplex

Door dunne laagjes hout kruislings op elkaar te lijmen ontstaat hout dat, in tegenstelling tot natuurhout, zowel in de lengte als de breedte even sterk is en niet splijt (afbeelding 4)
De kwaliteit wordt bepaald door de gebruikte houtsoort of soorten, de lijm, de afwerking en de deklaag. De sterkste kwaliteit bij Formido is meranti multiplex Exterieur.
Het materiaal is taai, watervast en werkt nauwelijks.
In plaats van de aanduiding Exterieur wordt ook de afkorting WBP gebruikt. In de kwaliteit Interieur (niet watervast) bestaan talloze soorten. De fraaiste hebben deklagen van edelfineer, zoals eiken en grenen, en zeer bekend is het fijne berken multiplex. Dikten van 3 tot 22 mm. Bijzondere soorten: underlayment is een typische constructieplaat, die veel wordt toegepast als ondervloer en als dakbeschot, dikte 10 en 19 mm, beperkt watervast.
Als alternatief wordt steeds vaker OSB, een plaat bestaande uit geperste houtvlokken en WBP verlijmd, gebruikt.
Betontriplex is tweezijdig afgewerkt met een zeer gladde kunstharslaag waaraan beton niet hecht. Het wordt toegepast bij het gieten van beton. Plaatmaten alle soorten multiplex: 244x122 cm, 250x122 cm en 250x125 cm. Het eerste getal geeft aan in welke richting de draadrichting van de deklagen loopt.

  • Spaanplaat

Dit materiaal ontstaat door houtsnippers, vermengd met lijm, onder hoge druk samen te persen. De Formido kwaliteit wordt vervolgens geschuurd. Het materiaal is niet watervast, maar door een kunststof deklaag aan te brengen en de randen goed af te dichten ontstaat materiaal, dat uitstekend voldoet voor keuken- en zelfs badkamermeubelen. Door platen in stroken
te zagen en de langse randen af te werken, ontstaan de bekende geplastificeerde meubelpanelen (afbeelding 5). Ook aanrechtbladen en vensterbanken zijn van spaanplaat. Probleem bij spaanplaat is, dat spijkers en gewone schroeven er slecht in houden. Behalve spaanplaatschroeven zijn daarom nog talloze andere speciale bevestigingsmiddelen ontwikkeld, zoals de bekende kastverbinders. Plaatmaten: 244x122 cm, dikten: 8 tot 22 mm.

  • Houtvezelplaat

Bekend zijn hard- en zachtboard, materialen die vrijwel uitsluitend worden gebruikt als ondervloer. Minder bekend is Masonite, een extra harde, absoluut watervaste kwaliteit die zelfs toepasbaar is als dakbedekking en gevelbekleding.
De nieuwste houtvezelplaat luistert naar de naam MDF (Medium Density Fibreboard). Het materiaal heeft ideale eigenschappen voor o.a. meubelen daar na bewerkingen als frezen en zagen de bewerkte kanten gestoken-glad zijn. Het kan uitstekend worden gefineerd met hout of kunststof (afbeelding 6). Plaatmaten 244x122, dikten van 10 tot 25 mm.

  • Timmerpanelen

De lijmen die de laatste 10 jaar zijn ontwikkeld hebben mede de start gegeven tot een belangrijke besparing van natuurlijke materialen. Iedere zagerij houdt latten over die te kort zijn voor de verkoop. Lijm die stukken lat in de lengte en de breedte tegen elkaar met een onverwoestbare moderne lijm, schaaf en schuur het resultaat en je hebt een massief houten timmerpaneel (afbeelding 7). Formido heeft ze in vuren en grenen, in een groot aantal breedtes en lengtes en je koopt onvervalst hout met vaak een
verrassend mooie tekening. Dikte 18 of 28 mm, breedtes van 20 tot 80 cm, lengte tot 265 cm.

Tips

1. Grenenhout bevat een vettige substantie waarop verf minder goed hecht. Het hout daarom altijd eerst ontvetten met thinner.

