Recent toegevoegde artikel(en)
  • Product
  • Aantal
  • Prijs
  1. Er bevinden zich geen producten in je winkelwagen
Wijzig winkelwagen
Eindtotaal 0.-
Subtotaal (inclusief BTW) 0.-
BTW (%) 0.-
  • Deur
  • Deurbeslag
  • Hang- en sluitwerk
  • Hordeuren
  • Matten
  • Kozijn
  • Schroeven en pluggen
  • Rolmaat
  • Schilderstape
  • Beitel

Altijd handig bij deze klus!

Deuren en Kozijnen

De Klushulppagina Deur en Kozijnen beschrijft waar je rekening mee dient te houden als je bijvoorbeeld een nieuwe deur of kozijn gaat plaatsen. Zo tref je hier een aantal tips, een 'Altijd handig lijstje' met niet te vergeten producten en KlusZo folders met een volledige beschrijving aan. Zo bereid je iedere klus goed voor.

 

Informatie over deuren

  • Nieuwe scharnieren kopen

Vervang altijd de oude scharnieren als u een nieuwe deur plaatst. De oude scharnieren vertonen meestal speling in verticale richting. Al is die speling maar 1 mm, toch kan het u erg veel tijd en werk kosten om de deur netjes af te hangen.

Koop twee vierkante scharnieren van minimaal 75 x 75 mm met losse messing pen voor lichte binnendeuren. Koop twee scharnieren die goed bestand zijn tegen slijtage voor lichte buitendeuren. Tussen de leden daarvan zitten nylon ringen of kogellagers, die een langere
levensduur garanderen.
Koop drie of vier scharnieren van ca. 85 x 85 mm voor massief houten deuren en voor extra brede deuren. (breedte vanaf 88 cm). Natuurlijk kunt u de uitvoering van de scharnieren laten aansluiten bij de uitstraling van uw deur (modern of klassiek).

  • Meten

Bij elke deur die u bij Formido koopt, is een handleiding bijgesloten. Lees die altijd door voordat u begint met het afhangen van een deur.

1. Meet met de rolbandmaat tot op de millimeter nauw-keurig de deuropening in de sponning. Meet de breedte boven, onder en in het midden en de hoogte links, rechts en in het midden.

2. Kies een deur die exact past (ga uit van de grootste breedte- en lengtemaat) of een deur die één maatje hoger en/of breder is.

  • Nieuwe scharnieren kopen

Vervang altijd de oude scharnieren als u een nieuwe deur plaatst. De oude scharnieren vertonen meestal speling in verticale richting. Al is die speling maar 1 mm, toch kan het u erg veel tijd en werk kosten om de deur netjes af te hangen.

Koop twee vierkante scharnieren van minimaal 75 x 75 mm met losse messing pen voor lichte binnendeuren. Koop twee scharnieren die goed bestand zijn tegen slijtage voor lichte buitendeuren. Tussen de leden daarvan zitten nylon ringen of kogellagers, die een langere
levensduur garanderen.
Koop drie of vier scharnieren van ca. 85 x 85 mm voor massief houten deuren en voor extra brede deuren. (breedte vanaf 88 cm). Natuurlijk kunt u de uitvoering van de scharnieren laten aansluiten bij de uitstraling van uw deur (modern of klassiek).

  • Meten

Bij elke deur die u bij Formido koopt, is een handleiding bijgesloten. Lees die altijd door voordat u begint met het afhangen van een deur.

1. Meet met de rolbandmaat tot op de millimeter nauw-keurig de deuropening in de sponning. Meet de breedte boven, onder en in het midden en de hoogte links, rechts en in het midden.

2. Kies een deur die exact past (ga uit van de grootste breedte- en lengtemaat) of een deur die één maatje hoger en/of breder is.

  • De vaktermen

Op de tekening geven we een beeld van de onderdelen die horen bij de vaktermen die we in deze stapsgewijze beschrijving gebruiken (afbeelding 1).

  • De deur op maat maken

Als de deur redelijk goed past, hoeft u alleen maar de sluiten de hangkant ‘arm’ te schaven en de hoeken te ’breken’.
Dit is nodig om de deur goed binnen het kozijn te laten draaien. Schaaf daarvoor de lange kanten van de deur
1,5 mm schuin bij, van buiten naar binnen. Breek hierna
de scherpe hoeken, door er met een fijngestelde handschaaf rondom en aan twee zijden onder 45o een flinterdun reepje af te schaven (afbeelding 2).