2. Centraal verwarmde huizen zijn als regel nogal droog, met als gevolg, dat nieuw hout de neiging heeft te krimpen. Wilt u naadloos werken met geprofileerd hout, haal het
dan ruim te voren in huis zodat het kan acclimatiseren (minimaal 48 uur). Wilt u schroten afwerken met verf of lak, schilder dan vóór het aanbrengen de veren. Mocht toch wat krimp optreden dan ziet u geen ongeschilderde randjes.

3. Bij toepassing van watervast multiplex buiten kan het voorkomen, dat de houtlaagjes loslaten. Dat wordt delaminatie genoemd. De oorzaak is, dat via de randen vocht in de plaat dringt, waardoor ondanks de watervaste lijm de fineerlagen van elkaar worden gedrukt. Voorkom dit door ook de randen zeer grondig dicht te schilderen of deze voor het schilderen af te dichten met watervaste houtlijm (afbeelding 8).

4. Draai schroeven in spaanplaat nooit zo vast als u dat in hout zou doen, want u loopt het risico dat de schroef dol draait (afbeelding 9).

5. Tijdens het zagen splintert geplastificeerd plaatmateriaal op de snede. Voorkom dit door over de zaaglijn doorzichtig tape te plakken (afbeelding 10). Gebruikt u een decoupeerzaag, werk dan altijd vanaf de ‘verkeerde’ kant om splinters te voorkomen.

 

 

Informatie over houten vloerdelen

  • De voorbereiding

Met een vloer van houten vloerdelen haalt u een vloer met een heel eigen karakter in huis. Door het werken van hout onder invloed van temperatuur en luchtvochtigheid kunnen er kieren ontstaan, zo ontstaat er een vloer met een landelijke uitstraling. En met vloerbeits of lak, blank of met een kleur, maakt u een vloer die in uw interieur past.

Formido heeft meerdere soorten vloerdelen in haar assortiment waaronder: vuren en grenen. Grenen heeft roodbruin kernhout, vuren is meer geel/beige. Het verschil zit ‘m niet alleen in de kleur. De vuren delen zijn prima geschikt voor constructieve klussen: het maken van dakbeschot, schuttingen, een vliering en voor het maken van een houten ondervloer die later wordt belegd met vloerbedekking naar keuze zoals tapijt, kurk of parket.

Voor een “loopvloer” zijn alleen de grenen vloerdelen bedoeld. De grenen vloerdelen zijn decoratief en hebben een rustige tekening en een aantal knoesten.

  • De ondervloer

Voor een mooie houten vloer heeft u een goede ondervloer nodig. Die moet in alle gevallen vlak, droog en stabiel zijn. Een houten vloer kan worden gelegd op balklagen of houten regels. Tegels of plavuizen mogen als ze goed vlak zijn gelegd blijven liggen. Bij een houten vloer op een balklaag moet u rekening houden met het doorbuigen van de vloer.

  • Isolatie

Om optrekkend vocht tegen te houden is het verstandig een isolerende laag aan te brengen.
Controleer eerst of de luchtgaten in de muur nog open zijn. Zo niet, zorg dan dat er ventilatie onder de vloer komt om houtrot in balken en vloerdelen tegen te gaan. Bij een open vloerconstructie kunt u tussen de balken of aan de onderkant isolatiemateriaal aanbrengen. Gebruik hiervoor platen van geëxpandeerd polystyreenschuim, glas- of steenwol. Snijd de platen net iets groter dan de ruimte tussen de balken, zodat u de platen ertussen kunt klemmen. Een betonnen ondervloer isoleert u eerst met dampdichte kunststoffolie.
Daarnaast is het aan te raden stroken naaldvilt van ca. 1 cm dik aan te brengen tegen “loopgeluid”. Die bevestigt u met kopnageltjes of contactlijm.

  • Vloerdelen kopen

1. Bereken hoeveel hout u nodig heeft door een tekening te maken met daarop de maten van de ruimte waarin u de vloerdelen gaat leggen. Meet met een goede duimstok de ruimte op en zet de maten in de tekening. Meet steeds van muur tot muur en meet altijd twee maal om fouten te voorkomen.

2. Deel de breedtemaat van de ruimte door de breedtemaat van de vloerdelen. Meet hiervoor de werkende breedte van het vloerdeel op, niet de werkelijke breedte (afbeelding 1).