Past de deur niet goed, dan hebt u er wat meer werk aan:

  • Lengte

Zet de deur op een dunne lat van ongeveer 5 mm in de deuropening en druk de scharnierzijde strak tegen de sponning. Trek nu een lijn op de deur, langs de binnen-bovenzijde van het kozijn (afbeelding 3 en 4).

Houd de deur nog even in deze positie en kijk aan de onderkant of de drempel exact horizontaal is. Wanneer dit niet het geval is, steunt de deur maar aan een kant op de lat. Trek dan nu onder op de deur een lijn evenwijdig aan de drempel en ter hoogte van de hoek van de deur die niet op de lat steunt. Meet ook de hoogte van de opening bij de hoek die niet steunt.

Er staat nu zowel boven als onder op de deur een lijn. Als u de deur langs die lijnen zou afzagen, kan hij gaan klemmen. Daarom adviseren wij u aan de bovenkant 2 mm meer speling te nemen en aan de onderkant 5 mm. Trek daarom evenwijdig aan de lijn aan de bovenkant een nieuwe lijn op precies 2 mm van de eerste en aan de onderkant op precies 5 mm. Zaag de deur langs die nieuwe lijnen op maat. Doe dat volgens de aanwijzigingen bij ‘Deur zagen’.

  • Breedte

Om de deur op de juiste breedte te krijgen, gebruikt u opnieuw de lat van ongeveer 5 mm. Houd deze nu tegen de scharnierkant van het kozijn en plaats de deur daar opnieuw strak tegenaan. Trek nu op de deur een lijn van boven naar onder langs de binnenzijde van het kozijn. U heeft nu de juiste breedtemaat afgetekend.

Omdat de deur ook hier aan beide zijden wat meer ruimte nodig heeft, trekt u evenwijdig aan de lijn aan de scharnierkant een nieuwe lijn op precies 2 mm. Aan de sluitkant trekt u een nieuwe lijn op precies 3 mm van de eerste lijn. Zaag de deur langs die nieuwe lijnen op maat. Doe dat
volgens de aanwijzigingen bij ‘Deur zagen’.

Let op: indien u meer dan 5 mm van de deur moet afhalen, verdeel het verschil dan gelijk over de linker en de rechterzijde van de deur. Dit in verband met de stabiliteit van de deur.

  • Deuren zagen

Het beste resultaat krijgt u als u gebruik maakt van een lange, rechte lat die u als geleider gaat gebruiken. U kunt de lat met lijmtangen precies op de goede lijn vastklemmen (afbeelding 5). Daarna zaagt u de deur op maat, langs de lat. Gebruikt u een handcirkelzaag? Start die dan voordat u gaat zagen. En, houd er bij het plaatsen van de lat wel rekening mee dat de zaag een paar mm over de zaagtanden heen steekt! (afbeelding 6)

  • Bolle kozijnen

Als een of beide kozijnstijlen iets naar binnen bollen, zaagt u de deur eerst op maat in de breedte. Schaaf daarna met een blokschaaf handmatig de zijkant van de deur iets hol, zodat de bolling van het kozijn in de deur past.

  • Scharnieren plaatsen in een 'oud' kozijn

1. Als uw nieuwe scharnieren dezelfde maat hebben als de ’oude’, dan kunt u de ’oude’ uitsparingen weer gewoon opnieuw gebruiken. En mochten de oude schroefgaten wat vergroot zijn, dan kunt u ze opvullen met een houten deuvel.
2. Schroef de scharnierhelft met twee leden in het kozijn en teken ze op de deur af. Plaats daarvoor de deur in het kozijn op de lat van 5 mm, met de scharnierkant strak tegen het kozijn. Neem daarna de plaats van de scharnieren op de deur over.

  • In een nieuw kozijn

1. Teken de plaats van de scharnieren af op het kozijn. Op de tekeningen ziet u de gebruikelijke hoogtes (afbeelding 7).
2. Als u hierna de exacte plaats van de scharnieren op een plankje aftekent, kunt u dat plankje tegen de deur aanhouden om die exacte plaats over te nemen. Houd daarbij zowel boven als onder rekening met de extra 2 mm speling die u de deur hebt gegeven (afbeelding 8 en 9).

  • Scharnieren inlaten

1. Houd een scharnierhelft in de sponning met de knoop tegen de kozijnrand en teken met een scherp potlood de omtrek over. Zorg ervoor dat de deur vrij blijft van de
aanslag (afstand A) (afbeelding 10).

2. Trek 1 mm af van de aanslag en u hebt de afstand van de rand van het scharnierblad tot de rand van de deur (afstand B). Teken afstand B af op de deur en u weet
tot hoever de scharnieren ingelaten moeten worden (afbeelding 10).

  • Uitsparingen hakken voor scharnieren

1. Bij het hakken van uitsparingen, is het belangrijk te
voorkomen dat ze te groot worden. Dat kan alleen door ze voorzichtig te maken. Die voorzichtigheid begint door aan beide zijden van de deur een lat vast te klemmen met twee lijmklemmen (afbeelding 11).

2. Dan tekent u het scharnier op de exacte plaats af en hakt daarna binnen die lijnen de uitsparing uit (afbeelding 12).

3. Hak steeds een klein stukje schuin in, in de breedte van de deur. Verwijder met voorzichtige bewegingen stukjes die uitsteken. Daarna zet u de beitel wat schuiner en brengt u de uitsparing op diepte.

Tot slot houdt u de beitel bijna horizontaal om de uitsparing af te werken (afbeelding 13 t/m 15).

  • De deur afhangen

1. Zet het ene deel van de scharnieren vast in het kozijn en het andere in de deur. Zet de scharnieren voorlopig nog maar met één schroef vast.

2. Schuif de scharnierdelen in elkaar en zet de scharnier-pennen erin (eerst de bovenste, dan de onderste). Kijk of de deur goed draait en sluit. Als dat niet het geval is, moet u de scharnierdelen wat bijstellen, is dat wel het geval, dan kunt u alle schroeven indraaien.

  • Slotuitsparing laten maken

U kunt ook door Formido een slot- of brievenbusuitsparing laten maken in uw deuren. Hiervoor wordt een kleine vergoeding berekend. Deze worden gemaakt volgens de geldende Nederlandse normen.

  • U kunt ook zelf een slotuitsparing maken

Teken daarvoor het slot eerst af op de zijkant van de deur en daarna op de smalle kant van de deur. De gebruikelijke hoogte van het gat van de deurkruk is 105 cm. Vervolgens brengt u met lijmklemmen plankjes aan ter hoogte van het te maken slotgat (ter voorkoming van barsten). Dan boort u de slotuitsparing voor met een speedboor die iets groter is dan de slotkast (afbeelding 16).

Daarna hakt u met een scherpe beitel het gat bij. Zorg ervoor dat de slotkast zonder klemmen goed past, zodat het slot goed functioneert.
Als u het slotgat heeft gemaakt tekent u de slotplaat af op de zijkant van de deur (afbeelding 17). Zijn de uiteinden van de slotplaat afgerond, boor dan eerst twee ondiepe uitsparingen met een speedboor. U werkt de gehele uitsparing af met een beitel.

Plaats daarna het slot tegen de zijkant van de deur, zo kunt u aangeven waar het sleutelgat en het krukgat moeten komen (afbeelding 18). Houd daarbij rekening met de dikte van de slotplaat. Boor de gaten voor sleutelgat en krukgat en maak een uitsparing voor de insteek-cilinder af met een boorrasp. Daarna kunt u het slot vastschroeven en in elkaar zetten.

  • Scharnierhelften bijstellen

Soms passen de twee delen van een scharnier niet goed in elkaar. Vaak is dat op te lossen door een van de twee delen iets hoger of lager vast te zetten. Maar als de scharnierhelft gekanteld is doordat het boorgat niet in het midden zat, moet u een nieuw boorgat maken. Vul daarvoor eerst het oude boorgat op met een houten deuvel en boor daarna opnieuw.

  • Klemmende deur

Een deur kan tegen de aanslag klemmen, of tegen de sponning. In het eerste geval moet u de scharnierhelften die op de deur zitten een beetje naar buiten bijstellen, in het tweede geval gaat u na of de schroeven wel helemaal zijn aangedraaid. Zitten de schroeven diep genoeg, maar klemt de deur toch tegen de sponning, dan is waarschijnlijk een van de uitsparingen van de scharnierhelft te diep. Die kunt u minder diep maken met een stukje stevig, maar dun karton.