Een voorbeeld:
Uw kamer is 4 x 5 meter. De vloerdelen zijn 82 mm. 4000 mm gedeeld door 82 mm = 48,78. dat betekent dat u 49 vloerdelen nodig heeft die 5 meter lang zijn, ofwel (49 x 5 meter) 245 strekkende meter vloerdelen.

3. Koop altijd wat meer dan u werkelijk nodig heeft. U moet tenslotte ook rekening houden met wat materiaalverlies bij het op maat maken. En als u wat vloerdelen overhoudt, kunt u die later gebruiken voor eventuele reparaties.

  • Stapsgewijs houten vloerdelen leggen op houten regels of een balklaag

Verwijder allereerst de plinten en drempels en kort de deuren in tot 5 of 10 mm vrij boven de nieuwe vloer. Voor het verwijderen van oude vloerdelen steekt u een beitel tussen twee planken op een plek waar ze gespijkerd zijn. Haal één vloerdeel los en met een koevoet of een klauwhamer breekt u alle oude vloerdelen uit. Verwijder tot slot alle spijkers uit de balken.

De bevestiging van vloerdelen op houten regels of op balken wijkt niet van elkaar af.
Een vloer op houten regels kunt u egaal en strak leggen, bijvoorbeeld op een betonnen ondervloer of een vloer van tegels of plavuizen. Door onder de ribben of tussen de balken een viltlaag en isolatiemateriaal te leggen isoleert u tegen geluid en warmteverlies.

Zet de houten regels op gelijke afstand uit. Maximaal op 40 cm afstand van elkaar. Zorg dat ze vrij blijven van de wand (afbeelding 2).

Begin met het eerste vloerdeel aan een van de lange kanten van het vertrek. Leg het met de groef naar de wand. Laat tussen wand en vloerdeel een kleine opening van ca. 1 à 1,5 cm. vrij, dan krijgt de vloer de gelegenheid te werken. Plaats als hulpmiddel hiervoor afstandsblokjes of een stukje spaanplaat tegen de wand (afbeelding 2). De kieren worden later aan het oog onttrokken door de plinten.

De stuiknaden, daar waar de koppen van twee vloerdelen elkaar raken, moeten in het midden van de balkbreedte vallen. Gebruik voor het afzagen een handzaag en brede verstekbak of een verstekgeleider, zodat de delen precies haaks worden ingekort en er geen open naden ontstaan. Schuur zaag- en schaaf-rafels zorgvuldig weg. Laat de stuiknaden verspringen over de verschillenden regels of balken (afbeelding 3).

  • Uitsparingen voor buizen

Vloerdelen kunt u verdekt vastnagelen of loodrecht door het hout in het houtoppervlak spijkeren of schroeven. De methode van verdekt of “blind spijkeren” laat geen zichtbare spijkerkoppen achter, u slaat ze schuin weg in de messing onder een hoek van 45 graden (afbeelding 4). Doe dit zéér nauwkeurig aangezien u anders het risico loopt de messing te beschadigen of dat de messing afbreekt. Gebruik dunne spijkers met een verloren kop, die laten zich makkelijk weg drevelen. Er mogen geen koppen buiten het messingprofiel blijven steken.

Het loodrecht spijkeren heeft de voorkeur. De vloerdelen worden zeer stevig bevestigd in het houtoppervlak en zo zullen de vloerdelen niet los werken. De zichtbare spijkers horen bij het karakter van de vloer.

Als de houten vloer met bedekkingsmateriaal wordt afgewerkt, kunt u de vloerdelen ook stevig vastschroeven in het houtoppervlak. Gebruik hiervoor universeel schroeven of spaanplaatschroeven met draad tot vlak onder de kop. Driekwart van de lengte van de schroef moet in de regel/balk terecht komen. Een elektrische schroef/boormachine is aan te raden bij deze klus.

Maak van het voorlaatste deel het pasdeel (afbeelding 5).
a. Plaats het voorlaatste deel
b. Leg het volgende deel op de voorlaatste en druk hem tegen de spaanplaat die u tegen de wand hebt aangebracht.
c. Trek langs dit deel met een scherp potlood een lijn op het voorlaatste deel.
d. Neem het voorlaatste deel op en zaag deze langs de potloodlijn op maat. Dit is nu het pasdeel.
e. Plaats de beide stroken en druk ze aan met een koevoet.
f. Haal tot slot de spaanplaten langs de wanden weg.