  • Scheve deur

Als de deur scheef hangt, steekt een van de scharnieren wellicht uit ten opzichte van de andere. Stel deze bij. Een andere mogelijkheid is dat een van de scharnier-uitsparingen smaller is dan de andere. Ook dat kunt u eenvoudig herstellen.

  • Sluitplaat

Voorzie een buitendeur altijd van een goed slot (SKG of politiekeurmerk). Bij een goed slot hoort ook een sluitplaat, die het inbrekers lastiger maakt bij u binnen te komen. Voordat u de sluitplaat aanbrengt, moet u eerst de schootkommen uitboren en uithakken. U begint met het aftekenen van de slotschoten op het kozijn, dan boort u de gaten voor de schootkommen voor en hakt ze op maat met een beitel. Daarna tekent u de sluitkomplaat af en steekt u de ruimte die u hiervoor nodig hebt uit. Als dan blijkt dat de deur goed dicht kan, draait u met de schroeven de sluitkom vast.

  • Deur moet kieren

We hebben het tussendoor ook al steeds aangegeven: een deur mag nooit exact passen. Hij moet aan alle vier de kanten ruimte hebben. Bovenaan zo’n 2 mm, onderaan 5 mm, aan de scharnierkant 2 mm en aan de sluitkant 3 mm.

De kwaliteit van sloten is aangegeven met een sterrencode van het SKG keurmerk. Het SKG keurmerk is een keiharde, objectieve kwaliteitsgarantie.

Er zijn drie catagorieën:

  • Standaard

Voor flats, rijtjeshuizen.

  • Zwaar

Voor luxere woningen, twee onder een kap etc.

  • Extra zwaar

Voor bungalows, landhuizen, bedrijfspanden.

 

 

Informatie over beveiliging

  • Wat beveiligen?

Het korte antwoord is: alle deuren en ramen op de begane grond, ook de garage en de schuur, en alle deuren en ramen op de verdieping die makkelijk bereikbaar zijn.

  • Waarmee beveiligen?

Met een dozijn sleutels, die overal te koop zijn, krijgt een inbreker ieder doorsnee achterdeurslot open. Eén past altijd. Dat lukt niet met veiligheidssloten. U herkent ze aan de sterrencode (afbeelding 1). Op de verpakking die is gebaseerd op het type huis wat u bewoont en de waarde van de inboedel.

Standaard veiligheidsslot, voor eenvoudige flats en rijtjeshuizen e.d. met een inboedel tot een waarde vanca. 25.000,-. 
Zwaar slot voor luxere rijtjeshuizen, twee onder één kap, vrijstaande huizen met een inboedelwaarde tot ca. 75.000,-.
Extra zwaar slot voor bungalows, landhuizen, bedrijven met een inboedelwaarde boven 75.000,-.
Deuren en ramen kunt u extra beveiligen met bijzetsloten, dievenklauwen en grendels. Zijn deze voorzien van het keurmerk A dan koopt u kwaliteit.

  • Deuren

Veiligheidssloten (afbeelding 2 en 3) passen in de bestaande slotopening, alleen het sleutelgat moet u aanpassen voor de z.g. profielcilinder. Belangrijk is dat u bij het slot deurschilden koopt die van binnenuit vastgeschroefd worden. Bij dit type sloten hoort een sluitkom ter vervanging van de eenvoudige sluitplaat. Voor de sluitkom moet u een uitsparing maken in het kozijn. Het grootste deel kunt u boren, daarna afwerken met een beitel.

  • Scharnierbeveiliging

Naar buiten draaiende deuren en ramen hebben scharnieren die van buiten af bereikbaar zijn.
Door de pennen te verwijderen kan een afgesloten raam of deur geopend worden. U voorkomt dit met z.g. dievenklauwen, een dievenpin ter vervanging van twee scharnierschroeven of door z.g. veiligheidsscharnieren te monteren (afbeelding 4 , 5 en 6).

Tip: De kans dat een raam of deur op de verdieping wordt geforceerd neemt toe als een ladder beschikbaar is. Berg deze altijd binnenshuis.