Uitsparingen voor buizen en voetjes van radiatorsteunen moeten rondom 1 centimeter groter worden gemaakt in verband met het uitzetten en krimpen van de vloer. U voorkomt dan dat de vloer bol gaat staan. Gebruik voor het uitzagen van uitsparingen altijd een fijngetande zaag.

  • Lakken of beitsen

1. Schuur eerst de vloer met een middelgrof schuurpapier op een blokje of een schuurmachine. Doe dat in de lengterichting van het hout. Schuur op deze manier alle scherpe randen weg.

2. Schuur het hout na met fijn schuurpapier.

3. Breng de eerste laag vloerlak of beits iets verdund aan (1/5 deel terpentijn, 4/5 deel lak of beits). Dan trekt de lak of beits goed in het hout, waardoor een betere hechting ontstaat. De houtnerf zal nog wel wat ruw optrekken, maar de vloer wordt mooi glad als u verder gaat. Neem een goede langharige kwast of mohair lakroller die niet te klein is (type “ovaal” of “plat”).

4. Schuur de vloer licht na in de lengterichting van het hout.

5. Breng ten minste nog twee lagen lak of beits aan. Lees altijd eerst de gebruiksaanwijzing en laat de lagen voldoende uitharden en schuur ze licht op voordat u de volgende laag aanbrengt!

  • Dekkende vloerbeits of verf

Als u dekkende beits of verf aan wilt brengen, kunt u de messing en groef het beste verven vóórdat u de vloerdelen legt. Mocht de vloer gaan werken, dan komen er geen opvallende naden tevoorschijn. Gebruik bij acrylbeits altijd een acrylroller.

  • Plinten aanbrengen

Plaats tenslotte de plinten tegen de wand en zet ze vast.

  • Onderhoud

Gelakte en gebeitste vloeren hebben weinig onderhoud nodig. Droog afstoffen, stofzuigen of afnemen met een vochtige doek is voldoende. Gemorste vloeistof kunt u het beste direct met een natte doek opnemen. Er zijn speciale lakonderhoudsproducten in de handel om de vloer af en toe op te frissen.

  • Afvalstukje als aandrijfklosje

Een klein afvalstukje van een vloerdeel is prima te gebruiken als aandrijfklosje. De groef past op de messing van het te bevestigen vloerdeel. Hiermee beschadigt u het verbindingsprofiel van de delen niet.

  • Geen harde lak

Voor grenen vloerdelen zijn niet al te harde lakken het meest geschikt. Ze zijn onder de naam vloerbeits bij Formido verkrijgbaar. Een belangrijk voordeel is dat deze beitsen makkelijk plaatselijk te herstellen zijn. U kunt bijvoorbeeld een looppad licht opschuren en met bijwerken weer in orde brengen.

  • Geen schoenen bij het leggen

Draagt u schoenen tijdens het leggen, dan kunt u daarmee de vloer beschadigen. Voorkom dat door bijvoorbeeld gymschoenen te dragen.

 

 

Informatie over scheidingswanden

  • Wat zijn scheidingswanden?

Het woord zegt het al: met een scheidingswand kunt u een scheiding aanbrengen in een ruimte. Van één kamer maakt u er twee. Dat is bijvoorbeeld praktisch als u er een aparte kinderkamer of badkamer bij wilt of een afgescheiden ruimte om in te klussen of te studeren. U kunt natuurlijk ook voor een gedeeltelijke afscheiding kiezen. We gebruiken bewust het woord scheidingswand; anders dan een muur rust op zo’n wand geen gewicht.
U kunt een scheidingswand opbouwen uit diverse materiaalsoorten. Hier komen twee soorten aan bod: gipsplaten en cellenbetonblokken.

  • Gipsplaten

Bij gipsplatenwanden is het eenvoudig om leidingen in de spouw aan te brengen zonder hak en breekwerk. In combinatie met een gevulde spouw met glas- of steenwol ontstaat een goede geluidsisolatie. Gipsplaten werken bovendien brandvertragend. Door het aanwezige kristalwater in de plaat wordt de stijging van de temperatuur vertraagd.