  • Glasdeuren en ramen

 De glazen ruit is, zoals u begrijpt, het zwakke punt. Een geroutineerde inbreker snijdt hierin een klein gat waardoor hij het slot of de raamsluiting kan bereiken. U voorkomt dit door glasdeuren, ramen en schuifdeuren, te voorzien van één of twee afsluitbare grendels (afbeelding 7). Speciaal voor ramen kunt u ook nog denken aan een afsluitbare uitzetter (afbeelding 8). Voor openslaande deuren bestaat een vergrendelbare espagnoletsluiting (afbeelding 9).

  • Secustrip tegen grof geweld

Geen deur of raam, hoe goed ook vergrendeld, is bestand tegen een breekijzer. Grof geweld faalt als de kier langs het kozijn is beveiligd met een Secustrip. Geschikt voor deuren én ramen, zowel naar binnen als naar buiten draaiend.

  • Ongewenst bezoek

Sommige lieden bellen gewoon aan. Als u opendoet dringen ze binnen. U voorkomt dit door in de voordeur een z.g. deurspion te monteren. Kijk hierdoor voor u opendoet en u ziet wat voor vlees u in de kuip hebt. De tweede beveiliging is een z.g. kierstandhouder (afbeelding 10). Hierdoor kan een deur op een kier open. De kierstandhouder is veel sterker dan een deurketting. Kierstandhouders zijn ook zeer geschikt voor ramen die u dan niet hoeft te sluiten als u even de deur uitgaat.

  • Wennen aan het systeem

Om een vals alarm te voorkomen moet u de eerste tijd even wennen aan uw alarmsysteem. Als u de deur uitgaat moet u niet vergeten het systeem in te schakelen, komt u thuis dan moet u eraan denken dat het aan staat. Ook uw huisgenoten moeten erop verdacht zijn dan het systeem op scherp kan staan.

Tip: Vergeet als u ramen beveiligd het toiletraam niet, een eventueel kelderraam en de bovenlichten.

  • Systeem met centrale

De beste beveiliging bereikt u met een alarmcentrale waarop een aantal sensoren is aangesloten (afbeelding 12). Een sensor is een zeer gevoelige schakelaar die het alarm in werking stelt. De centrale werkt op het lichtnet. Zou, door welke oorzaak dan ook, de stroom uitvallen, dan neemt de batterij het onmiddellijk over.

  • Het alarm

U hebt keus uit drie mogelijkheden; een buitensirene, een buitenflits of een z.g. stil alarm. Deze laatste is een telefoonkiezer die op een signaal van een sensor via de centrale één of meer voorgeprogrammeerde nummers belt. Degene van wie u het nummer hebt ingetoetst hoort een signaal en weet dan dat er bij u iets niet pluis is.

Tip: Om goede elektrische verbindingen te maken hebt u veel plezier van een draadstriptang, waarmee u zonder de draad te beschadigen de isolatie verwijdert (afbeelding 13).

  • Zonder centrale

Beveiliging zonder centrale kan geen systeem genoemd worden, want uw huis wordt dan bewaakt door losse sensoren, zoals infraroodmelders die de buitenverlichting inschakelen. Laat er geen misverstand over bestaan; deze sensoren zijn zeer effectief daar inbrekers doorgaans lichtschuw zijn. Overigens kan een dergelijke sensor ook binnen worden geplaatst om een vertrek of toegangsdeur te bewaken
(afbeelding 14).