  • Cellenbetonblokken

Cellenbetonblokken zijn door hun afmeting en geringe gewicht snel te verwerken. Na de verlijming is deze sterke en duurzame constructie vochtbestendig en heeft een warmte-isolerende werking.

  • Scheidingswand van gipsplaat

U begint met het maken van een regelwerk. Daarbij kunt u kiezen uit de materialen hout of metaal. Metalen regels zijn lichter en makkelijker te verwerken dan houten. Door de uitsparingen in de metalen regels en stijlen zijn leidingen makkelijk aan te brengen.

  • Houten regelwerk

Als u aan de slag gaat met een houten regelwerk, kunt u het beste kiezen voor ongeschaafde, vuren regels met een afmeting van 50 x 50 cm (afbeelding 1).

1. Bepaal waar de wand precies moet komen en markeer deze plaats op de vloer. Wilt u deurkozijnen in de wand plaatsen, vergeet deze dan niet aan te geven.

2. Breng nu dichtingsband aan op de grondregel en plaats deze op de gemarkeerde plaats. Dit beperkt geluidsoverlast. Door twee stroken band naast elkaar te plakken, ligt deze regel stabiel. Werkt u op een betonvloer, bevestig dan de regel met pluggen en schroeven. Is het een houten vloer, kies dan voor schroeven van 80 mm lengte.

3. Daarna plaatst u de muurregels met behulp van pluggen en schroeven (afbeelding 2). Eerst stelt u ze natuurlijk waterpas. Ook op deze regels brengt u weer een strook dichtingsband aan.

4. Nu bevestigt u de plafondregel. U plaatst deze tussen de muurregels in en zorgt ervoor dat deze zich exact boven de vloerregel bevindt. Gebruik hiervoor schroeven die u in de plafondbalken draait (afbeelding 3). Wilt u een deurkozijn in uw wand, leest u dan ook de punten 5 en 6. Een complete kozijnset (voor stompe deuren of voor opdekdeuren) haalt u gewoon even bij Formido. U krijgt er een heldere instructie bij zodat u ze makkelijk zelf monteert.

5. De verticale regels die grenzen aan het deurkozijn, moeten waterpas zijn. Sla de steekspijkers diagonaal vast door de verticale regel in de vloer- en plafondregel. Met hamer en drevel moet u ze goed diep wegslaan. Bevestig tussen de twee regels de korte tussenregel; hieraan moet het bovenkozijn vast worden geschroefd. Controleer of alles goed haaks is.

6. Plaats de eerste horizontale stijl voor het kozijn en spijker deze vast. Hierna stelt u het kozijn waterpas. Het kozijn moet u nu tegen de verticale stijl zetten en erop vastschroeven. Dit doet u ook aan de andere kant van het kozijn. Controleer wel eerst even of de bovendorpel van het kozijn goed horizontaal staat. Tenslotte plaatst u een regel en korte stijltjes boven het kozijn.

  • Verticale tussenregels

U heeft nu een deel van het raamwerk klaar; een vloerregel, een plafondregel, twee verticale muurregels en regels die het kozijn omramen. Om een stevige wand te krijgen, moet u nu nog verticale tussenregels plaatsen. De ruimte tussen de verticale tussenregels is afhankelijk van de maten van de platen die u straks tegen de wand timmert. Gipsplaten hebben een breedte van 60 cm. De afstand van het midden van de ene regel tot het midden van de volgende regel moet dus 30 cm bedragen. Met andere woorden: de hart-op-hart maat is 30 cm. De gipsplaten zijn in
verschillende hoogten verkrijgbaar: 200, 260, 300 of 360 cm.

  • Horizontale tussenregels

Wanneer u een zwaar voorwerp aan de scheidingswand wilt bevestigen, bijvoorbeeld een kapstok of een wastafel, moet u ook horizontale tussenregels plaatsen. Hierdoor is de wand stevig genoeg (afbeelding 4). Let op! De afstand tussen de horizontale tussenregels wordt bepaald door de afmetingen van de platen waarmee u gaat betimmeren. Gebruikt u een ander materiaal, controleer dan eerst de afmetingen van de platen.

Het regelwerk is af en het is gesteld. U kunt nu de beplating aanbrengen. Dit doet u eerst aan één kant (afbeelding 5). Snijd de gipsplaten op maat; de lengte moet 1 cm korter zijn dan de hoogte tussen vloer en plafond. Maak dan een wipje van twee plankjes, zet de gipsplaat daarop en duw hem met de voet tegen het plafond (afbeelding 6). Maak de gipsplaten aan elkaar vast met gipsplaatschroeven. Hierna kunt u in de ruimte tussen de twee wanden elektra en leidingen aanbrengen. Ook kunt u deze ruimte isoleren met glas- of steenwol.

Nu betimmert u de andere kant. Op deze wand moeten de gipsplaten een halve plaat verspringen ten opzichte van de tegenoverliggende wand. De scheidingswand wordt er stabieler door.

  • Regelwerk van metalen staanders

U kunt een regelwerk ook opbouwen uit metalen staanders. Daarbij gaat u op bijna dezelfde manier te werk als bij hout.

Breng dichtingsband aan op de U-liggerprofielen tegen kieren. Daarna brengt u de U-liggerprofielen aan op de vloer en het plafond (afbeelding 7). Hierna bevestigt u de C-staanderprofielen. Zorg ervoor dat deze profielen 1 cm korter zijn dan de hoogte tussen de vloer en het plafond. Schuif nu de C-staanderprofielen tussen de U-liggerprofielen op een onderlinge afstand van 30 cm. Hierna kunt u de gipsplaten vastschroeven.

Het aanbrengen van kozijnen werkt anders bij metalen staanders. De stijlen van stalen kozijnen grijpen als het ware om de gipswand heen (afbeelding 8). Gipsplaten moet u aan beide zijden tussen kozijn en staander schuiven. Op die manier staat het kozijn stabiel en loodrecht. Voor een houten kozijn dienen de C-Staanders vastgezet te worden aan de U-liggers. Zet voor de stabiliteit en de bevestiging van de scharnieren aan beide zijden een passende houten regel in de C-staander (afbeelding 9).

Wilt u leidingen maken tussen de beide zijden van de wand, gebruikt u daarvoor dan de openingen in de profielen. Daar waar u leidingen plant, breekt u een opening eruit. Nu betimmert u de andere kant. De gipsplaten van de tegenoverliggende wanden moeten een halve plaat ten opzichte van elkaar verspringen.

  • Scheidingswand van cellenbetonblokken

U kunt een scheidingswand ook opbouwen uit cellenbeton. Dit materiaal heeft als voordeel dat u het makkelijk kunt bewerken. U kunt er bijvoorbeeld goed in zagen en u kunt het metselen en lijmen. Bovendien zijn cellenbetonblokken niet brandbaar, kunnen ze niet schimmelen en zijn ze vochtbestendig. Kortom, een prima materiaal voor het maken van scheidingswanden.

  • Profielen stellen

Eerst moet u profielen stellen. Gebruik hiervoor bij voorkeur rechte balken van 7,5 x 10 cm dikte. De lengte wordt bepaald door de hoogte van de wand die u gaat maken. Plaats op de vloer een lat of een kunststof U-profiel (dikte: 38 mm, breedte: net zo breed als de cellenbetonblokken (afbeelding 10).
Nu markeert u op de vloer en de muren de plaats waar de scheidingswand moet komen d.m.v. het aanbrengen van twee lijnen waar de blokken tussen komen te staan. Gebruikt u een U-liggerprofiel dan markeert u één lijn. Het profiel stelt u tegen de zijkant van de markeerlijn of het U-profiel.

Deze moet u nu nog waterpas stellen. Gebruik daar twee schoren voor; één in de richting van de muur en één haaks erop. De schoren zet u vast met klosjes. Gaat u een deurkozijn in de wand plaatsen, dan moet u dit ook met de schoren waterpas stellen (afbeelding 11).

  • Het lijmen van blokken

Voordat u de muur gaat opbouwen met blokken, tekent u met een lange en rechte lat de lagenmaat van de blokken op de profielen af. Tel daarvoor de hoogte van het cellenbetonblok en ongeveer 2 mm lijmvoeg bij elkaar op. Nu kunt u een metselkoord spannen ter hoogte van de lagenmaat. Zo zorgt u voor een rechte, regelmatige wand.