  • De sensoren

Inbrekers gaan, net als u, bij voorkeur naar binnen door een deur. Deuren, maar ook ramen, worden beveiligd met magneetcontacten. Ze bestaan in een opbouwversie, die op de deur en tegen het kozijn worden geplaatst (afbeelding 15 en 16), of als inbouwcontact dat in de deur en in het kozijn wordt aangebracht (afbeelding 17). Als het contact wordt verbroken gaat het alarm af. Als deuren onneembaar blijken, zal een inbreker trachten via een raam zijn doel te bereiken, waarvoor hij een stuk uit het glas moet snijden. Al gebeurt dit nog zo voorzichtig, er moet glas uit het raam worden gebroken. Een glasbreukmelder “voelt” dit en stelt het alarm in werking (afbeelding 18).
De schokdetector, die instelbaar is, reageert op trillingen die bijvoorbeeld ontstaan als aan een ruit wordt geknoeid of als iemand tracht met grof geweld een deur of raam te forceren. Doet u de voordeur open en probeert iemand brutaalweg binnen te dringen dan schakelt u het alarm in met de paniekschakelaar (afbeelding 19). Hoort u ‘s nachts onraad in huis, dan bewijst deze schakelaar bij uw bed goede diensten. De deurketting (afbeelding 20) met alarm lijkt een normale deurketting, maar wordt hij verbroken dan treedt het alarm in werking. Om, nadat u het alarm hebt ingeschakeld, uw huis te verlaten en later weer binnen te gaan zonder de buurt te alarmeren, kiest u uit een aantal mogelijkheden. Het eenvoudigste is een buiten aangebracht alarmslot dat werkt als het contactslot van een auto (afbeelding 21). Er is ook een schakelaar met afstandsbediening (afbeelding 22), een op afstand bedienbaar slot met cijfercode een zelfs een met pincode (afbeelding 23).

Tip: Als u de alarmdraden storend vindt, kunt u nadenken over een vierkant- buis-systeem dat, waar dan ook, nagenoeg onzichtbaar aangebracht kan worden (afbeelding 24).

  • Montage

De eenvoudigste en veiligste manier om de centrale aan te sluiten is met een stekker in een stopcontact. In het apparaat wordt netstroom veranderd in een ongevaarlijke spanning van 12 volt. De sensoren worden met dun, 2-aderig draad aangesloten op de centrale. Net als telefoondraad zet u het alarmdraad vast met kunststof kabelbeugeltjes die u, dankzij de stalen spijkertjes, ook makkelijk in de muur tikt. De minst zichtbare weg is vaak op de plinten, bij holle plinten erachter. U hoeft niet bang te zijn dat het alarm onklaar is als de draad wordt doorgesneden. Het alarm gaan direct af. Inbouwsensoren bij deuren en ramen zijn onzichtbaar, maar u begrijpt dat het meer werk is ze aan te brengen dan opbouwsensoren. Er wordt wel beweerd dat een onzichtbare opbouwsensor afschrikwekkend werkt. Maak de elektronische contacten met zorg. Bij een zwakke spanning van 12 volt kan een slecht contact makkelijk storing veroorzaken.

Tips

1. Uw verzekering keert niet uit bij ”insluiping”: u loopt even naar de buren en laat een deur of raam open. Vergeet ook het brievenbustouwtje niet.
Vraag u ook ernstig af of u voldoende verzekerd bent. Is de waarde van uw inboedel hoger dan het bedrag waarvoor u bent verzekerd, dan krijgt u slechts een deel van de schade vergoed.

2. Laat nooit merken dat u afwezig bent. Een brievenbus waar de post uitpuilt, gordijnen die overdag gesloten blijven, planten die verdrogen in de vensterbank, gras dat niet wordt gemaaid, de telefoonbeantwoorder die meldt hoe lang u wegblijft... Inbrekers reageren zonder mankeren op deze ”uitnodigingen”.

3. Laat nooit een sleutel in slot of grendel zitten. U maakt het inbrekers dan te makkelijk.

4. Voor het plaatsen van insteekgrendels en dievenklauwen moet u zuiver horizontale gaatjes boren (afbeelding 11).

5. Om een alarmdraad mooi strak te monteren hebt u hulp nodig. De een houdt de draad gespannen, de ander spijkert de kabelbeugeltjes. Plaats de beugels om de 25 à 30 cm
en op 5 cm van bochten (afbeelding 25).

6. Op een raam dat rammelt in de sponning heeft een glasbreukmelder of schokdetector geen zin. De ruit eerst goed vastzetten met kit.

7. Elektronische beveiliging betekent niet dat u het gammele achterdeurslot niet meer hoeft te vervangen. Elektronisch beveiligen schrikt af. Om inbrekers buiten te houden kunt u niet buiten goede sloten en grendels.

 

 

Informatie over dakraam plaatsen

  • Kies de goede raammaat

U hebt goed licht op zolder als het totale oppervlak min. 10% van het vloeroppervlak is. Voor goede lichtspreiding zijn twee kleinere ramen vaak beter dan één groot raam.