Nu kunt u beginnen met het opbouwen van de wand. Aan de onderkant van de eerste laag blokken hoeft u geen lijm te smeren. De plinten zorgen er straks voor dat de blokken blijven liggen. En, als u het U-profiel gebruikt, blijven de blokken sowieso op hun plaats zitten. De verticale voegen tussen de blokken, moeten wel gelijmd worden. Hiervoor gebruikt u speciale mortellijm. U koopt deze lijm in poedervorm, maakt hem zelf aan en brengt hem dan binnen enkele uren aan met een troffel. Verdeel de lijm met een lijmkam. De gemiddelde voegdikte is 2 mm.

Leg de blokken met lijm op de zijkanten op de lat of het U-profiel. U tikt de blokken netjes op hun plaats met een rubberhamer. Lijm de blokken in ’half steensverband’ net als bij een gemetselde muur van bakstenen (afbeelding 12). U kunt de blokken het beste op maat zagen met een speciale cellenbeton zaag, uiteraard te koop bij Formido.
Hebt u één laag klaar, verplaats dan het metselkoord naar de volgende lagenmaat. Breng na drie lagen telkens veer-ankers aan in beide muren (afbeelding 13). Een andere mogelijkheid om de blokken aan de muur te verankeren, is de wand later met latten tegen de muur op te sluiten.
Bij wand- en plafondaansluitingen dient rekening gehouden te worden met een voeg van ± 10 mm. De voeg wordt gevuld met purschuim of dichtingsband. De plafondaansluiting zet u 60 cm van de wanden af vast, daarna om de 120 cm.

Zorg ervoor dat er tussen de muren en de scheidingswand een voeg van 5 mm openblijft. Daarin brengt u stroken dichtingsband aan. De deurkozijnen zet u ongeveer om de 50 cm vast met kozijnankers (afbeelding 14). De wandaansluiting kunt u ook met behulp van kunststof U-profielen maken.

  • Gipsplaten smaller maken

Gebruik een hobbymes als u gipsplaten smaller wilt maken. Werk in de lengte. Snijd het karton aan de voorkant van de gipsplaat diep in en breek de plaat met een korte slag. Daarna snijdt u het karton aan de achterkant door. Gebruik een handzaag als u niet over de hele lengte hoeft te werken. Dat werkt handig bij uitsparingen voor bijvoorbeeld deuren.

  • Vochtigbestendig

Cellenbetonblokken zijn ook zeer geschikt voor een wandje in een badkamer. Ze zijn vochtbestendig en schimmelen niet.

 

 

Informatie over plafond

Grondige aanpak is de beste oplossing

Vernieuwen van een plafond begint met afbreken; het oude plafond moet eruit (afbeelding 1). Dat veroorzaakt rommel en stof. Maar het grote voordeel is dat het zogenaamd rachelwerk in zicht komt; de latten die tegen de balklaag zijn gespijkerd en waaraan het plafond bevestigd is. Zijn de latten nog in goede staat, meet dan de latafstand, van midden lat tot midden lat (hart op hart). Die moet 30 of 40 cm zijn, afhankelijk van het plafondmateriaal (we komen hierop terug). Is de afstand groter of kleiner, verwijder dan ook de latten. Minder goede latten gaan ook bij het afval, de goede maakt u spijkervrij (afbeelding 2).

  • Gips of decorpanelen

Het bekendste plafond materiaal is gipsplaat, maar Formido biedt ook een ruime keus uit decoratieve plafondplaten die eenvoudig te monteren zijn. Gipsplaten zijn 60 cm. De rachelafstand moet daarom, gemeten van midden lat tot midden lat (hart op hart), 30 cm zijn. De platen bestaan in diverse lengtes en twee diktes: 9,5 en 15 mm. De dunnere platen hebben rond afgewerkte langse kanten. De naden blijven zichtbaar, wat beslist niet storend hoeft te zijn.

De dikke platen hebben schuin afgewerkte randen die onzichtbaar weggewerkt kunnen worden (afbeelding 3). Met décorpanelen maakt u z.g. strokenplafonds. De panelen bestaan uit diverse breedtes en talloze kleuren. Tussen twee panelen blijft steeds een groef, die u vult met een smalle strook van hetzelfde materiaal of een strook met afwijkend materiaal, waardoor opvallend fraaie effecten ontstaan (afbeelding 4). Overigens is dit materiaal ook zeer geschikt als wandbekleding. Voor décorpanelen zet u de latten op 40 cm, hart op hart. U kunt voor panelen volstaan met latten van 18 mm dik, maar het prijsverschil met een zwaardere lat is gering en uw plafond wordt beslist beter.

  • Rachelwerk plaatsen

Gebruik hiervoor nieuwe latten van 28 x 48 mm. Zijn de oude nog bruikbaar, koop dan het vereiste aantal nieuwe in dezelfde maat als de oude. Rachels spijkert u op de balken met nagels van 3,1 x 80 mm. Een forse maat, maar een plafond is zwaar. Een beduidend betere oplossing: zet nieuwe latten haaks over de oude. Uw plafond wordt beduidend sterker. Daar waar de oude lat een balk kruist kunt u de nieuwe latten spijkeren met nagels van
3,1 x 80 mm, op alle overige plaatsen schroeft u de latten vast met schroeven van 5 x 50 mm of snelbouwschroeven van 4 x 50 mm, die u indraait met uw accu-boormachine (afbeelding 5).

Brengt u decoratieve platen aan op een steenachtig plafond, zet de rachels dan vast met slagpluggen van 6 x 60 mm. (afbeelding 6). Hiervoor zowel in de rachel als het plafond een gaatje boren. Klem tijdens het werk de rachels met 2 stempels tegen de balken (afbeelding 7).
De werkwijze en de constructie van de stempel ziet u op de tekening. Kies de bovenbalk zo breed als de gipsplaat; 60 cm. (afbeelding 8).

  • Gipsplaat bevestigen

Voor deze klus moet u met z’n tweeën zijn. Samen steekt u een plaat op met behulp van de stempels. U zet de stempels klem, waarna u beide de plaat tegen de rachels schroeft.

Gebruik voor 9,5 mm plaat gipsplaatschroeven van 35 mm, voor 15 mm plaat schroeven van 45 mm. Om de 15 cm. een schroef (afbeelding 9). Waar de korte kanten van twee platen aansluiten moet u tussen de rachels een dwarslat plaatsen. Omdat u een paar honderd schroeven moet indraaien is een schroef/boormachine feitelijk onmisbaar (afbeelding 10). Moet u een plaat op maat maken, kerf deze dan goed ondersteund aan de lichte zichtzijde in met een scherp stanleymes, knik de plaat (goed ondersteund) op de snede en snij de rugzijde door.

  • Decoratieve panelen monteren

Panelen worden vastgezet met speciale clips en/of spijkers/nieten. Door gebruik van een slim montage apparaatje is beschadiging van de clips uitgesloten (afbeelding 11). Daar het materiaal enigszins kan werken (krimpen en zwellen onder invloed van wisselende luchtvochtigheid), is het verstandig het materiaal tijdig te kopen, zodat het kan acclimatiseren (circa 48 uur in de ruimte waar het wordt toegepast). Tijdens de montage de korte kanten +/- 15 mm vrijhouden van de wanden. De kier werkt u later af met een bijbehorende plafondlijst. De panelen kunt u op maat zagen. Gebruik een scherpe handzaag met fijne tanden of een fijn vertande cirkelzaag. Zaag altijd met de zichtzijde naar boven.

  • Tip 1

Bij het slopen van een plafond komt vaak een grote hoeveelheid stof vrij. Een stofmasker is beslist een aanrader.

  • Tip 2

Gebruikt u snelbouwschroeven om nieuwe rachels tegen de oude te schroeven, dan kan er een kier blijven tussen de oude en de nieuwe. U voorkomt dit door op de plaats waar u schroeft de rachels met een lijmtang tegen elkaar te klemmen.

  • Tip 3

Bevindt zich boven het nieuwe plafond een onverwarmde ruimte, denk dan aan energiebesparing door boven de rachels isolatie aan te brengen. (afbeelding 12)

  • Tip 4

Vergeet niet twee extra latten haaks tussen twee rachels aan te brengen voor de centraaldoos. (afbeelding 13)