  • Goede hoogte

Om zittend én staand naar buiten te kunnen kijken plaatst u de onderkant van het raam op +/- 1 meter boven de vloer en de bovenkant op ca. 1,85 à 2,10 meter. Kies voor een dak met flauwe helling dus een hoger raam dan voor een steil dak. U hoeft bij het bepalen van de plaats van het dakraam geen rekening te houden met dakbalken. Ook daarvoor is een eenvoudige oplossing.

  • Mangat maken

Nadat u de plaats van het raam hebt bepaald, zaagt u in het midden van de te maken opening een gat in het dakbeschot van +/- 50 x 50 cm. Boor hiervoor een gat dwars door het dakbeschot als startpunt voor de zaag. Werk met een decoupeerzaag. Via dit mangat kunt u de pannen van het dak nemen en de dakopening nauwkeurig aftekenen (afbeelding 1).

  • Opening aftekenen en zagen

In het montagevoorschrift vindt u de juiste maten van de dakopening. Om die af te tekenen gaat u uit van de onderste en d rechtse rij pannen. Tot de onderste rij pannen houdt u een afstand aan van 8 cm., en tot de rechterrij 3 tot 6 cm.

Teken de hoekpunten van de raamopening af op de buitenkant van het dakbeschot. Sla op ieder hoekpunt een spijker door het beschot (afbeelding 2). Aan de binnenzijde
verbindt u de spijkerpunten met lijnen (afbeelding 3). Boor gaten op de hoekpunten (afbeelding 4). Begin de zaagsneden met een decoupeer- of schrobzaag, daarna kunt u met de handzaag verder (afbeelding 5).

  • Panlatten eraf en erbij

Links en rechts kort u de panlatten 7 cm. in. Het kan nodig zijn extra tengels onder de lateinden te spijkeren (afbeelding 6). Boven plaatst u een extra panlat (afbeelding 7). Met een scherpe steekbeitel of een haakse slijper kunt u de bovenkant van de bolle kant van de pannen afvlakken (afbeelding 8).

  • Tip

Wees verstandig: draag bij het op maat maken van de dakpannen met een haakse slijper een stofmasker en een gehoorbeschermer.

  • Kozijn plaatsen

Het kozijn wordt met hoekijzers op de panlatten geschroefd. Op de zijkant van het kozijn ziet u een merkstreep. Die moet stroken met de bovenkant van de panlatten. Schroef eerst één hoekijzer vast. Stel de onderdorpel met uw waterpas en schroef daarna de overige hoekijzers vast (afbeelding 9).

  • Gootstukken plaatsen en pannen leggen

Begin met de loodslab aan de onderkant. Klop die met een rubber hamer voorzichtig in model over de pannen en plaats de afdeklijst (afbeelding 10).
Monteer nu links en rechts de gootstukken en afdeklijsten en tot slot de bovenste afdeklijst (afbeelding 11).
Rechts kunt u nu de pannen herleggen (afbeelding 12).
De pannen boven en links van het kozijn maakt u, voor het leggen, op maat met een haakse slijper waarna u het raam in het kozijn monteert.

  • Oplossing dakbalkprobleem

Zit een horizontale dakbalk in de weg dan plaatst u links en rechts van de raamopening een zogenaamde slaper, een balk van dezelfde maat als de dakbalken. Stut de dakbalk met twee stevige schoren op de zoldervloer (afbeelding 13). Teken de helft van de balkdikte naast de raamopening af. Zaag de balk links en rechts door en zaag de raamopening uit (afbeelding 14). Precies langs de raamopening plaatst u tussen de horizontale balk boven en onder de raamopening twee verticale balken. Spijker deze van buitenaf door de horizontale balken aan het dakbeschot vast. (afbeelding 15).

  • Verticale dakbalken

Zitten de dakbalken verticaal, dan past u eenzelfde constructie toe maar nu met horizontale slapers. Als deze afstand tussen de verticale balken groter is dan de breedte van het raam, is het raadzaam een extra verticale slaper toe te passen (afbeelding 16).

  • Tip

Teken bij het afkorten van slapers de zaaglijnen altijd af met een zweihaak, waarmee u de hoek tussen het dakbeschot en de dakbalken kunt bepalen.

  • Tip

In plaats van een spijkerverbinding te maken, kunt u de slapers ook vastzetten met zogenaamde balkankers. Hou bij het afmeten van de slapers rekening met de materiaaldikte van de ankers.